Heavy Metal in Baghdad

“Ik ben klaar om te sterven. Ik geloof in het lot. Als het tijd is om te gaan, dan zal ik gaan”, aldus Firas, bassist van Acrassicauda. Het is een bloedstollend antwoord die de vraag in zijn alledaagsheid doet verbleken. Of het wel oké is een Slipknot-T-shirt te dragen in Irak. Enkel als het tijd is om te gaan, zo blijkt.

In november 2003 trok MTV News-journalist Gideon Yago naar Irak om de Amerikaanse invasie te verslaan. Hij ontmoette er de band Acrassicauda, vier jonge metalheads die leefden op een dieet van Slayer, Metallica en Mayhem. Ze droomden ervan ooit met Ozzfest mee te touren en een plaat op te nemen. De val van het autoritaire regime van Saddam ging hen daarbij helpen, zo leek het toch. Yago pende voor Vice-magazine hun verhaal neer.

Filmmakers Eddy Moretti en Suroosh Alvi besloten Acrassicauda in Bagdad op te zoeken. De documentaire opent met beelden van de makers die zich in kogelvrije vesten tooien. Het belooft geen plezierreisje worden. Ze worden toevertrouwd “voorbeid te zijn te allen tijde beschoten te kunnen worden”. Voor 1500 dollar per dag hebben ze wel een bewakingsbedrijf ingehuurd om hen op uitstappen te vergezellen: twaalf gewapende mannen en een kogelvrije SUV incluis.

Moretti en Alvi brengen hun bezoek op het hoogtepunt van de vijandelijkheden in augustus 2006. Met de relatieve vrede na de Amerikaanse bevrijding is dan al met enkele welgemikte mortierschoten en bomaanslagen komaf gemaakt. De burgeroorlog is volop aan de gang. Een eerdere poging van de twee documentairemakers om Irak binnen te raken was op niets uitgedraaid. Ze hoopten een concert van de band in het Al Fennar-hotel bij te wonen. Door een bomaanslag raakten ze Irak echter niet binnen. Bevriend Deens fotojournalist Johan Spanner sprong in en maakte beelden en interviews.

Als Moretti en Alvi eindelijk Irak binnen raken, is de spilfiguur van de band — virtuoos gitarist Tony — al naar Syrië gevlucht. Niet zonder reden: bassist Firas en gitarist/zanger Faisal getuigen hoe het leven een absolute nachtmerrie is geworden. Hun oefenruimte is vernietigd door een raketaanval. Het merendeel van de fans die present tekenden op het concert in het Al Fennar-hotel is noodgedwongen naar het buitenland gevlucht of omgekomen.

Het leven van enkele jonge Iraakse metalheads wordt boeiend op film vastgelegd. Net als hun Westerse tegenhangers hoopten ze ooit van hun muziek te kunnen leven. Ettelijke raketaanvallen en bomaanslagen later is overleven echter zoveel belangrijker geworden. Getuigenissen van de bandleden weten dat gevoel goed te vertalen. De wanhoop en onmacht zijn haast tastbaar.

Vervelend is wel dat de makers verder gaan dan louter het registeren van al die menselijke ellende. Door twee concerten en een studio-opname voor de band te organiseren, gaan ze zelf het verhaal maken. Het is schijnbaar eigen aan de participerende vorm van journalistiek die Vice cultiveert. Het verhaal van de verschillende bandleden staat echter ook zonder de geprefabriceerde evenementen nog steeds als een huis. Volstrekt overbodig zijn ook de sensatiebeluste uitstapjes van de makers in Bagdad. Even tonen wat ze durven, het draagt weinig tot het verhaal bij.

Heavy Metal in Baghdad is geen groots werkstuk maar hoeft dat ook niet te zijn. Verwacht geen uitgebreide achtergrond, geen politieke analyse of zelfs geen coherent verhaal. Het is een beklemmende momentopname van een heavy metal-band in een heay metal-wereld.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in