Unspoken




Toen Fien Troch drie jaar geleden debuteerde met ‘Een Ander Zijn
Geluk’, leek de overwegende reactie er één te zijn van voorzichtig
respect. Mensen vonden de film “fascinerend”, “indringend” of – één
van de ultieme eufemismen – “speciaal”. Met al dat kan ik me niet
herinneren dat ik ooit iemand ontmoet heb die echt van de film
hield. De ijskoude, in strakke wide shots opgestelde, hermetische
vertelling liet dat niet toe. ‘Een Ander Zijn Geluk’ was een film
om “te waarderen”, niet om graag te zien. En dat was ook precies
wat ik zelf deed: ik waardeerde de film voor wat hij was, maar in
de tussenliggende drie jaar heb ik ‘m nooit een tweede keer gezien
en er ook nooit zin in gehad om dat te doen. Nu keert Troch terug
met ‘Unspoken’, een film die ondanks enkele uiterlijke verschillen
eigenlijk weer identiek hetzelfde doet, en komen al haar
beperkingen bovendrijven. Opnieuw krijgen we een van alle emoties
afgesloten mood piece over het verlies van een kind.
Opnieuw drukt de regisseur op alle cinefiele knopjes van het
publiek, ditmaal met lang aangehouden close-ups en geladen stiltes
tussen de personages. Opnieuw creëert ze bewust een dusdanig
deprimerende prent dat je na afloop bijna op zoek zou gaan naar de
dichtstbijzijnde boom om je eraan op te hangen. Maar ditmaal kan ze
niet verbergen dat de keizer geen kleren draagt. Onder het
zorgvuldig gecultiveerde laklaagje van m’as-tu-vu
kunstzinnigheid gaat maar bitter weinig inhoud schuil.

Emmanuelle Devos en Bruno Todeschini spelen de hoofdrollen als
Grace en Lucas, een koppel wiens dochtertje Lisa vier jaar eerder
spoorloos verdween. Sindsdien hebben ze niets meer over het kind
vernomen, en dat verlies hangt als een donderwolk over hun hele
leven. De twee communiceren nauwelijks nog met elkaar, gewikkeld in
hun eigen verdriet als in een lijkwade. Regelmatig krijgt Lucas
telefoon, waarna hij niets hoort aan de andere kant van de lijn
behalve stilte – ‘Lisa, ben jij dat?,’ vraagt hij, maar er komt
geen antwoord en de kijker moet zich afvragen of de telefoontjes
niet gewoon in de fantasie van Lucas plaatsvinden. De twee
echtgenoten leiden elk een leven waar de ander geen weet van lijkt
te hebben – Lucas trekt langs tippelaarsters en stripclubs, zonder
dat zijn ontmoetingen ooit echt ergens toe leiden. Grace blijft
thuis en keert zich steeds sterker in zichzelf.

Qua thematiek is dat verhaal dus duidelijk verwant aan ‘Een
Ander Zijn Geluk’ – daar ging het over een jongetje dat werd
doodgereden en de nasleep daarvan, hier over de mysterieuze
verdwijning van een kind – en hoewel er vormelijk een aantal voor
de hand liggende wijzigingen zijn gekomen in de stijl van Fien
Troch, blijft ‘Unspoken’ toch duidelijk een zusterstuk voor die
eerdere film. In plaats van te werken met haast uitsluitend
onbeweeglijke wide shots, zoals in ‘Een Ander Zijn Geluk’, kiest
Troch ditmaal radicaal voor close-ups en een relatief beweeglijke
camera. Een tussenweg kent ze echter nog steeds niet: net zoals
‘Een Ander Zijn Geluk’ bijna alleen maar uit wide shots bestond,
krijgen we hier bijna alleen maar close-ups. Er zitten zelfs scènes
in de film waarvan je nauwelijks kunt zeggen waar ze zich afspelen,
omdat we zo goed als niets kunnen zien buiten de gezichten van de
personages. Wat de dialogen betreft, had ik de indruk dat er in
‘Unspoken’ (ironisch genoeg) iets méér tekst zat dan in ‘Een Ander
Zijn Geluk’, hoewel dat maar weinig betekent. De personages zeggen
nog steeds maar weinig tegen elkaar, en wat ze dan toch zeggen, is
banaal en geeft nergens toegang tot hun gedachtegang.

