Oasis :: 13 januari 2009, Vorst Nationaal

Oasis is de Status Quo van deze generatie: elk album is inwisselbaar met het vorige, het vuur uit het verleden is al lang op waakvlam gezet, maar zolang de groep er af en toe de hitjes komt uitpersen, zijn we al lang tevreden. Net als kinderhanden, zijn ook die van goddeau gauw gevuld.

Is Oasis echt nog nodig? Volgens ingewijden hebben ze met Dig Out Your Soul nog eens een goeie plaat gemaakt, maar dat zeiden diezelfde fans ook al van het voorgaande Don’t Believe The Truth. En we begrijpen dat wel: zij en platenfirma SonyBMG zijn al lang blij als de broertjes Gallagher niet opnieuw met een Be Here Now of — God verhoede — Standing On The Shoulders Of Giants afkomen.

Stellen dat recente nummers als “The Meaning Of Soul” of “Waiting For The Rapture” dezelfde honger hebben als het ouder werk, is de waarheid echter geweld aandoen. Het is generische oude mannenrock van muzikanten die elke mogelijke artistieke uitdaging al jaren uit de weg gaan en zich tevreden stellen met het reproduceren van wat ze in hun jonge jaren met gusto tien keer beter deden.

En dan zwijgen we nog over ondingen als “To Be Where’s The Life”. Een zeurderige song van tweede gitarist Gem Archer, en een regelrecht pleidooi voor dictatuur. In een groep moet de beste songschrijver het hoogste woord voeren, en geen mindere goden in het spotlicht dulden. Dat is gewoon niet goed. En als tweede gitaristen daar een probleem mee hebben, dan moeten ze maar een nevenproject oprichten.

Bovendien is psychedelische muziek niets voor working class lads uit Manchester. Het zit niet in hun cultuur. Laat het dus alsjeblieft uit, zeker als je er live niets meer van weet te bakken dan toch maar weer een op zo hoog mogelijk volume geramde hoop drek. Met “To Be Where’s The Life” overspeelt Oasis stevig zijn hand. En dan kan het ons echt niet zoveel meer schelen dat die recente single “Shock Of The Lightning” best nog wel ok was.

Weet u wat?

Vergeet al het vorige. Ze zijn begonnen met “Rock ’n Roll Star”, hebben “The Masterplan”, “Slide Away”, “Cigarettes & Alcohol” en “Supersonic” gespeeld. Zelfs “Morning Glory” kwam majestueus uit de boxen gedonderd. Oasis heeft zijn hitjes laten horen, en dat is alles wat van belang is. Definitely Maybe en (What’s The Story) Morning Glory zijn twee van de meest invloedrijke platen van de jaren negentig geweest, en zouden samen al voor een killer setlist van anderhalf uur kunnen tekenen. Op zulke momenten mag een mens al lang blij zijn als hij een half optreden met van die nummers hoort. Een beetje rockjournalist kan zo voor de vuist weg tien optredens opnoemen waar hij maar wat graag een paar vroege-Oasisnummers zou horen passeren.

We waren ook een beetje vergeten wat voor wereldnummer “Wonderwall” eigenlijk is. Dat gebeurt soms als de radio iets te enthousiast is geweest; dan raak je zoiets beu en smijt je het in een hoek om er niet meer aan te denken. Tot Liam en Noel Gallagher en hun huurlingen je er nog eens aan herinneren dat ze ooit geweldige songschrijvers waren die een rechtstreeks lijntje met het collectieve hart van de Engelse natie hadden, en bij uitbreiding met iedereen in de Westerse Wereld.

Oasis mag dan al eeuwen geen interessante dingen meer gedaan hebben, tijdens zulke nummers smelten dat soort overwegingen als de sneeuw de laatste dagen: in een oogwenk. We wilden hits van deze band, en we krijgen ze. Daarbij klinken ze nog steeds even triomfantelijk als het stel jonge honden van weleer dat met veel aplomb meldde dat ze nog dezelfde avond rock-‘n-rollsterren zouden zijn.

Nog zo’n moment is “Don’t Look Back In Anger”. Er is geen mooier nummer om een euforisch samenhorigheidsgevoel op te roepen dan deze tour de force, waarvoor het charisma van Liam Gallagher — die ongetwijfeld backstage even het ego zit op te poetsen — niet eens nodig is; Noel kan zijn finest hour best in zijn eentje aan. Wàt een melodisch meesterwerk is dit nummer, wat een heerlijk meezingmoment ook weer vanavond. Alles daarna, hoe goed ook — “Champagne Supernova”! “I Am The Walrus”! — is uitbollen. Dit is het ultieme hoogtepunt waar een Oasisconcert elke keer weer in moet culmineren, net zoals een begin met “Rock ’n Roll Star” ook een verplicht nummertje was.

Ja dus: zo kunnen we nog wel eens plezier vinden in Oasis, en weet u nog eens iets? Als Herman Schueremans een waterdicht contract zou opstellen — zo eentje dat stelt dat ze anderhalf uur krijgen om minimum negentig procent werk uit die eerste twee platen te brengen — dan verdient de groep zelfs een headlinespot op Rock Werchter. Hij weet dat we het waard zijn.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in