The Curious Case of Benjamin Button




166

Hoewel zijn naam bij het publiek allicht niet bijster bekend is,
is Eric Roth één van de meest gerespecteerde mensen in Hollywood.
Hij schreef de scripts voor successen als ‘Forrest Gump’, ‘The
Insider’, ‘Munich’ en ‘The Good Shepherd’, wat in de praktijk
betekent dat hij zijn laptop niet eens meer bovenhaalt als er niet
eerst een bedrag met zes cijfers op zijn bankerekening is gestort.
Oké, hij was ook wel één van de verantwoordelijken voor Kevin
Costners legendarische flop ‘The Postman’, maar destijds was
iedereen zo druk bezig Costner daar tot op z’n veters voor af te
fikken, dat Roth er stilletjes onderuit wist te muizen. Ik
veronderstel niet dat die titel de eerste is die hij vermeldt
tijdens conversaties. Nu is de brave man voor de vierde keer
genomineerd voor een Oscar met ‘The Curious Case of Benjamin
Button’, een nostalgische fantasie die zowel qua toon als qua
inhoud veel te danken heeft aan grote broer Forrest. “I was
born under unusual circumstances,”
horen we Brad Pitt met een
vet Zuidelijks accent zeggen op de voice-over, maar laat u niks
wijsmaken: wat de kwaliteiten van de film verder ook mogen zijn,
echt ongewoon of onvoorspelbaar wordt dit geval van Benjamin Button
nooit.

Benjamin wordt geboren in 1918, als de zoon van – jawel – een
knopenfabrikant. Zijn moeder sterft in het kraambed, en ook hijzelf
lijkt aanvankelijk geen lang leven beschoren. Zijn huid is één en
al rimpels, hij heeft glaucoom en zijn botten hebben de broosheid
van die van een tachtigjarige. Benjamin wordt door zijn radeloze
vader ten vondeling gelegd bij Queenie (Taraji P. Henson), een
vrouw die een bejaardentehuis leidt. Iedereen verwacht dat hij snel
zal sterven, maar niets is minder waar: Benjamin blijkt immers
omgekeerd oud te worden. Hoe hoger zijn leeftijd, hoe jonger hij er
uit ziet.

Met die premisse als kapstok, volgen we de avonturen van
Benjamin Button over de loop van zo’n zeventig jaar. Hij gaat in
dienst op een vissersboot, komt letterlijk in aanvaring met een
Duitse onderzeeër tijdens WO II, wordt verliefd op danseres Daisy
(Cate Blanchett) en ga zo maar door. Dat alles natuurlijk in het
licht van zijn eeuwig verjongingsproces, dat als een tijdbom onder
zijn hele bestaan tikt.

Dat verhaal werd losjes gebaseerd op een kortverhaal van F.
Scott Fitzgerald (de schrijver van ‘The Great Gatsby’), maar waar
de originele auteur vooral een komische spielerei wilde
creëren, is het Eric Roth en regisseur David Fincher duidelijk
menens. Zij hebben zowaar een bespiegeling over de vergankelijkheid
voor ogen. Door oud geboren te worden, ervaart Benjamin immers
meteen alle fysieke beperkingen van een man die al met één been in
het graf staat. Hij woont ook in een bejaardentehuis, wat inhoudt
dat hij regelmatig met de dood geconfronteerd wordt. Meer dan
eender welk ander kind begrijpt hij vanaf het begin wat er hemzelf
en alle mensen om hem heen te wachten staat. Hij weet dat alles
verloren gaat, dat alles eindig is, omdat hij daar letterlijk mee
is opgegroeid. De toekomst en de manier waarop je de wereld verlaat
– dingen waar de meeste mensen alleen naar kunnen raden – neemt hij
vanaf zijn vroegste jaren mee.