En dat is ook meteen het frustrerende aan ‘Unspoken’: in haar
pogingen om te tonen hoe een traumatiserende ervaring het
emotionele leven van haar hoofdpersonages platlegt, legt Troch ook
meteen alle communicatie tussen de film en de kijker plat. We
krijgen lange, lange close-ups van de personages die mistroostig
voor zich uit staren. We krijgen eindeloos rinkelende telefoons,
die nooit tot een gesprek leiden die naam waardig. We krijgen
telkens weer opnieuw scènes van Grace en Lucas die zich proberen te
handhaven in sociale situaties (al was het maar een bezoekje van de
buurman) zonder dat ze daar in slagen. In feite krijgen we dus
anderhalf uur lang personages die tot in het extreme in zichzelf
zijn gekeerd, met als gevolg dat je als publiek geen enkele
connectie met hen kunt maken. Grace en Lucas bevinden zich op het
scherm, jij bevindt je als kijker in de bioscoop en nergens kan er
een ontmoeting plaatsvinden. Voor de tweede keer op rij weert Fien
Troch alles uit haar film dat een connectie met het publiek
mogelijk zou kunnen maken. We krijgen geen openlijke emotie,
nauwelijks dialogen en zelfs maar heel weinig scènes die naar een
pointe toewerken. Het wordt zelfs maar heel zelden echt duidelijk
gemaakt waarom de personages doen wat ze doen binnen een gegeven
scène.

Op zo’n film kun je op twee manieren reageren: of je vindt het
prachtig, of je knapt er finaal op af en je verveelt je. Hoe zeer
ik aanvankelijk ook probeerde om iets te vinden om me aan vast te
grijpen in ‘Unspoken’, het lukte me niet. Fien Troch geeft haar
publiek op geen enkel moment een reden om betrokken te raken bij
het verhaal dat ze – hoe elliptisch dan ook – vertelt. Gaandeweg
begon ik me te ergeren aan de pretentieuze tendens van ‘Unspoken’,
die psychologische uitdieping, motivering en zelfs menselijkheid
overboord gooit in naam van de kunst. Want kunst is wat Fien Troch
wilt maken, vergis je niet. Elke frame van haar film schreeuwt uit:
“neem mij serieus! Zie eens wat een bloedernstige artistieke cinema
ik hier sta te maken!” Dat zal dan wel zo zijn, maar met al dat
geloof ik niet dat ze echt zoveel zinnige dingen te vertellen
heeft. Extreem verdriet drijft mensen tot een complete emotionele
blokkering, oké, zoveel is duidelijk. Maar dat punt heeft Troch na
tien minuten al gemaakt, waarna ze er niets fundamenteels meer aan
weet toe te voegen. De tachtig minuten die dan nog volgen zijn een
tergend langzame herkauwing van dezelfde ideeën, die door middel
van pijnlijk voor de hand liggende symbolen worden duidelijk
gemaakt. Een dode hond die de desintegratie van de personages
aanduidt, slim hoor. Ongeveer 56 close-ups van een barst in het
plafond die de barsten in het huwelijk van Grace en Lucas
symboliseren, nounou, clever. Na een tijdje krijg je de indruk dat
Troch veel meer inzit met haar eigen status als kunstenares dan met
haar personages.

‘Unspoken’ zal ongetwijfeld zijn fans hebben, maar ik had er al
snel genoeg van. De film sleept zich aan een slakkengangetje van de
ene mijmerende close-up naar de andere, met als gevolg dat de 90
minuten speelduur eindeloos lijken te duren. Op geen enkel moment
zit er ook maar een sprenkeltje leven in de prent, alsof Troch
vastbesloten was om miserie bovenop miserie te stapelen, allemaal
in een poging je te overtuigen van haar diepzinnigheid. Blijft er
het probleem dat het tonen van miserie op zichzelf helemaal niet
diepzinnig is, tenzij je er ook effectief iets over te vertellen
hebt. Maar Troch onthoudt zich van alle commentaar. Ze zet
nauwelijks een dramatische situatie op poten in haar hele film,
laat staan dat ze conclusies zou trekken of het publiek om empathie
zou vragen.

Ik ben niet zeker welk effect Fien Troch nu voor ogen had met
‘Unspoken’. De prent is zo rigoureus ontdaan van alle emotie dat ik
me niet kan voorstellen dat ze mikte op sympathie voor de
personages. En de thematiek wordt ook nooit echt uitgediept, want
om dat te doen zouden de personages op de één of andere manier iets
moeten doén in de film, een handeling op gang trekken. De meest
geloofwaardige theorie lijkt mij nog dat Troch ‘Unspoken’ enkel
heeft gemaakt om zichzelf te plezieren. Het is een film die
absoluut geen publiek nodig lijkt te hebben, een film die je met
een sombere blik aankijkt en zegt: “laat me met rust, ik ben liever
alleen met al mijn verdriet”. Mij best.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in