Bride Wars






Greg DePaul, June Raphael, Casey Wilson, Karen McCullah
Lutz, Kirsten Smith
USA / 2009 / 89 min.

Wat is dat toch met vrouwen en het huwelijk? Ze gaan er altijd
prat op dat ze de meer volwassen variant van onze soort zijn, dat
ze nuchter kunnen omgaan met problemen en toch altijd zó afzien met
die onnozele kleine kinderen die zichzelf wel eens ‘mannen’
plachten te noemen. Maar vanaf het moment dat er een fonkelende
ring met een knots van een diamant voor hun neus wordt gezwierd,
veranderen ze in immorele krijgsbeesten die voor niets of niemand
uit de weg gaan om toch maar hun levensdoel in vervulling te zien
gaan: de mooiste bruiloft hebben van iédereen. Althans,
dat is het beeld van de vrouw dat we krijgen in de gemiddelde,
meestal Amerikaanse, romcom. Een beeld dat we nog eens
dubbel zo hard in onze strot geramd krijgen in het audiovisuele
laxeermiddel ‘Bride Wars’. Waarom laxeermiddel? Omdat wij er het
schijt van krijgen, tiens.

Het begint al met het uitgangspunt: twee hartsvriendinnen kennen
mekaar al van toen ze zó groot waren. De een (Hudson) is een harde
tante, een carrièrevrouw die niet stopt voor ze bereikt heeft wat
ze wilde bereiken en die een controledrang heeft die grenst aan het
neurotische. De ander (Hathaway) is een sympathieke
pushover die eigenlijk geen enkele controle heeft over
haar leven en meestal gewoon over zich heen laat lopen. Door een
geweldig toeval worden ze ongeveer op dezelfde moment ten huwelijk
gevraagd, iets wat voor vrouwen blijkbaar zoiets is als het vinden
van de Heilige Graal, dus aanvankelijk zijn ze daar dan ook heel
tevreden mee. Totdat er echter een foutje gebeurt op het
huwelijksbureau en hun trouwfeesten – en hier mag u even Darth
Vader-gewijs een luid ‘Noooooo!‘ roepen – op dezelfde
datum gepland worden. Even herboeken is er ook niet bij, want
allebei moéten ze trouwen op hun droomlocatie: het Plaza.

Hun vriendjes zien vervolgens met lede en vooral apathische ogen
aan hoe de vriendschap van de echtgenotes in spe pijlsnel begint af
te brokkelen. Niemand geeft toe en beiden lijken ze alleen maar aan
hun eigen prille huwelijksgeluk te denken. Het duurt niet lang – en
dat is kei begrijpelijk want stel u eens in hun plaats, als een
vriendin mij zoiets zou lappen, amai dan – voor ze elkaar
enorme loeren beginnen te draaien, gewoon for the heck of
it
. Het betreft hier ook wel opvallend vrouwelijke
geintjes. Zo blijft de een de ander op een bepaald moment steeds
meer koekjes en lekkernijtjes sturen. Maar – O, Satan, Lucifer,
Beëlzebub! – ze doet dat zodat haar vriendin zou verdikken en niet
meer in haar peperdure trouwjurk zou passen. Het mannelijke
equivalent van het stiekem verscheuren van een voetbalabonnement,
zeg maar.

Het erge is dat al deze clichématige onzin gepresenteerd wordt
als ware het de nieuwe P.T. Anderson. De film is namelijk volstrekt
gespeend van elke vorm van humor; wij hebben in ieder geval nergens
ook meer één grap teruggevonden. In het midden van de voorstelling
stond wel een oudere man op om het af te trappen. Dat was het
grappigste dat er tijdens de hele voorstelling gebeurde, maar
levert helaas geen punten op. Nee, in feite is de prent gedurende
z’n hele hemeltergende 89 (negenentachtig!) minuten zó saai dat je
nog je ogen zou uitlepelen, gewoon zodat je iets zou hebben om in
je oren te kunnen steken.

