Der Baader Meinhoff Komplex




De Vlaamse film heeft het het voorbije jaar
absoluut niet slecht gedaan, met kassuccessen als ‘Loft’ en
interessante projecten als ‘(N)iemand’ en ‘Linkeroever’. Het wordt
zelfs weer sociaal aanvaard om naar films van eigen bodem te gaan
kijken, en hoe lang is dàt al niet geleden? Maar als we heel even
een suggestie mogen doen (en natuurlijk mogen we dat): doe wat de
Duitsers doen, dames en heren regisseurs, en plunder dat recente
verleden van ons. Take your pick: we hebben de Bende van
Nijvel gehad, meer politieke schandalen dan je in je leven verfilmd
krijgt en ga zo maar door. Allemaal onderwerpen waar je perfect
boeiende cinema van kan maken. Sinds de eeuwwisseling lijken ze in
Duitsland alvast niets anders te doen dan dat soort films te
produceren, en met ongelooflijk succes: de Tweede Wereldoorlog
(‘Der Untergang’, ‘Sophie Scholl’) en de Koude Oorlog daarna (‘Das
Leben der Anderen’, ‘Goodbye Lenin’), werden toegankelijk,
spannend, fascinerend maar smaakvol gebruikt als basis voor drama’s
die wereldwijd succesvol waren en zelfs oscarnominaties kregen. Met
‘Der Baader Meinhoff Komplex’ is het weer raak. Het onderwerp – de
extreem-linkse terroristische organisatie Rote Armee Fraktion –
past alweer perfect in die tendens om de trauma’s van het verleden
op pellicule te zetten. En opnieuw krijgen we een krachtige
oplawaai van een film, die een relevant verhaal weet te vertellen
op een opwindende manier. Ja, die Duitsers…

De prent begint in de late jaren zestig. Ulrike Meinhoff
(Martina Gedeck) is een linkse columniste die in haar teksten
regelmatig te keer gaat tegen de Duitse regering. Het feit dat er
Amerikaanse basissen in West-Duitsland worden getolereerd in volle
Vietnamoorlog, de relaties die er worden onderhouden met
repressieve regimes en het harde optreden tegen linkse
manifestanten en organisaties, leiden haar tot de conclusie dat ze
leeft in een “rechtse politiestaat”. Haar kritiek beperkt zich
aanvankelijk tot harde woorden in haar columns, maar na de
moordaanslag op communistisch leider Rudi Dutschke in 1968
evolueert ze langzaam maar zeker in de richting van het geweld. Ze
komt in contact met Andreas Baader (Moritz Bleibtreu) en zijn
vriendin Gudrun Ensslin (Johanna Wokalek), de leiders van het jonge
RAF. In minder dan geen tijd bombarderen ze samen Amerikaanse
basissen, overvallen ze banken (want die financieren de
onderdrukking van het volk) en blazen ze ook privébedrijven de
lucht in. Meinhoff dient als woordvoerster van de organisatie, die
in de pers al snel de naam “Baader Meinhoff” krijgt.

Die hele geschiedenis is van nature filmisch – bomaanslagen,
overvallen, ontvoeringen, vliegtuigkapingen en ga zo maar door – en
als er één ding is dat je regisseur Uli Edel moet nageven, dan is
het wel dat hij het sensationele van het gegeven volledig uitbuit.
‘Baader Meinhoff’ is naar verluidt de duurste Duitse film ooit, en
dat zie je. De prent zit afgeladen vol met actiescènes, die
opwindend maar overzichtelijk in beeld worden gebracht (Edel laat
de shaky cam goddank achterwege). De regisseur vatte zijn
film misschien op als een geschiedenisles, maar dan in ieder geval
één die wordt gegeven door de hipste leraar van de hele school.
‘Baader Meinhoff’ sjeest door de gebeurtenissen van die tijd heen
aan een rotvaart en slaagt er in om op bijna twee en half uur tijd
geen enkel dood moment te bevatten. Er is altijd wel de volgende
aanslag, de volgende ontsnappingspoging uit de gevangenis, de
volgende crisis om naartoe te gaan. Dit is German history – the
rock and roll edition,
die de nadruk meer legt op emotie en
energie dan op analyse.

