Los




“Het is een grappige film over serieuze dingen”: dat
slagzinnetje hoor je zowel de acteurs als (vooral) de regisseur van
‘Los’ zo dikwijls herhalen, in elk interview dat ze geven, woord
voor woord precies zo geformuleerd, dat je haast vanzelf
achterdochtig moet worden – valt er dan écht niets anders over de
prent te vertellen? Ooit heeft er blijkbaar ergens een
productievergadering plaatsgevonden, waarop iemand heeft besloten
de film op die manier te profileren, en wee het gebeente van degene
die er van af durft te wijken. Geen wonder ook – Jan Verheyen zit
nog steeds met zijn gevolg van ‘Team Spirit’ en ‘Buitenspel’ als
doelpubliek. Je zult dan maar eens een ernstige film over
serieuze dingen moeten proberen te slijten.

Gebaseerd op het semiautobiografische boek van Tom Naegels, gaat
‘Los’ over Tom zelf, een journalist (nuja, hij schrijft voor Het
Laatste Nieuws en dan heet dat al snel “een journalist”) die
opgroeide als zelfgenoegzame links-liberaal. Terwijl hij in
scheiding ligt, heeft hij een relatie met een Pakistaanse vrouw en
ondertussen zit hij ook nog eens in met zijn grootvader, die in een
ziekenhuis ligt weg te kwijnen en smeekt om euthanasie. Wanneer er
in Antwerpen rellen losbarsten met allochtone jongeren als gevolg
van een racistische moord (de beruchte rellen op de Turnhoutse Baan
waarop Dyab Abou Jahjah zich profileerde als sterke man voor licht
beïnvloedbare moslimjongeren), wordt Tom geconfronteerd met de
grenzen van zijn eigen verdraagzaamheid. Is hij een racist omdat
hij vindt dat dit soort rellen niet kunnen? Wat hebben die moslims
eigenlijk ooit voor Antwerpen gedaan, terwijl zijn eigen
grootvader, socialistische voorvechter en man van principes, niet
eens waardig mag sterven?

De roman ‘Los’ werd als onverfilmbaar beschouwd, omdat hij geen
traditionele verhaalstructuur volgde – het was een stadsroman
zonder echte plot, een samenraapsel van (vaak rake) observaties en
anekdotes, waaruit dan een portret ontstond van een stad en een
persoon die worstelde met een moeilijke multiculturaliteit. Echt
diepgravend werd de roman nooit, daarvoor bleef het toontje te
luchtig en vrijblijvend, maar iedereen die ooit langer dan vijf
minuten in Antwerpen heeft rondgelopen, herkende er wel iets in, en
de vragen die Tom Naegels zichzelf stelde, waren boeiend: je wilt
zó graag verdraagzaam zijn, je bent fel tegen het Vlaams Blok /
Belang, dat spreekt voor zich… Maar je ziet een groepje
Marokkanen op je af komen en je steekt toch maar de straat over,
want wat maken ze veel lawaai.

Jan Verheyen en scenarist Bram Renders veranderden het verhaal
lichtjes, in de zin dat Tom (hier gespeeld door Pepijn Caudron) in
deze versie van de feiten nog steeds samen is met zijn vriendin
Tinne (Sofie Van Moll) wanneer hij Nadia (Sana Mouziane) ontmoet.
Ook bompa (de onnavolgbare Jaak Van Assche) krijgt meer te doen dan
in het boek. Niet dat dat echt zo veel uitmaakt – de toon blijft
grotendeels bewaard, samen met de belangrijkste scènes, en op z’n
beste momenten weet de film met evenveel humor als het boek
belangrijke vragen onder de aandacht te brengen. Je kunt als hippe
linkse intellectueel nog zo beweren dat je kunt genieten van
simpele dingen, maar wil je daarom een lief dat naar de onnozele
slapstick van ‘Twee Straten Verder’ kijkt, terwijl ze geen bal
snapt van Monty Python? Je wilt niet pretentieus zijn, maar
écht…

