Confuse The Cat :: Kericky

Zeal Records, 2008


Mochten ze in 2020 een nieuwe versie van De Prehistorie draaien,
dan zal de soundtrack van de naughties veelal uit
post-punk revivalbands bestaan. En dat zou logisch zijn. De
vlaggendragers van het genre schopten het immers tot de big league:
Interpol
speelt in Vorst Nationaal, Bloc Party verkoopt
vlot meerdere keren de AB uit en Editors ambieert een
stadionsound die richting U2 schuift. En daarnaast is er natuurlijk
ook een heel legertje mindere goden en epigonen. Ondanks het grote
succes van het genre was er lang geen enkele band van eigen bodem
die zich inschreef in de stroming. Maar in 2006 verraste het
Belgische Confuse The Cat met een We Can Do It. De band
gebruikte alle regels uit het boekje maar combineerde dit met
opwindende songs die net iets anders waren dan wat de massa
afleverde.
Frontman Geert Plessers had net kanker overwonnen en een mengeling
van hysterie en levensvreugde straalde uit de nummers (wat ook weer
eens iets anders was als het melancholisch geneuzel). Bovendien
hadden de meeste bandleden de jaren ’80 bewust meegemaakt, in
tegenstelling tot veel van hun collega’s die dan net het embryonaal
stadium ontgroeid waren.

Op ‘Kericky’ haalt Confuse The Cat ook weer het grote boek der
post-punk boven. ‘Koi’, een nummer over een vis, is duidelijk
begeesterd door grote voorbeelden als Gang Of Four en Echo &
The Bunnymen. New Order en vooral The Longcut klinken door in ‘Get
The Bullets’. Het urgente, het hysterische van ‘We Can Do It’, zit
er wel nergens meer in, waardoor het allemaal wat conventioneler
overkomt. Plessers, met zijn aan David Byrne-verwante zangstijl,
klinkt bedaarder en meer berustend.

Het grote probleem van dit album is dat aan de vooravond van 2009
de post-punkrevival over zijn hoogtepunt heen is: de zoveelste
hoekige riff met echo gaat tegensteken. En het is net dit wat
prominent aanwezig is op dit album. Sommige songs zouden vlot een
hoger niveau halen door wat inventiever om te springen met de
instrumenten. Wanneer de nummers van wat mindere kwaliteit zijn,
zoals op de twee helft van de plaat het geval is, steekt verveling
snel de kop op. Songs als ‘Paul’s Eyes’ en ‘CU On The Money’
klinken dan weer catchy, hebben leuke zanglijnen maar worden
gedevalueerd door de beperkte inventiviteit van het
gitaarspel.
Het is niet zo dat Confuse The Cat zich uitsluitend in clichés
wentelt, onder die veel te prominent aanwezige stijlelementen
zitten soms best aardige en hedendaags klinkende songs. Alleen moet
je eerst die veel te luid naar voren gemixte laag van gitaar er af
krabben. Want luid is het allemaal wel, de ‘loudness war’ maakt ook
hier weer een slachtoffer.

De band verdient gelukkig ook terug wat krediet door nieuwe
elementen te introduceren: de prominente samenzang geeft een erg
hedendaags tintje aan de songs, terwijl de baslijnen gekruid worden
met dub en reggae. Dit kan natuurlijk ook gewoon te maken hebben
met de veranderingen in line-up: met Sven Hoskens kwam er een
nieuwe bassist. Het zijn zijn baslijnen die de brug slaan tussen
Gang Of Four, New Order en dub. Dat is natuurlijk ook weer niet
zo’n verrassende wending: heel wat ex-punks en post-punks als The
Clash en Jah Wobble (PIL) speelden met die genres. Zo is ‘Jackal at
10’o Clock’ een shot pure dub uit de school van King Tubby, al is
de duur van meer dan vijf minuten wel wat aan de lange kant voor
wat toch hoofdzakelijk aanvoelt als een Spielerei.

Confuse The Cat maakte met ‘Kericky’ geen slecht album, er zitten
best goeie songs en ideeën in en de band durft te experimenteren.
Maar door het te rigide vasthouden aan bepaalde stijlkenmerken
rijden ze zichzelf vast en gaat de plaat na een tijd vervelen. Dat
is een vaststelling die eigenlijk niet alleen van toepassing is op
deze jongens, maar een gevaar dat dreigt voor het hele genre.

http://www.myspace.com/confusethecat

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in