The Unborn





Regie en script: David S. Goyer

De vorige film die eerder dit jaar nog van de gevaarlijk
roestende band van Michael Bay’s horrorfabriek kwam gerold, was de
tegen alle verwachtingen in behoorlijk vermakelijke ‘Friday the
13th’-remake, maar met zijn nieuwste worp, van de hand van ‘Blade:
Trinity’-regisseur David Goyer, is het weer business as
usual
. Dat wil zeggen: ongeïnspireerde quatsch voor een
ADHD-publiek. ‘The Unborn’ mag met lijnen dialoog als ‘it wants
to be born’
en ‘some people are doorways’ dan nog
lekker silly klinken, de totaal incoherente
verhaalstructuur en de demente beeldvoering zetten al snel enkele
fameuze dompers op de vreugde.

Het verhaal dan maar. Casey is zelfs naar Amerikaanse
horrorfilmstandaards een enorm knap meisje – ze ziet eruit als een
blanke Jessica Alba – máár ze heeft problemen. Ze droomt van
angstaanjagende baby’s (en angst aanjagen zullen ze!), blauwe
handschoenen, honden met omgedraaide ‘Excorcist’-hoofden en andere
bizarre symbolen die enkel bestaan om een schrikeffect te kunnen
bieden. Zo komt er op een bepaald moment een gigantisch insect uit
het ei dat ze breekt voor haar ontbijt en komen die beestjes vaak
terug in de obligate ‘was het nu echt of maar een droom?’-scènes,
zonder dat hun aanwezigheid ooit ook maar enigszins verklaard
wordt. Dan begint het buurjongetje waar ze op babysit kuren te
vertonen en krijgt ze langs alle kanten het bericht dat
Jumby’ geboren wil worden. Wat klinkt als de koosnaam van
een uit de kluiten gewassen vibrator, blijkt echter iets meer
lugubers te zijn en ze gaat op onderzoek. Tussen de papieren van
haar schijnbaar krankzinnige moeder, die enkele jaren eerder
zelfmoord pleegde, vindt ze de naam van een oude joodse vrouw
waarvan ze om de een of andere reden gelooft dat die haar kan
helpen.

Tot zover het stuk van het verhaal dat nog min of meer steek
houdt. Vanaf dan verglijdt het hele boeltje in een uitzinnige
melting pot van Jiddische mythologie en absurde
horrorlogica, waarin boosaardige tweelingen, mislukte
nazi-experimenten en dybbuks – dybbuks, for crying out
loud!
– de boventoon voeren. Het valt in ieder geval al érg
snel op dat ‘The Unborn’ werkelijk niéts meer is dan een veredeld
knip- en plakwerkje. Elementen uit ‘The Exorcist’, Japanse horror
en zelfs de recente miskleun ‘Mirrors’ (op zich al gebaseerd op de
Koreaanse prent ‘Into the Mirror’) worden duchtig gejat en
inspiratieloos gekopieerd. Dat kun je dan een hommage noemen,
alleen heeft de film op geen enkele manier een eigen smoel en weet
Goyer de film nergens een schwung te geven die de onzin
inherent aan het genre even doet vergeten. Het blijft overal
bloedserieus, zonder dat er gehint wordt naar een subtext of een
gevoel van zelfrelativering – zonder dat het zelfs maar ergens in
al zijn onnozelheid een beetje leuk wordt.

Eigen aan Michael Bay-films – zelfs degene die hij alleen maar
produceert – is dat ze 1) een epische lengte bezitten en 2)
hyperkinetisch gemonteerd zijn: in feite net twee dingen die een
horrorfilm kan missen als de pest – met zeldzame uitzonderingen als
‘The Shining’ (1) of ‘The Descent’ (2). Dat eerste weet ‘The
Unborn’ gelukkig te vermijden, maar op het gebied van dat tweede
loopt er wél vanalles mis, al moet het gezegd worden dat er af en
toe wel een mooi opgebouwde scène te vinden valt. Goyer weet hier
en daar, vooral in die ene badkamerscène, het abrupte schrikeffect
mooi met opbouw te combineren. Je wéét dat je gaat opschrikken,
maar doordat hij het boe!-momentje nét iets langer in de kast laat
dan verwacht, wip je af en toe toch ongewild enkele centimeters uit
je stoel. Hij ként de regels van het genre en de verwachtingen die
ze met zich meebrengen. Op de momenten dat hij daarmee durft te
spelen, beleeft de film dan ook al eens een zeldzaam spannend
momentje.

Het is natuurlijk ook eigen aan het genre dat er duchtig wordt
vals gespeeld. Op een bepaald moment keken wij even naar de uitgang
– Freud is nooit veraf – net voordat er weer een of andere
afzichtelijke baby tevoorschijn sprong. Het geluid dat met die
onthulling gepaard ging stond zo luid dat wij – zonder dat wij de
schavuit gezien hadden – tóch nog even schrokken. Tja, zo is het
gemakkelijk natuurlijk. ‘The Unborn’ steunt op zulke
trucjes. Ook de hiervoor vermelde visuele elementen zijn hier
voorbeeldjes van. Er wordt een onheilspellende sfeer gecreëerd met
plotelementen die voor de rest geen enkele functie dienen in het
verhaal. Op een bepaalde manier werkt dat, maar het is toch vooral
erg cheap en staat vaak een diepere inleving (en dus een
intensere kijkervaring) in de weg.

Hoe verder naar het einde toe, hoe meer de regisseur de teugels
kwijtraakt en hoe minder spannend het allemaal wordt. Gary Oldman
staat nog ergens zijn – hopelijk erg vette – cheque te zoeken en de
montage-afdeling draait overuren, maar creepy is het al
lang niet meer. De cast staat erbij en kijkt ernaar, terwijl het
publiek de film al vergeet terwijl ie nog bezig is. ‘The Unborn’ is
zich bewust van de wetten van de horrorcinema, maar in plaats van
daar een interessante genreoefening uit te puren, kiest Goyer
resoluut voor een ongeïnspireerde rip-off die je af en toe
kan doen schrikken, maar nergens suspense uitademt. De van de pot
gerukte plot en enkele hilarische transformaties (ja, ja)
tegen het eind zorgen nog voor enkele grijnslachjes, maar voor het
overige valt er maar weinig te beleven. ‘The Unborn’ belandt (net)
niet in de categorie ‘zo-slecht-dat-ie-weer-goed-wordt’. Zijn lot
is in feite nog erger: door z’n bedroevend lage amusementswaarde
is-ie slecht op een manier dat hij ook gewoon slecht
blijft.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in