Push




In de categorie “verdacht hip, maar hemeltergend
saai” mag ‘Push’ deze week de award in ontvangst komen nemen. Van
een film die erin slaagt om, zonder enige hersenactiviteit, tóch
nog vermoeiend hyperkinetisch te wezen, kijken wij allang niet meer
op – dank u, ‘Domino’ – maar het is wel de eerste keer dat we bij
zo’n zenuwslopende productie in slaap dreigden te vallen. Zo zijn
er in dit vermaledijde vehikel nog wel enkele contradicties terug
te vinden: het verhaaltje is flinterdun, maar lijkt zich wél in
zevenentwintig verschillende richtingen te vertakken, Chris Evans
is volledig kleurloos, maar tóch wilden wij bij momenten met
graagte op zijn gezicht beginnen timmeren én wij waren volledig
nuchter(!) terwijl Dakota Fanning stomdronken over het scherm
strompelde. Go figure.

Het verhaaltje – voor wie het écht wil weten – draait rond
enkele mensen met superkrachten, die daar evenwel niet zelf voor
gekozen hebben. Het script is, met andere woorden, een samenraapsel
van het zagerigste van ‘Heroes’, het saaiste van ‘Spider-Man’ en
het onnozelste van ‘X-Men’. Het genre van de ‘realistische
superheldenfilm’ is – wat ons betreft – op zich misschien lichtjes
belachelijk, maar vaak ook heerlijk entertainend. Niet dus in dit
geval. Het tweede seizoen van ‘Heroes’ steekt bijvoorbeeld nog met
kop en schouders boven dit onding uit en dat was al écht niet om
aan te zien. ‘Push’ gaat verder en geeft het woord ‘vegetatief’
nieuwe dimensies. Heel eventjes waren wij oprecht op zoek naar de
ON/OFF-knop in onze nek.

Maar goed, het gerecycleerde ‘Heroes’-script (wellicht een
afleggertje van dat vervloekte tweede seizoen) gaat ongeveer als
volgt: Nick is een mover, iemand met telekinetische
krachten. Zijn vader geeft hem vlak voor zijn dood de opdracht om
te wachten op een meisje dat hem een bloem zal geven. Die zal hij
dan moeten helpen in haar missie, wat die ook is. Tien jaar later
zit Nick in Hong Kong, op de vlucht voor het agentschap Division
dat ongevraagd dodelijke tests wil uitvoeren op mensen met
bijzondere talenten en verantwoordelijk was voor de dood van zijn
vader. Daar komt hij in aanraking met sniffs, mensen met
uitzonderlijk reukorganen, en bleeders, mensen wiens
stembanden je doen bloeden uit je oren – in bepaalde kringen ook
wel gekend als ‘Within Temptations‘. Het zal niemand
verbazen dat hij daar Dakota Fanning tegen het lijf loopt – een
watcher, oftewel iemand die (delen van) de toekomst kan
lezen. Die lijft hem in voor haar missie om Division ten val te
brengen en haar moeder – ’s werelds beroemdste watcher
uit haar gevangenschap te bevrijden. Daarvoor hebben ze de hulp
nodig van een meisje dat de gave heeft van een pusher
iemand die mensen gedachten en ideeën kan inprenten. Hoe of waarom
is nooit helemaal duidelijk en vanaf hier konden wij zelf eigenlijk
al niet meer volgen, maar er komen ook nog stitches,
shadows, wipers en shifters aan te pas.
Mijn middle fingers -automatische bullshitdetectors – zijn
zojuist pijlsnel de hoogte ingevlogen.

Uiteraard werd er méér dan genoeg ruimte open gelaten voor een
sequel, maar tegen dat de aftiteling over het scherm rolt, ligt
alle onzin zó hoog opgestapeld dat je door het bos de plotlijnen al
lang niet meer kan zien. Misschien dat de comic book
waarop deze fucker gebaseerd is meer duidelijkheid in het
verhaal wist te brengen, maar als het op de filmversie aankomt,
weet Paul McGuigan – nochtans regisseur van het meer dan
onderhoudende ‘Lucky Number Slevin’ – zélf amper waar hij mee bezig
is. Er zit geen enkele toon in de film, laat staan enig teken van
opbouw en er is zelfs geen echte conclusie. Het lijkt wel of
McGuigan niet wist wat hij nu juist met het scenario moest
aanvangen, met als gevolg een ravage aan willekeurig aan elkaar
geplakte, schokkerig gefilmde en hyperkinetisch gemonteerde scènes
waar niemand iets wijzer van wordt – met bitter wéinig actie en
bitter véél nietszeggende conversaties. Het viel ons op dat die
zogenaamde superhelden vooral whiners waren.

Het zal wellicht ook niemand verbazen dat Dakota Fanning
doorheen de hele film niét sterft, wat zowat een constante begint
te worden in haar filmografie – iets dat wij enorm vreemd vinden:
er zijn immers nog zóveel manieren waarop Dakota Fanning nog
niet is gestorven. Om maar even te zeggen: ze begint
stilaan het stadium van kindsterretje te ontgroeien, maar ze kan
nog steeds niét acteren – check haar dronken scène en
schud afkeurend uw hoofd. Niet dat de rest van de cast het er beter
van afbrengt. Ach, ergens begrijpen wij dat nog wel. Het probleem
ligt veel eerder bij het script: er zitten meer losse draadjes in
dan er hangen aan een wollen trui, personages worden schijnbaar
willekeurig op- en afgevoerd naargelang het uitkomt en sommige van
hun handelingen slaan gewoon nergens op. Niet moeilijk dat
je daar als acteur niet veel mee kan aanvangen.

Erger – toch zeker voor dit genre – is het totale gebrek aan
actie. In heel de film komen welgeteld drie actiescènes, die dan
nog eens stuk voor stuk teleurstellen. De eerste – op een Hong
Kongse markt – weet nog even wat vaart in de film te brengen, maar
ook daar is de beeldvoering al zo slecht dat je op geen enkel
moment weet wie nu precies waar staat. De tweede is de meest
ridicule gun fight die wij ooit hebben gezien. In plaats
van de pistolen gewoon in hun handen te houden, laten enkele
movers ze door de lucht zweven om op die manier naar
elkaar te knallen. Wij konden alleen maar denken dat die
movers dikke losers waren en keken voor de
zoveelste keer op ons horloge.

In de derde vechtscène kregen wij spontaan heimwee naar de oude
‘Batman’-reeks uit de jaren 60, met zijn charmante ‘POW’, ‘BAM’ en
‘FOP’s die verschenen bij de impact van een vuistslag. Hetzelfde
gebeurt hier ongeveer, maar dan met lichtgevende krachtvelden in
plaats van tekstballonnetjes. Movers, weet u wel.
Anyway, het kalf was toch allang verdronken. Een totaal
gebrek aan logica, plot en actie is doorgaans geen goed teken voor
een actiefilm en hier is dat niet anders. De film stelt op alle
vlakken teleur én heeft dan nog eens Dakota Fanning die zomaar
ergens irritant staat te wezen. Dat is erom vragen, hé. Dat is het
publiek, nadat ze betaald hebben, bij hun kraag vastpakken en
keihard in hun gezicht roepen: “Suckers!” Ons hebben ze
niet liggen gehad. Wij hebben meteen Dakota’s voorbeeld gevolgd en
de film op geheel eigen manier – we hadden er hoegenaamd geen
whipers voor nodig – uit ons geheugen gewist.
Santé!

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in