Frost/Nixon




In de aanloop naar de recente presidentsverkiezingen deed
regisseur en voormalig acteur Ron Howard iets waarvan hij op
voorhand gezworen had dat hij het nooit nog zou doen: hij hernam
zijn doorbrakrol als Richie Cunningham uit ‘Happy Days’ (na zo’n
kleine 40 jaar!) om samen met The Fonz de noodzaak aan verandering
in de vorm van ene Barack Obama te bespreken. Howard geneerde zich
openlijk voor het filmpje (en terecht), maar was gelukkig
ondertussen ook bezig zijn politieke engagement op een heel wat
waardiger manier aan te tonen. Zijn nieuweling, ‘Frost/Nixon’, is
een fascinerende dramatisering van het roemruchte interview dat
David Frost in 1977 afnam van ex-president Richard Nixon, en zonder
meer zijn beste film sinds ‘Apollo 13’. Misschien zelfs van zijn
hele carrière.

In 1974 wordt Richard Nixon de eerste Amerikaanse president om
vrijwillig ontslag te nemen, als een direct gevolg van het
Watergateschandaal. Nixon zou persoonlijk betrokken zijn geweest in
een poging om in te breken in het hoofdkwartier van de
Democratische partij, en achteraf in pogingen om alles in de
doofpot te stoppen – tapes van gesprekken in het Witte Huis bewezen
dat haast onomstotelijk. Na zijn ontslag verleende nieuwe president
Gerald Ford hem volledige amnestie – Nixon trok zich terug in zijn
villa aan het Californische strand, algemeen beschouwd als een
blamage voor het land.

Enkele jaren later werd hij benaderd door David Frost, een
showbizz-journalist die tot dan toe niets anders had gedaan dan
filmsterren interviewen. Frost wilde zijn carrière een nieuwe
richting in sturen door een lang diepte-interview met Nixon te
houden waarin geen enkel onderwerp taboe was, inclusief Watergate.
Niemand geloofde in hem – de “serieuze” politieke journalisten
lachten hem weg als een watje en de entourage van Nixon was er van
overtuigd dat de ex-president moeiteloos over hem heen zou walsen.
Maar dat pakte dus anders uit. Na enkele moeilijke eerste sessies,
wist Frost Nixon zowaar in een hoek te drijven en hem dichter bij
een schuldbekentenis te krijgen dan iemand anders ooit gelukt
was.

Dat alles wordt verteld in een erg strakke film, die op geen
enkel moment z’n focus verliest. Het scenario van Peter Morgan,
gebaseerd op zijn eigen toneelstuk, bevat nauwelijks overbodige
informatie en er is niets dat twee keer wordt uitgelegd. In die zin
is ‘Frost/Nixon’ duidelijk in eerste instantie gemaakt voor een
Amerikaans publiek, dat al op de hoogte is van de historische
context. Tijdens de eerste minuten van de film geeft Ron Howard ons
een montage van archiefbeelden (waar Frank Langella, die Nixon
speelt, opvallend overtuigend werd in verwerkt), die dient om de
algemene achtergrond te plaatsen. Maar die is zo kort en
rudimentair dat iedereen die niet weet waar Watergate over ging of
die niet op de hoogte is van de White House tapes en de 18
minuten stilte daarop, gaandeweg wel eens moeite zou kunnen krijgen
om alles precies te volgen. Dat is geen kritiek op de film: Howard
en Morgan gaan simpelweg uit van een geïnformeerd publiek, dus zorg
dat je daarbij hoort.

Het hart van de film ligt echter in de confrontatie tussen twee
mannen die duidelijk aan elkaar gespiegeld worden: enerzijds Nixon
de eeuwige underdog, die altijd met een “arme ik”-syndroom
is blijven zitten omdat hij uit een arm gezin kwam en door zijn
religieuze ouders een oneindig schuldgevoel kreeg aangepraat. De
Nixon van deze film is een psychologische masochist: iemand die
niets de moeite waard vindt tenzij hij ervoor heeft moeten véchten,
iemand die wil afzien om iets te bereiken en minachting
voelt voor wie niét afziet. Anderzijds is David Frost de
glitzy, oppervlakkige, gladde mediaman die evenzeer een
gevecht voert tegen de algemene perceptie van zichzelf. Hij
riskeert alles (Frost stak al zijn eigen geld in de interviews) om
toch maar te bewijzen dat hij een echte journalist is.