Die energie en dat door eindeloze actie opgedreven tempo zijn
tegelijk de grote zegen én de vloek van de film. Enerzijds zal het
een straffe zijn die kan ontkennen dat ‘Baader Meinhoff’
meeslepende cinema is, met schitterend geënsceneerde actiescènes
(de gijzeling van de Duitse ambassade in Stockholm knettert van de
drive, maar tóch blijft het voor de kijker perfect
duidelijk wat er aan het gebeuren is). Maar anderzijds moet Uli
Edel ook heel wat diepgang opofferen. Ga maar na: op nauwelijks 150
minuten moeten de regisseur en scenarist Bernd Eichinger de context
van de sociale onrusten van eind jaren zestig uitleggen, tonen hoe
Meinhoff kennis maakt met Baader en zijn groep, hun terroristische
aanslagen tonen, laten zien hoe ze gepakt worden en welke pogingen
de tweede generatie RAF-leden ondernamen om hen vrij te krijgen.
Dat is een immense hoeveelheid historisch materiaal, zelfs voor een
relatief lange film. De manier waarop Edel en Eichinger dat er
allemaal in willen proppen geeft de prent zeker en vast zijn
energie – ze hebben gewoon absoluut geen tijd om te lang stil te
blijven staan – maar het berooft hem ook van een deel van zijn
diepgang. Veel komen we over de personages niet te weten. De enigen
die een klein beetje worden uitgediept, zijn Baader en Meinhoff
zelf. Meinhoff is een gefrustreerde bourgeois-madam die
barst van de zelfwalging en daarom (eerst in haar schrijven, daarna
in haar daden) op zoek gaat naar het andere extreme. Baader en zijn
vriendin Ensslinn daarentegen, lijken eerder te kicken op het
gevoel cowboys te zijn. Ze genieten van het gevaar en de roem die
ze uiteindelijk krijgen in de pers – hun politieke motivaties
lijken eerder een nagedachte. Of beter, een motief om zichzelf
buiten de wet te kunnen stellen en zich het air te kunnen aanmeten
van iets anders dan simpele criminelen.

Voor de rest krijgen we nauwelijks achtergrond bij de personages
– heel wat figuren worden bij manier van spreken opgevoerd, laten
een bom ontploffen en verdwijnen daarna weer. Zelfs de namen van de
“tweede generatie” RAF’ers, die actief zijn terwijl de stichtende
leden achter de tralies zitten, worden nauwelijks vermeld. Edel
biedt een heel breed overzicht van wat er gebeurde tussen ’67 en
’77, en zorgt ervoor dat de kijker altijd blijft begrijpen wat er
gebeurt en waarom (zelfs als je niet specifiek veel voorkennis over
het verhaal hebt), maar veel psychologie of individuele
achtergrondverhalen moet je niet verwachten.

Waar Eichinger en Edel inhoudelijk wél een interessant punt
scoren, is met het personage Horst Herold (Bruno ‘Adolf’ Ganz), de
topman van de federale politie die achter het RAF aangaat: een
humane kerel die zijn staf probeert duidelijk te maken dat
repressie alleen niet voldoende is. “We moeten durven erkennen dat
de terroristen een reden hebben om te doen wat ze doen. En die
motivaties moeten we aanpakken.” Het geweld van Baader-Meinhoff
wordt nergens goedgepraat, maar er wordt wel gepleit voor de
theorie dat terrorisme niet zomaar uit het niets komt en bij z’n
oorzaak moet worden bestreden. Had iemand die Herold een paar jaar
geleden niet naar Amerika kunnen sturen?

Hoe dan ook: echt diep graaft ‘Der Baader Meinhoff Komplex’
niet. We krijgen een overzicht in vogelvlucht van een boeiend
hoofdstuk uit de Duitse geschiedenis, meer niet. Maar als stukje
cinema kan dit tellen: er zit een razende energie achter, het werd
uitstekend gefilmd en gemonteerd, en de acteurs (die in sommige
gevallen akelig op de echte personen lijken, Google maar eens)
leveren stuk voor stuk prima prestaties. Speciale vermelding voor
Johanna Wokalek, die Ensslin speelt en die je op sommige momenten
bijna schrik zou doen krijgen met haar intensiteit.

De gemiddelde stoffige geschiedenisprofessor zal hier
waarschijnlijk wel op neerkijken, maar let’s face it, wat
kennen die nu van cinema? Wie op zoek is naar een stevige film,
weet wél waar naartoe.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in