Buurman :: Rocky komt altijd terug

Beeld u in dat Stef Bos een rockband achter zich had. Of dat die van Abel ballen hadden. Dat Stijn Meuris nooit van new wave had gehoord en conservatorium had gevolgd. Proficiat; u heeft nu een vaag idee van Buurman. En daar kunnen we geen kwaad woord over kwijt.

Nochtans is het gemakkelijk meesmuilend over Buurman te doen. ’t is zo’n typisch groepje dat ooit door wat studenten Germaanse werd opgericht, allerhande studentensongfestivals opluisterde met zijn kleinkunst-meets-rock, maar altijd wat te braaf was om door de echte hipperds goed te worden bevonden. Iets voor leraren Nederlands, quoi. At best: die van Engels. Neen, een prijs voor coolheid zal de band nooit winnen, daarvoor gaat de leeftijd te hard richting dertig en worden er te weinig zonnebrillen gedragen.

Zo’n bekrompen kijk doet deze band echter onrecht aan. Niet iedereen kan het voor distortion hebben, en een singer-songwriter kan ook mooie dingen doen met een ingetogen instrumentarium. Maar ho: ook dat is niet helemaal juist, want hoewel frontman Geert Verdickt de songleverancier van dienst is, is Buurman toch met nadruk een band. Luister maar naar het mooie arrangement van "Middellandse Zee", meteen één van de uitschieters van de eerste kant van Rocky komt altijd terug, want er wordt meteen gedebuteerd met een dubbelaar.

Verdickt is een meester in het schetsen van kleine situaties. Met "Tweehonderd gedaan, nog achthonderd gedaan/En ook nog even stilstaan in de file" begint "Middellandse Zee" en meteen zitten we mee in die "verroeste, zwarte Datsun", met de herinneringen aan een fijne vakantie in het hoofd. Ook de titelsong pakt in met zijn vage verhaal over Rocky die "te oud, te frêle gebouwd" was. En een heerlijk refrein, want deze jongens kunnen een refrein schrijven.

Uit het hart gegrepen is ook "Pas 18": vier minuten smachtend tienerverdriet van een verward hart dat weg wil van een thuis dat "wel ok" is, maar als de nacht valt in een veel te groot tweepersoonsbed, wordt het allemaal wel moeilijk. Ook sterk is "Heel fijn feest" waarin Verdickt met de cadans van "tot de op één na laatste dans wil ik graag blijven/de allerlaatste is niet meer voor mij" bewijst dat hij zinnen kan schrijven die vloeien.

En dan is er nog het hoogtepunt. Het mag geen wonder heten dat "God, ik en Marjon" een paar weekends terug als een komeet meteen hoog binnenschoot in Honderd op Een, dit nummer is nu al een klassieker. Hoe Verdickt bij zijn schepper te rade gaat en in één adem de hete wereldpolitieke kwesties en zijn eigen verhouding met een vrouw op de agenda zet, is uiterst charmant. De "hé God!" klinkt net rauw genoeg om te overtuigen en net niet te braaf te zijn. Buurman is stiekem wel een rockgroepje, maar het spreekt steeds met twee woorden.

’t zijn ook goeie en nette muzikanten, dat wordt getoond met wat instrumentale tussendoortjes, of de manier waarom "Verloren muzikant" een dolgedraaid kermisorgeltje meekrijgt in de intro. Op de tweede plaat mogen de jongens helemaal hun ding doen in instrumentaaltjes als "Regen in Barcelona" en "Rue d’Opheers". Maar dat had niet gehoeven, want echt essentieel is deze tweede plaat niet. Maar ach; u betaalt er geen eurocent meer voor, waarom zouden we er dan om mopperen: cd 1 is een perfect debuut.

Gaat dat eigenlijk met vlagen of zo? Na het heerlijke en nog niet overtroffen triumviraat Gorki-De Mens-Noordkaap leek het alsof Nederlandstalige muziek een vieze ziekte was geworden, maar sinds enkele jaren is het opnieuw geen schande om in je moedertaal te zingen met onder andere Yevgueni en Hannelore Bedert. Buurman is één van de sterkere loten aan die nog jonge stam.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in