In tegenstelling tot Oliver Stone’s ‘Nixon’ laat Ron Howard de
echte psychoanalyse echter achterwege. De inzichten in het
gedachtenproces van beide mannen beperken zich tot slechts een paar
scènes, inclusief een bezopen telefoongesprek dat Nixon voert met
Frost, waarin hij tekeer gaat tegen “de elite” die altijd op hem
heeft neergekeken. Howard is wel geïnteresseerd in de mentaliteit
die schuilging achter een president die zich niet wilde en – vooral
– niet kón verontschuldigen voor zijn misdrijven, maar concentreert
zich nog veel meer op de verbale en mentale boksmatch tussen hem en
Frost.

En dat is verdorie een boeiende boksmatch: het belang van taal
in deze film is enorm, en Peter Morgan weet die eufemistische
politieke taal perfect te vatten. Wanneer Frost spreekt over
“misdaden”, heeft Nixon het over “fouten”. En wanneer Nixon op de
spits wordt gedreven door Frost en dreigt om gewoon een volledig
mea culpa te slaan, adviseert zijn stafchef Jack Brennan
(Kevin Bacon) hem om geen “emotionele onthullingen” te doen. Taal –
de manier waarop een kritische vraag wordt gesteld, beantwoord of
ontweken – wordt hier aangevoerd als misschien hét machtigste wapen
uit het arsenaal van zowel een journalist als een politicus.

Klinkt dat als een spannende film? Je zou er nog van opkijken.
De geconcentreerde aanpak van Ron Howard – er zit echt geen scène
te veel in de film – en de claustrofobische sfeer van de interviews
zelf, zorgt voor meer spanning dan er in heel zijn verfilming van
‘The Da Vinci Code’ te vinden was. Howard en Morgan laten ook geen
gelegenheid onbenut om de hoge inzet van de interviews voor Frost
te benadrukken – als dit een flop was geworden, had Frost zijn hele
carrière vaarwel kunnen zeggen. Om nog te zwijgen van het feit dat
hij bankroet was geweest. Je ziet uiteindelijk twee wanhopige
mensen tegenover elkaar zitten – de één wanhopig om zijn carrière
niet kapot te zien gaan, de ander om zichzelf goed te praten
tegenover het Amerikaanse volk en zichzelf.

Frank Langella en Michael Sheen speelden Nixon en Frost al op
het toneel, en hernemen hier hun rollen. Langella heeft uiteraard
de meer spraakmakende rol als Nixon (een oscarnominatie lijkt haast
vanzelfsprekend), en belichaamt de man fantastisch. Ik zou geen
vergelijking willen maken tussen zijn prestatie en die van Anthony
Hopkins in ‘Nixon’, maar de race zou behoorlijk spannend zijn. Het
beste compliment dat ik hem kan geven, is dat ik na ongeveer een
half uur oprecht vergat dat ik naar een acteur aan het kijken was.
Michael Sheen wordt vaak vergeten in het gedrang om Langella toch
maar te bewierroken, maar hij is eveneens fantastisch als David
Frost – uiteindelijk is hij ons emotioneel toegangspunt tot de hele
film. Langella mag de show stelen terwijl Sheen twee uur lang als
een gek aan het werken is in wat ze op het toneel een work
horse part
noemen: een belangrijke rol die absoluut
noodzakelijk is voor het stuk en dan ook absoluut perfect gespeeld
moet worden, maar die nooit zoveel aandacht zal krijgen als de
anderen, omdat er geen grote gebaren aan te pas komen. Bij deze:
Sheen is uitstekend.

‘Frost/Nixon’ is een intelligente film die er in slaagt om nooit
al te zwaar op de hand te worden. Het enige dat echt niet werkt,
zijn de “interviews” met de personages die Ron Howard inlast – de
researchers van Frost (Sam Rockwell en Oliver Platt) die vertellen
hoe blij ze wel waren met het eindresultaat en dergelijke – maar
dat zien we maar al te graag door de vingers. Dit is een
fascinerende, spannende, inzichtrijke en geweldig geacteerde film.
Nu is het alleen nog wachten op de nominaties.

Om in de mood te komen: enkele hoogtepunten uit het
echte interview van David Frost met Richard Nixon

<object width=”425″ height=”344″><param name=”movie”
value=”http://www.youtube.com/v/GH8qujkk3rU&hl=nl&fs=1″></param><param
name=”allowFullScreen” value=”true”></param><param
name=”allowscriptaccess” value=”always”></param><embed
src=”http://www.youtube.com/v/GH8qujkk3rU&hl=nl&fs=1″
type=”application/x-shockwave-flash” allowscriptaccess=”always”
allowfullscreen=”true” width=”425″
height=”344″></embed></object>

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in