Che Part One :: The Argentine

De manier waarop er sinds de jaren zestig een hele industrie is
ontstaan rond de herinnering aan Ernesto ‘Che’ Guevara, is
waarschijnlijk één van de meest onweerstaanbare ironieën van de
recente geschiedenis. Studenten die op hun achttiende verjaardag
een auto cadeau kregen van papa, hangen vlaggen met zijn beeltenis
op hun kot. IT-specialisten die allicht zouden doodvallen als ze
een dag zonder hun computer zouden moeten doorbrengen, dragen een
t-shirt met “Hasta la victoria siempre!” erop. You gotta love
that.
Ché, de Marxistische revolutionair en (bijgevolg)
fanatiek anti-kapitalist, is na zijn dood de spilfiguur geworden
van een miljardenindustrie. Waarom spreekt hij zo tot de
verbeelding? Misschien omdat iedereen zijn eigen fantasieën op hem
kan projecteren. De lefties van deze wereld beschouwen hem
als een held, één van de weinige idealisten die zijn dromen
effectief wist te realiseren (in Cuba dan toch). Vraag het aan de
Cubaanse bannelingen in Miami, en hij is een monster, een
gewelddadige tiran die duizenden doden op zijn geweten heeft.
Uiteindelijk is hij een mysterie – de feiten zijn grotendeels
gekend, maar hoe je die interpreteert, hangt vooral af van je eigen
politieke visie.

Daarom dat een ambitieus filmproject zoals Steven Soderberghs
‘Che’ in opzet dan ook zo interessant is. Tijdens het draaien van
‘Traffic’ in 2001, bespraken Soderbergh en acteur Benicio Del Toro
al de mogelijkheid om het leven van de Argentijnse revolutionair in
beeld te brengen. Nu, acht jaar later, is het er eindelijk van
gekomen, en het duo heeft er geen half werk van gemaakt: ‘Che’ is
een epos dat in totaal meer dan vier uur duurt, en zich
concentreert op twee belangrijke periodes uit Guevara’s leven.
Eerst zijn samenwerking met Fidel Castro om de door de Amerikanen
gesteunde dictator Batista uit Cuba te verdrijven, en daarna zijn
mislukte avontuur in Bolivië. Na een zeer lauwe ontvangst van het
volledige werk in Cannes, wordt de film nu in twee delen
uitgebracht. Deel één, ‘The Argentine’, toont ons de Cubaanse
revolutie en – hoeveel pijn het ook doet om het te moeten zeggen –
ook waarom die ontvangst in Cannes nu precies zo lauw was. Benicio
Del Toro levert immers een geïnspireerde prestatie af als Guevara
en de beelden zijn prachtig, maar veel inzicht of zelfs maar een
meeslepende verhaallijn zijn hier niet te vinden.

De structuur van ‘The Argentine’ mag er nochtans zijn:
Soderbergh en scenarist Peter Buchman gebruiken Che’s bezoek aan de
Verenigde Naties in 1964 als framework om de rest van hun
verhaal in de juiste context te plaatsen. In korrelig, expressief
zwart-wit zien we Ché een lang interview geven aan een Amerikaanse
journaliste, waarin hij de details van de Cubaanse revolutie uit de
doeken doet. Van daaruit kan Soderbergh moeiteloos de overgang
maken naar de scènes in Cuba zelf – die, om het contrast er toch
maar goed uit te laten komen, dan weer gedraaid zijn in prachtig
warme kleuren. Die structuur is al bij al niet zo opzienbarend,
maar ze wordt wel uitstekend aangewend om de complexe
gebeurtenissen (met veel personages en politieke en tactische
overwegingen) steeds duidelijk te houden. De filmmakers weten een
ingewikkeld historisch verhaal op een simpele manier uit te leggen,
wat sowieso een prestatie is die respect afdwingt.

