I Love Techno :: 15 november 2008, Flanders Expo

Een dj in Led Zeppelin-shirt, meisjes opgekleed tot fluo feeën, en technoheads in metaloutfit: anno 2008 verbaast I Love Techno niet enkel door extravaganza, maar vooral met eclecticisme. Met een dwarsdoorsnede van wat de elektronische muziek te bieden heeft, is ILT wederom het mekka van de partyliefhebbers.

I Love Techno is, meer dan tien jaar na de eerste editie, nog steeds een buitenbeentje in de wereld van de grote muzikale evenementen. Afgaande op sommige media is het mekka van de elektronische muziek niet meer of minder dan een totaalspektakel van zedenverwildering, en het aantal bezorgde ouders dat hun kroost liever niet naar dit Sodom en Gomorra ziet vertrekken, is niet gering. Nochtans: met een eerste politiecontrole tientallen kilometers voor de ingang, is het duidelijk dat een ticket voor I Love Techno geen vrijbrief is voor hedonistisch gedrag.

En dan is er nog de bemerking dat de affiche behoorlijk wat gelijkenissen vertoont met die van voorbije edities. Er valt iets te zeggen voor die kritiek, maar evengoed missen de criticasters de kern van de zaak: I Love Techno is in de eerste plaats een party. En een party staat of valt met de dj. Als de best mogelijke dj’s toevallig dezelfde zijn als vorig jaar, dan is dat maar zo. Kan daarnaast nog een live-act gescoord worden, dan is dat uiteraard een pluspunt. Om maar te zeggen: hoewel het verschil publieksgewijs kleiner en kleiner lijkt te worden, is I Love Techno nog steeds Pukkelpop niet.

De keuze om op All Stars en met een Sonic Youth t-shirt naar het festival af te zakken, is dan ook een ludiek experiment in de marge dat al in het Sint Pietersstation een eerste effect sorteert: de massaal aanwezige arm der wet blijkt vooral interesse te hebben in in felle kleuren gehulde buitenlanders. Eenmaal binnen blijkt dat menig Justice-adept nog een stap verder gaat en lijkt het bij momenten alsof je tussen verdwaalde Motörhead-fans beland bent.

De muziek dan. Naar goede gewoonte is er ook dit jaar weer een overaanbod en het doet, zelfs na een geslaagde avond, bijna pijn te moeten vaststellen dat we Boys Noize, Pierre, Dr. Lektroluv, Dave Clarke en Digitalism gemist hebben. Een mens kan nu eenmaal niet op twee plaatsen tegelijk zijn en soms trekt een artiest, zoals Digitalism, zoveel volk dat er gedurende gans de set geen doorkomen aan is.

Waar vroeg op de avond wel plaats zat is, is bij LA Riots, dat met een ietwat kitscherige set enkel dient om het publiek op te warmen voor Hot Chip. Het is een vreemde vaststelling, maar op trein en tram richting Flanders Expo viel méér enthousiasme waar te nemen.

Al komt dat mogelijk omdat iedereen op Hot Chip staat te wachten, de band waarvan Greg Dulli zei dat ze er uitzien als Supertramp. De looks beletten de band in ieder geval niet om een zeer knappe set neer te zetten waarin melancholie en euforie hand in hand gaan. "One Pure Tought" fladdert van rudimentaire gitaarsong tot de betere dancetrack en laat een zeer euforisch gevoel achter. "My Piano" dient zich aanvankelijk aan als rustpunt in de set, maar de Britten gebruiken het nummer als startpunt voor een uitermate sfeervolle dancegroove, waarmee Hot Chip zich lijkt te profileren als een opgedreven versie van M83: net zo sfeervol, maar indien nodig een pak steviger. Dat laatste geldt helemaal voor het tot het einde opgespaarde "Ready For The Floor", dat het publiek in de juiste mood een lange nacht instuurt.

De ideale stemming voor een kleine verkenningsronde, zeg maar. In de green room zorgt Felix Kröcher voor snoeiharde beats met een behoorlijke trance-inslag, het soort muziek dat al sinds de vroege jaren negentig furore maakt op Hitbox-compilaties. Gelijkaardig gaat het er aan toe in de red room. Dusty Kid levert daar, wanneer hij tenminste geen technische problemen heeft, zowaar een topmoment voor jumpers, wat een kleine ontnuchtering is na het horen van ’s mans funky elektronica op myspace.

Terug naar de red room, waar old skool techno geprogrammeerd staat die zorgt voor een link met de begindagen van het festival. Marcel Dettmann speelt even genadeloze als kale beats die de Britse ravecultuur van weleer in herinnering brengen. Groter dan dit kan het contrast met de furore makende electrobeweging niet zijn, maar het is eigenlijk zowaar aangenaam te merken dat niet iedereen mee op de hippe kar springt. Hier is duidelijk nog een publiek voor, zij het dat het in aantal zeer beperkt is en zich moeilijk aan het dansen laat brengen. Een heuse heropleving van het genre lijkt daardoor nog niet voor morgen te zijn, maar voor enkele nostalgici is dit prima vertier.