Dat thema klinkt ongelooflijk deprimerend, maar geen zorgen, dit
is en blijft Hollywood. Roth weet in zijn script een toon te vinden
die sterk doet denken aan de gevangenisfilms van Frank Darabont,
‘The Shawshank Redemption’ en ‘The Green Mile’. In plaats van boos
of bang te worden bij de gedachte aan een eeuwig aanwezige dood,
krijgen we een rustige, filosofische aanpak, die wordt samengevat
in de slagzin: “You can be as mad as a mad dog at the way
things went. You could swear, curse the fates, but when it comes to
the end, you have to let go.”
Een citaat dat ongeveer tien
keer wordt herhaald in de film, opdat we toch maar zouden begrijpen
dat het echt wel belangrijk is. Een mens wordt geboren en een mens
sterft – al wat daar tussenin zit, is een bonus.

Voor Eric Roth is ‘Benjamin Button’ dus eigenlijk business
as usual.
Een ‘Forrest Gump’-achtig verhaal over een vreemd
leven waar we allemaal een moraallesje naar keuze uit kunnen
trekken. Voor David Fincher daarentegen is dit één van zijn meest
atypische films. De maker van beenharde, vaak cynische prenten als
‘Seven’ en ‘Fight Club’ lijkt hier een gigantische chill
pill
te hebben genomen en bekijkt het leven misschien nog net
niet door een roze bril, maar dan toch zeker door een lichtpaarse.
Ik had op voorhand niet durven voorspellen dat Fincher ooit zo
positief uit de hoek zou komen. Het zal dan ook wel geen toeval
zijn dat de regisseur uitgerekend voor deze, zijn meest
toegankelijke en conventionele film, eindelijk al die prijzen
krijgt die hij al lang verdiende voor zijn vorige projecten (of er
toch minstens voor genomineerd wordt, waarna Danny Boyle er mee
gaat lopen voor Slumdog Millionaire’).

De hardcore Fincher-fans – te herkennen aan de
director’s cut van ‘Zodiac’ en ‘Alien 3′ in hun
dvd-collectie – zijn misschien begrijpelijk teleurgesteld dat de
filmmaker ditmaal zo’n softe prent heeft gedraaid, maar beoordeeld
op z’n eigen voorwaarden, is ‘Benjamin Button’ geen slechte cinema.
Het verhaal wordt meeslepend verteld, de dik twee en een half uur
glijden zachtjes voorbij, de acteurs doen het goed en hier en daar
– ik ben een watje, ik beken! – zit er ook echt wel een
aangrijpende scène tussen. Benjamin die met de vrouw van zijn leven
naar een feestje gaat en daar wordt aanzien voor haar grootvader,
zodat hij stilletjes de aftocht blaast – pijnlijk en mooi
tegelijk.

Bovendien is Fincher nog steeds zijn visuele flair niet
verloren. De speciale effecten – vooral een meterhoge, zwaar
verrimpelde versie van Brad Pitt als bejaarde kleuter tijdens het
eerste half uur van de film – zijn fenomenaal, en niemand hoeft de
regisseur nog te vertellen hoe hij een actiescène in beeld moet
brengen (dat gevecht met de duikboot!) of een kleurenfilter moet
gebruiken (die sepiatinten!). De visuele stijl van ‘Benjamin
Button’ is duidelijk verwant aan die van Jean-Pierre Jeunet in
‘Amélie’ en ‘Un Long Dimanche de Fiancailles’ en moet daar zeker
niet voor onderdoen.

Maar ook daar bots je weer op het fundamentele probleem van deze
‘Benjamin Button’: het is goed gedaan, maar origineel is nog iets
anders. Fincher en Roth hebben hier een oerklassieke Hollywoodfilm
in elkaar gestoken, waarin milde levenslessen gekoppeld worden aan
een kabbelende verhaallijn en een netjes afgelikte fotografie. En
da’s prima, maar let’s face it: de opwinding van
knetterende in your face-stukjes cinema als ‘Seven’,
‘Fight Club’ en zelfs (zij het in een ander opzicht) ‘Zodiac’ is
hier ver te zoeken.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in