Jennifer Aniston had enkele jaren geleden de toorts al van Julia
Roberts overgenomen als het ging om de titel van leading
lady
in de gladde marketingromantiek, maar nu lijkt Kate
Hudson hem alweer van haar te hebben afgepakt. Nu waren de films
van la Roberts meestal al niet om over naar huis te schrijven, maar
door de jaren heen is het niveau blijkbaar zienderogen blijven
dalen. Het ontbrak Anistons films immers al aan de charme die
sommige Roberts-vehikels nog enigszins genietbaar maakte. Hudson
slaat echter alles met meestal oersaaie (‘How To Lose A Guy In 10
Days’), ellenlange (‘You, Me and Dupree’) en gewoonweg
strontvervelende (‘Fool’s Gold’) miskleunen. Met ‘My Best Friend’s
Girl’ leek het nog even de min of meer goeie richting uit te gaan,
maar deze ‘Bride Wars’ is zonder twijfel al de slechtste die ze op
haar toch al niet erg benijdenswaardige cv mag zetten.

Dat ze voor dit onding 5 (vijf!) schrijvers nodig hadden, tart
alle verbeelding. Dat vier van de vijf vrouwen waren, is dan weer
minder verrassend. Het grootste mysterie blijft echter hoe een
genre dat toch zou moeten gelden als het boegbeeld van de
vrouwenbeweging (ken uw publiek!) telkens weer zo oerconservatief
uit de hoek kan komen, met niets dan bordkartonnen typetjes,
ellenlange clichés, ultravoorspelbare plots en – vooral – een
moraal die het rollenpatroon op geen enkele manier in vraag stelt.
Mannen zijn kleine kinderen en vrouwen willen trouwen, klaar. Met
wie die grieten dan uiteindelijk voor het altaar terechtkomen,
lijkt uiteindelijk weinig belangrijk: als het hele gedoe maar
groots opgezet is, op een fabelachtige locatie en met zichzelf
volledig in the spotlight. En waarom ook niet? Mannen zijn
toch allemaal kleine kinderen.

Is het in al z’n escapistisch vertier dan een vrouwelijke
tegenhanger voor het genre van de leeghoofdige actiefilm?
Misschien, maar geef ons in dat geval toch maar de John McClanes
van deze wereld. Die hebben tenminste twéé dingen waaraan
het vehikels als deze fameus ontbreekt: zelfrelativeringsvermogen
en ontploffingen. Oké, in goéie romantische komedies (‘Stranger
Than Fiction’! ‘Eternal Sunshine’! ‘Punch-Drunk Love’! Jawel, ze
bestáán!) is dat tweede misschien zelfs niet noodzakelijk, maar
hier schoten er toch enkele bijzonder leuke
situaties door ons hoofd met niet meer dan Kate Hudson en een staaf
dynamiet in de hoofdrollen. En tout cas, als wij zeggen
dat dit een van de ellendigste, saaiste films is die wij in ons
leven hebben mogen aanschouwen, dan wilt dat, gezien de rommel die
wij al achter de kiezen hebben, wel wat zeggen.

En als u ons nu wilt excuseren, wij gaan enkele biertjes
opentrekken, onze riem losmaken en met de hand in de broek naar
‘Babes and Bullets’ kijken, waarna we morgen gaan vissen met enkele
maten, om ’s avonds naar de voetbal te gaan, zodat we ’s zondags
met een serieuze kater kunnen opstaan en de hele dag ongegeneerd
naakt in huis kunnen rondlopen, terwijl we niets doen dan
cornflakes eten en scheten laten. Zo zijn mannen nu eenmaal. Wij
kunnen ten aanzien van ‘Bride Wars’ dan ook niet anders dan
eindigen met een quote van dé man der mannen, de onnavolgbare
Gringo uit hét programma dat de seksen dichter bij elkaar brengt:
Talk to the hand, ‘cause the face don’t wanna hear it
anymore.
” Het feit dat Gringo en Ciska ondertussen getrouwd
zijn, zullen we dan maar wijselijk achterwege laten. Onze
innerlijke cynicus heeft het wel gehad voor vandaag.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in