Tropa de Elite




Niet dat u er veel van gemerkt zult hebben – Brazilië ligt
immers nogal ver van hier – maar ‘Tropa de Elite’ is waarschijnlijk
één van de meest controversiële films van de voorbije twee jaar. In
z’n thuisland werd dit actie-drama van José Padilha de meest
succesvolle film van 2007 (er werden drie miljoen illegale kopieën
verkocht nog voordat de prent zelfs maar in de zalen kwam) en in
Berlijn ging hij met de Gouden Beer aan de haal. Maar de afbeelding
van politiebrutaliteit in de favela’s van Rio de Janeiro leidde ook
regelmatig tot beschuldigingen dat de regisseur geweld zou
verheerlijken (of op z’n minst vergoelijken) als middel voor
ordehandhaving. In bepaalde hoeken werd zelfs de term “fascisme”
bovengehaald. En hoewel je natuurlijk voorzichtig moet zijn met die
woorden (destijds beschreven ze ‘Fight Club’ ook als fascistisch,
wat meteen leidde tot één van de meest verkeerd begrepen films van
de late jaren negentig), is er in dit geval toch iets van aan. De
manier waarop superflikken genadeloos toeslaan in de van
drugdealers vergeven krottenwijken zal in ieder geval met een
bijzonder goedkeurende blik bekeken worden door het slag volk dat
ook hier een zero tolerance-beleid propageert.

Rio de Janeiro, 1997. Kapitein Nascimento (Wagner Moura) is een
agent van BOPE, een eliteteam dat getraind is om orde op zaken te
stellen in wijken waar de gewone politie niet meer durft te komen.
Gekleed in het zwart met een bad-ass doodskop als insigne,
gaan ze de drugdealers met alle geweld te lijf: ze schieten eerst
en stellen dan vragen aan wie er toevallig nog leeft, waarbij ze
creatief gebruik maken van plastic zakken, loden pijpen en in één
geval zelfs een bezemsteel die ze ergens willen steken waar een
bezemsteel doorgaans niet thuis hoort. Nascimento’s vrouw staat
echter op bevallen, zodat hij zich steeds meer verplicht voelt om
een opvolger te vinden die “de oorlog” in zijn plaats verder kan
zetten. Uit de weinige niet-corrupte politieagenten kiest hij twee
kandidaten: Neto (Caio Junqueira), een niet bijster intelligente
maar integere kracht, en André (André Matias), een idealistische
flik die in z’n vrije tijd rechten studeert, maar al snel
gedesillusioneerd raakt door de zelfingenomenheid en hypocrisie van
zijn medestudenten.

“Ofwel ben je corrupt, ofwel maak je deel uit van de oorlog,”
zegt Nascimento aan het begin van de film op de voice-over. En
daarmee komen we al snel aan de redenen van de beschuldigingen van
fascisme terecht. ‘Tropa de Elite’ wordt exclusief verteld vanuit
het perspectief van Nascimento, een ijzervreter met een wel heel
simplistische kijk op de wereld. Drugdealers maken het leven in Rio
ondraaglijk en verdienen het dus om te sterven. De gewone flikken
zijn corrupt en dus geen haar beter dan de dealers. Wat er dan nog
over blijft, zijn de enkelingen die actie durven ondernemen – de
elitetroepen van BOPE dus – en die moeten bijgevolg alle ruimte
krijgen om te handelen zoals zij dat willen. Met geweren, loden
pijpen en bezemstelen als dat nodig is.

Dat is in ieder geval de visie van Nascimento, en het is door
zijn ogen dat we de hele film volgen. Andere vormen van authoriteit
worden geridiculiseerd: studenten rechten die het harde optreden
van BOPE bekritiseren, zijn salonliberalen die geen flauw idee
hebben hoe de wereld écht in elkaar steekt en ondertussen de
drugdealers mee financieren door hun eigen marihuanagebruik. De
enigen die – voor zover we het zien in deze film – ook maar iéts
weten te realiseren tegen het criminaliteit- en drugprobleem, zijn
de BOPE-agenten. Al de rest is op z’n best blind voor de
werkelijkheid en staat anders gewoon aan de verkeerde kant van de
oorlog. Volgens die visie is het brute geweld van de agenten dan
ook perfect gerechtvaardigd: het is het enige dat nog iets
uithaalt.

