Of Montreal :: Skeletal Lamping

Polyvinyl, 2008

Als je als 34-jarige blanke Amerikaan beweert dat je naam Georgie
Fruit is, dat je een transseksuele zwarte man van eind de veertig
bent en dat je bovendien meerdere geslachtsoperaties onderging ben
je: a) knettergek en schizofreen of b) frontman van Of Montreal.
Kevin Barnes lijkt beide te zijn.

Of Montreal bestaat al meer dan tien jaar en ontstond bij de
laatste stuiptrekkingen van de Elephant 6-beweging. Maar de band
rond Barnes moest wachten tot 2007 voor ze een ietwat grotere
doorbraak kende met het magistrale ‘Hissing
Fauna, Are You The Destroyer?
‘, zonder twijfel één van de
leukste albums van de afgelopen jaren. De poppy indierock van
eerdere albums kreeg een stevige shot minder voor de hand liggende
invloeden ingespoten als synth pop, disco, electro en glamrock. Dit
stond in hevig contrast met de teksten, die vaak inktzwart en
behoorlijk sarcastisch en ironisch waren. Want ‘Hissing Fauna’ was
een break-up album, het soort album waar getokkelde mineurakkoorden
meestal troef zijn.

Of Montreal danste op ‘Hissing Fauna’ op een verbluffende manier op
het slappe koord tussen absolute kitsch en geniale pop. Maar dansen
op koorden is gevaarlijk en met ‘Skeletal Lamping’ smakt Of
Montreal genadeloos hard tegen de grond. In de eerste drie songs is
het Barnes’ alter-ego Georgie Fruit die het hoge woord voert: waar
op eerdere albums de teksten soms over de top waren, slaagden ze er
steeds in om grappig en intelligent over te komen, maar op
‘Skeletal Lamping’ slaat de wijzer vervaarlijk door naar ‘over de
top’ zonder meer. Of wat dacht u van tekstflarden als “I’m
just a black she-male/And I don’t know what you people are all
about”
of “We can do it softcore if you want/But you
should know I take it both ways”
. Gecombineerd met de
electro-synth pop helt dat vervaarlijk over naar Sciscor Scisters
en andere happy gays.

Pas op het vierde nummer van het album lijkt Georgie Fruit zich
terug te trekken en komt Kevin Barnes terug naar boven in ‘Touched
Something’s Hollow’, een song die rechtstreeks uit de Abbey
Road-school komt. De uitzinnige roze sfeer verdwijnt en zowaar gaat
het niveau van de lyrics weer de hoogte in. Barnes toont weer
scherpte in ‘Women’s Studies Victims’, waar hij heerlijk de draak
steekt met feministische students (“She took me home then spit
in my drink/She spoke of Germaine Greer and Friedan /I don’t know
what to think/I took her standing in the kitchen/Ass against the
sink”
).
Maar de spoeling blijft dun. Dit is een album dat zowel lijdt onder
te veel ideeën als onder bloedarmoede: de eerste drie Georgie
Fruit-nummers zijn een drukte van jewelste, met enkele goede
ideeën. Zo steekt het refrein met verassende distortion in
‘Nonpareil of Favor’ mooi af tegen de glamsfeer van het nummer.
Maar dan wordt er halverwege het nummer nog een ander idee
bijgesleurd dat eigenlijk gewoon overbodig is. Dat is nu net het
probleem: de hoeveelheid aan ideeën en sprongen bij het
openingstrio geeft de indruk dat de nummers niet meer dan
aaneengeplakt e stukjes zijn. Dat kan best wel werken, luister maar
naar The Fiery Furnaces, maar als het niet perfect zit, loopt het
in het honderd.
Maar waar de eerste drie nummers lijden onder de overdaad, heeft de
rest van het album vooral last van bloedarmoede: het is niet
bijster origineel, de riffs slaan niet aan of de ideeën klinken te
embryonaal.

In de huidige muziekwereld ben je haast verplicht om constant de
spotlights te halen, zeker als het vorige album het goed deed. Er
heerst dan ook een sterk gevoel dat ‘Skeletal Lamping’ te snel
gebracht is en meer rijping kon gebruiken. Of Montreal doet een
eerder halfslachtige poging om verder te bouwen op het bejubelde
‘Hissing Fauna’ maar dat levert een mak en vrij ongeïnspireerd
album op. Een Kevin Barnes met liefdesverdriet is blijkbaar meer
geïnspireerd dan een Barnes met een broek vol goesting.

www.ofmontreal.net
www.myspace.com/ofmontreal

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in