O’ Horten




Zwart en wit. Steeds weer. In de openingscredits suist een trein
afwisselend door gitzwarte tunnels en kraakwitte sneeuwlandschappen
van Oslo naar Bergen. Een hypnotiserend, terugkerend opduiken van
het licht aan het einde van de tunnel. Op de monotone cadans van
deze denderende sneltrein componeerde Bent Hamers (‘Kitchen
Stories’, ‘Factotum’) een nieuw samenraapsel van zijn favoriete
onderwerpen: ouderdom, eenzaamheid en hoop die voorzichtig door de
bladeren piept. Geen groot verhaal, maar een film als een wandeling
door een krakend sneeuwtapijt: je komt er maar moeizaam in vooruit,
het is nogal veel van hetzelfde, maar af en toe wordt je op je weg
toch door pure schoonheid overvallen.

Na de keukengeheimen van alleenstaande mannen uit ‘Kitchen
Stories’ en zijn Bukowskitrip ‘Factotum’ kiest Hamers ditmaal
resoluut voor de banaliteit: een treinbestuurder die al veertig
jaar hetzelfde traject rijdt. Volgens Hamer is de trein de perfecte
metafoor voor een routineus en voorspelbaar leven. En gelijk heeft
hij: nergens voel je je zo betekenisloos en saai als tijdens het
pendelen. Het leven van Odd Horton draait dan nog eens volledig
rond treinen: hij rijdt dagelijks op dezelfde lijn, woont vlak
naast de spoorweg (voelt zijn ramen ’s nachts kalmerend kletteren)
en zijn collega’s spelen zelfs heuse treinquizen waarbij ze het
geluid van een bepaalde stoomtrein of een omroeping op het perron
moeten raden. Op zijn 67ste mag Odd dan eindelijk de handdoek in de
ring gooien en krijgt hij toepasselijk een zilveren locomotief in
de handen gedrukt. Zijn collega’s wuiven hem uit met een Mexican
wave in ware locomotiefstijl. Maar met het verdwijnen van de
gekende fluitsignalen en het vertrouwde getsjoektsjoek valt voor
Odd ook zijn greep op de wereld weg en komt er stiekem een leegte
in zijn hart huizen. Het wordt tijd dat Odd zijn blik op de wereld
verruimt, een nieuwe weg inslaat en daarbij de trein voor een keer
voorbij laat rijden.

Vanaf zijn pensioen doolt Odd maar wat rond door het winterse
decor van Oslo, waar de adem altijd in witte slierten zweeft en
drievierde van de dag met duisternis is toegedekt. Op de tonen van
zachte belletjesmuziek en treingetoeter en gedoopt in een
ziekenhuisgroene en vaalblauwe teint, zien we Odd van zijn
treinsporen afwijken in het onbekende: hij komt in vreemde
situaties terecht, die na een tijdje zelfs een patroon blijken te
vertonen: Odd valt overal in slaap, ligt steeds weer in de knoop
met een vervoersmiddel of leert ongewild nieuwe mensen kennen. Het
verhaal schuifelt, al even doelloos als zijn hoofdpersonage,
zachtjes voort in korte ensemblestukjes, die geprikkeld worden met
die typisch Scandinavisch droge humor, een mix tussen de Zweedse
cynische tafereeltjes van een Roy Andersson en de deadpan
geestigheid van een Kaurismäki. Humor die verscholen zit in heel
kleine dingen – zoals bijvoorbeeld een paar rode laarsjes aan een
man zijn voeten – die niet ostentatief op een high five
zit te wachten. Kurkdroge momenten die wél werken, maar de hele
film niet kunnen dragen of toch niet boven de opzet doen
uitstijgen.

Veel gebeurt er eigenlijk niet. Een gesprekje hier, een
ochtendritueeltje daar. We waren al blij dat het geheel dan toch
nog een betekenisvol einde kreeg. Kleinschaligheid is het kernwoord
van de hele film: de gevoelens van Odd staan niet op zijn gezicht
te lezen en worden niet over het scherm uitgesmeerd, je moet ze
opmaken uit zijn kleine handelingen en spaarzame woorden. Er is
veel geduld nodig om uit ‘O’Horten’ echt een meerwaarde te halen.
Het ritme is loom als een uitgebluste bejaarde, de gebeurtenissen
klein en vluchtig als een rookpluim uit een pijp. De nagalm kort.
En toch schetsen bijvoorbeeld de bezoeken aan zijn seniele moeder
of de ontmoeting (en de warme gesprekken) van Odd met Dr. Sissiner
(een man die uitgegleden op de stoep lag te slapen) een mooi idee
van hoe het voelt om plots een leegte te moeten opvullen. Een
aaneenschakeling van voorbijglijdende momenten die we met de
glimlach ontvangen, maar ook niet meer dan dat.

Net als de treinbestuurder had Bent Hamer best iets ambitieuzer
mogen zijn om de film daadwerkelijk te doen opvallen in het groot
wordende aanbod Scandinavische droge komedies. Hij vertelt in mooie
beelden en op een originele manier over hoe een pensioen iemands
leven in de war kan sturen, maar buiten de lichte humoristische
toetsen en de sterke hoofdacteur, weet ik dat er al andere en
betere films over gemaakt zijn en zullen worden. ‘O’Horten’ is er
eentje om heel eventjes van dichtbij te koesteren om dan weer als
een sneeuwvlok op de grond te laten oplossen.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in