Is dat een fascistisch standpunt? Misschien niet, maar het is
zeker wel een rechts-reactionaire manier van denken, die niet
zoveel verschilt van het discours dat bepaalde politieke partijen
ook in België voeren: zero tolerance, harde aanpak en ga
zo maar door, ook al betekent dat dan dat je bepaalde rechten in
het gedrang moet brengen.

Blijft er de vraag of je de verteller van het verhaal
(hoofdpersonage kapitein Nascimento) ook moet vereenzelvigen met de
filmmaker. Het is immers niet omdat het vertellend personage iets
denkt, dat de regisseur het daarom ook denkt. Het probleem is
echter dat José Padilha nergens signalen naar zijn publiek geeft
dat hij niét akkoord zou zijn met zijn personage. Hij geeft ons
nergens een nevenfiguur of een situatie die het gedachtengoed van
Nascimento zou kunnen doorprikken, en aan psychologisering doet hij
ook al niet mee. De drugdealers zijn geen personen, maar gewoon
onverbeterlijk tuig, punt uit. De BOPE-agenten zijn
hard-asses die vrijwel uitsluitend gedefinieerd worden
door hun beroep. Nascimento’s relatie met zijn vrouw is zowat de
enige poging tot uitdieping van een personage die er in de hele
film wordt ondernomen, maar ook dat is uiteindelijk maar een mager
beestje. We krijgen nergens een teken dat de regisseur de
denkbeelden van Nascimento in een ruimere context wilt plaatsen of
wilt bekritiseren. Het idee dat grof geweld gerechtvaardigd is om
law and order te herstellen, wordt nergens op een
geloofwaardige manier in vraag gesteld.

Los van de politieke tendensen van het script, is ‘Tropa de
Elite’ zeker een goed gemaakte film, die aan een hels tempo voorbij
sjeest en naar het einde toe een intensiteit weet op te bouwen die
gegarandeerd iedereen meesleept. Je wilt soms je neus dichtknijpen
omdat de prent inhoudelijk lichtjes stinkt naar extreem-rechts,
maar het zal een straffe zijn die kan beweren dat hij niét
gefascineerd was. Blijft er wel het probleem dat de stilistiek van
de film van a tot z gejat is van het veel betere ‘Cidade de Deus’.
Niet alleen is ‘Tropa de Elite’ thematisch een tegenhanger van
Fernando Meirelles’ film (dezelfde setting en problematiek, maar
dan bekeken vanuit het standpunt van de flikken), maar ook krijgen
we een quasi-identieke cameravoering – één en al handgehouden,
schokkerige shots – én een haast constante voice-over.

Op die manier profileert ‘Tropa de Elite’ zich op alle vlakken
als het zwakkere broertje van ‘Cidade de Deus’. Waar de
beeldvoering in ‘Cidade’ meestal rauw was, maar hier en daar toch
een poëtisch momentje toeliet, wentelt ‘Tropa de Elite’ zich in
zijn eigen vunzigheid. Waar de voice-over in ‘Cidade’ op een knappe
manier hielp om de beelden te versterken, dient hij hier om een
schijn van samenhang te geven aan wat uiteindelijk een vrij
incoherent script is. Waar het geweld in ‘Cidade’ tragisch en
afschuwelijk was, wordt het hier gerechtvaardigd en op een
prikkelende manier gepresenteerd (‘Tropa de Elite’ laat zich
bekijken als een actiefilm.) En wat nog het belangrijkste is: waar
‘Cidade de Deus’ een erg menselijke, geloofwaardige blik bood op
het leven in de favela’s, met ruimte voor humor en tederheid naast
de gruwel van het geweld, kiest ‘Tropa de Elite’ volop voor
makkelijk, reactionair nihilisme: de stad is verloren, dus er is
nog maar één oplossing: kill ‘em all, let God sort ‘em
out.
‘Cidade de Deus’ was een film die vragen opriep over een
problematiek en probeerde om een paar antwoorden aan te reiken.
‘Tropa de Elite’ denkt de antwoorden gevonden te hebben in de
rokende loop van een geweer.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in