Blijft er wel de vraag op welke manier je dat verhaal invult.
Soderbergh is altijd al een regisseur geweest met een fascinatie
voor emotioneel minimalisme. Kijk naar zijn recente films en je
ziet telkens opnieuw prenten die – aan de oppervlakte dan toch –
ijskoud zijn: ‘Solaris’, ‘Bubble’, ‘The Good German’ en ga zo maar
door. Telkens opnieuw geeft hij de voorkeur aan vormelijke
experimenten waarbij de gevoelens minder belangrijk zijn, of via
een lange omweg benaderd worden. Wellicht de voornaamste reden dat
er zo weinig volk naar die films gaat kijken. In ‘Che’ is het niet
anders: we krijgen een objectieve, haast klinische behandeling van
de feiten, waarin maar weinig ruimte is voor emoties of
psychologische uitdieping. We zien Che met zijn mannen eindeloos
door de Cubaanse jungle ploeteren (ik heb niet meer zo veel
gewandel gezien in een film sinds de laatste ‘Lord of the Rings’).
Af en toe komt het tot een schermutseling. Regelmatig rekruteren ze
leden van de plaatselijke bevolking om aan hun zijde te vechten. En
ze trekken verder. De voice-over, die vertrekt vanuit het
Amerikaanse interview, zorgt ervoor dat de betekenis van die
gebeurtenissen steeds duidelijk blijft – we begrijpen waarom Che en
zijn guerillaleger doen wat ze doen, en we krijgen zelfs inzicht in
de plannen van Castro en Guevara voor de periode na de revolutie.
Maar met al dat krijgen we nooit een blik binnenin de hersenpan van
de personages. Hun handelingen en motivaties worden enkel getoond
binnen het kader van de revolutie, en niet binnen het kader van wie
zij zijn, als individuele mensen. Wie zijn ze, wat denken ze, wat
voelen ze? Allemaal vragen die – allicht bewust – onbeantwoord
blijven, omdat Soderbergh meer bezig is met de dagelijkse
logistieke beslissingen die deel uitmaakten van de revolutie.

‘The Argentine’ gaat na een tijdje lijken op het filmische
equivalent van een academische verhandeling: het is goed
geresearched en informatief, maar het wordt nooit persoonlijk of
emotioneel. Zelfs de strijd om Santa Clara aan het einde van de
film wordt gortdroog in beeld gebracht. Op geen enkel moment buit
Soderbergh die gebeurtenissen uit voor hun sensatiewaarde – hij
bewaart te allen tijde de objectieve afstandelijkheid van een
onbetrokken waarnemer. Het gevolg is dat de regisseur er in slaagt
om aan het einde van zijn prent een gevechtscène van bijna twintig
minuten in te lassen, die toch nooit opwindend weet te worden. Net
zoals je in een geschreven verhandeling tot in de kleinste details
een oorlog kunt beschrijven zonder dat je je lezer daarmee wilt
prikkelen.

‘The Argentine’ is als film absoluut goed gemaakt. Benicio Del
Toro is magnifiek in de hoofdrol: hij laat zijn gebruikelijke
moegetergde gezicht thuis om een sterke, weerbarstige Che neer te
zetten, die opvallend positief in beeld wordt gebracht. De
fotografie (naar goede gewoonte alweer afkomstig van de regisseur
zelf, onder het pseudoniem Peter Andrews) is ronduit prachtig –
check dat shot bij valavond, waarin Che na enkele mislukte pogingen
een gebouw de lucht in laat blazen met een bazooka! En ook de
muziek, die nochtans spaarzaam wordt gehanteerd, is erg
krachtig.

Soderbergh heeft hier precies de film gemaakt die hij wilde
maken – ik vrees alleen dat het niet de film is die ik wilde zien.
‘The Argentine’ is zo bekwaam in elkaar gestoken, en er zit zoveel
intelligentie achter, dat het oneerlijk zou zijn om het een slechte
film te noemen. Maar de emotionele link blijft helemaal achterwege,
waardoor je er na pakweg een uur al genoeg van hebt.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in