En bovendien brengt het je in de juiste stemming voor die andere overlevers uit een vorig tijdperk. Underworld staat, net als vorig jaar, geprogrammeerd als headliner, met dat verschil dat de band dit jaar ook effectief komt opdagen. Het is jammer het te moeten zeggen, maar Karl Hyde en Rick Smith hadden zich de moeite van de verplaatsing kunnen besparen. Ja, Karl Hyde heeft in deze wereld zelden geziene capaciteiten als frontman, maar dat is niet voldoende wanneer Underworld het kunstje dat het luttele maanden geleden op Rock Werchter deed hier nog eens dunnetjes komt overdoen.

He likes all our pretty songs and he likes to sing along

Hoog tijd om de orange room op te zoeken. De zaal is de ganse avond ingepalmd door artiesten uit de Ed Banger-stal. Bij het betreden van de zaal loopt de set van Uffie net op z’n einde met een stuiterend stel platen. Bijna onmerkbaar wordt haar plaats ingenomen door DJ Mehdi. De baardige man — beeld u de clichélook van een zelfmoordterrorist in, maar dan in vrijetijdskledij — pompt de ene obscure plaat na de andere de zaal in, mixt die op heel rudimentaire wijze aan elkaar en schuwt daarbij kordate switchen tussen genres niet. Een gewaagde aanpak, maar hij komt er mee weg. Het knalt immers zoals de oude rotten in de red room en heeft tegelijk de badass attitude die van de nieuwlichters verwacht kan worden.

Anders dan bij Underworld bekruipt je immers wel het gevoel iets opwindends mee te maken. Fotografen op het podium die de controle over zichzelf verliezen en in hun enthousiasme uit hun rol vallen, het halve artiestendorp dat achter de decks staat te dansen en een publiek dat door het lint dreigt te gaan. De passage van DJ Mehdi heeft de allures van een revelatie. Na meer dan een slopend uur eindigt de Parijzenaar zijn set met onverwachte climax: Nirvana’s "In Bloom" wordt opgelegd, en dat blijkt de druppel te zijn die het publiek nodig heeft. Met volle overgave wordt het nummer meegebruld, wat de entree van Justice enigszins vergemakkelijkt.

Aan die act viel de laatste jaren nauwelijks te ontkomen. Enkele keren Pukkelpop, meermaals I Love Techno, Dour, Werchter, de AB, Radio Soulwaxmas: het lijkt aardig in de buurt te komen van overkill, maar telkens weer slagen Gaspard Augé en Xavier de Rosnay er in zo’n opwindend moment te creëren dat bij afloop van hun doortocht het gevoel achterblijft dat je het duo nog veel te weinig aan het werk te zien krijgt. Met de release van A Cross The Universe — een cd/dvd-registratie van de tour die Justice door de VS maakte — die voor volgende week gepland staat, heeft Justice alvast redenen te over om zichzelf opnieuw uit de naad te werken voor een volgestroomde orange room.

Wat het des te spannender maakt, is dat Justice de knepen van het vak verstaat en risico’s durft te nemen. Opener "Tthhee Ppaarrttyy" niet te na gesproken, bestaat het eerste deel van hun dj-set uit platen waarmee het niet noodzakelijk makkelijk scoren is, maar die met zoveel kunde aan elkaar gelast worden dat je er niet om maalt dat de hits en het eigen werk tot later opgespaard worden. Opbouwen heet zoiets, en daar tonen de twee zich meesters in.

Het eerste teken dat de boel zal ontploffen, valt waar te nemen wanneer een mash-up van "Another Excuse" en "Phantom" opgelegd wordt. Volkomen terecht wordt het publiek wild, en vanaf dat ogenblik is er geen houden meer aan. "DVNO", "Stress", "Pump It Up", "Man With The Red Face": het passeert allemaal de revue in hoog tempo en op ingenieuze manier in elkaar gemixt. En net wanneer je denkt dat het kookpunt reeds lang en breed bereikt is, weerklinkt de intro van "Never Be Alone" en ontstaat net geen massahysterie. Hoewel het nummer al lang geleden zijn verrassingselement verloren heeft, kan enkel vastgesteld worden hoe efficiënt en meeslepend het nog steeds is, zeker in de handen van twee draaitafel-wizzards die met kop en schouders boven de concurrentie uitsteken.

"Een puike party" is de bondige conclusie na een slopende, maar zeer bevredigende nacht. De techno uit de begindagen blijkt nog steeds stand te houden, maar de dagen van de dj als anonieme artiest zijn definitief voorbij. Wie achter de decks plaatsneemt, kan net zo goed rockster zijn en op zich is daar niks op tegen. Het neemt het kille en anonieme dat elektronische muziek zo lang domineerde voor een stuk weg. In de plaats daarvan is een rock-’n-roll-attitude verschenen die de bezoeker, zij het voor even, het gevoel geeft deel te zijn van een groter, opwindend geheel.

De volgende editie van I Love Techno vindt plaats op 24 oktober 2009.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

tien + twaalf =