Die kwesties – leven in een multiculturele samenleving,
verzuring, de intellectueel tegenover “de gewone man” – worden hier
in een film gegoten die in typische Jan Verheyen-stijl nooit minder
dan onderhoudend is en aan een rotvaart voorbij sjeest. Voor de
eerste keer in lange tijd heeft Verheyen zelfs een boeiend thema om
over te praten (het gaat een keertje niet over voetbal, hoezee!),
en een aantal momenten zijn er zelfs, zoals ze dat dan in Antwerpen
zouden zeggen, “boenk op”, inclusief een zeer geestige scène over
een inburgeringscursus en een moment, laat in de film, waarop Tom
hoofdschuddend een buurtoverleg na de rellen verlaat. Regelmatig
zie je de film die ‘Los’ de hele tijd had kunnen en moeten zijn:
een geestig, maar scherp portret van een stad waarin mensen elkaar
niet verstaan.

Het probleem is echter dat Jan Verheyen nog liever dood valt dan
dat hij een film maakt die écht tanden heeft, waardoor een aantal
belangrijke punten verloren gaan. Dyab Abou Jahjah wordt hier
gefictionaliseerd tot hij een moslimrapper is met een Hollands
accent, die uiteindelijk niets met de rellen te maken heeft. De
naam wordt zelfs nooit uitgesproken, al evenmin als de naam van Die
Partij, de gevreesde partij waarvan het effect op de stad Antwerpen
en zijn inwoners (blank en lichtbruin) centraal stond in het boek.
‘Los’ maakt een paar punten, maar om écht iets duidelijk te maken
hadden de makers geen schrik mogen hebben om de dingen bij naam te
noemen: Vlaams Belang, Abou Jahjah. Nu blijf je over met een film
die over die dingen gaat, zonder er écht over te gaan. Een pleidooi
voor verdraagzaamheid (hoe moeilijk dat dan ook kan zijn), waar
niemand aanstoot aan kan nemen, zelfs niet de kijkers van ‘Team
Spirit’, ‘Buitenspel’ en ‘Vermist’ die al wel eens extreemrechts
durven te stemmen, maar die Jan Verheyen ook naar zijn volgende
film hoopt te lokken.

Stilistisch gaat Verheyen voor een lichtjes surreële structuur,
waarin Pepijn Caudron de actie regelmatig onderbreekt om recht in
de camera commentaar te geven op wat er gebeurt. Ook de gewone
scènes overstijgen regelmatig de werkelijkheid, zoals één waarin
Tom plotseling de Antwerpse volksgroep De Strangers (ooit fel
bekritiseerd omdat één van hun liedjes racistisch zou zijn) in zijn
huiskamer tevoorschijn tovert. Die momenten zijn opmerkelijk, maar
halen je soms ook uit de film (de rellen hadden bijvoorbeeld meer
impact gehad als ze realistisch waren geweest, in plaats van als
achtergrond te dienen voor een debat over racisme). De monoloog van
Caudron werkt beter, maar is soms ook dubbelop. Wanneer Nadia hem
een foeilelijk beeldje van een uil geeft, zien we in de scène aan
Caudrons gezicht al wel dat hij het lelijk vindt, maar niets zegt
om Nadia niet te kwetsen. Het is echt niet nodig om het hem ook nog
eens letterlijk te laten vertellen (hoe leuk zijn tekst op dat
moment ook is).

De cast is interessant, vooral omdat Verheyen het voor één
keertje zonder de gebruikelijke resem BV’s stelt. Pepijn Caudron,
voordien bij het grote publiek voornamelijk bekend als seutige
student in ‘De Kotmadam’, zet een ijzersterke hoofdrol neer als Tom
Naegels – twijfelend, onzeker, soms een klootzak, soms sympathiek,
krijgt Caudron hier een kans om een heel gamma aan emoties te
spelen en hij valt geen seconde door de mand. Jaak Van Assche
(bekender, maar een karakteracteur die ze niet genoeg werk kunnen
geven), legt zijn rol als kolerieke bompa er soms wel erg dik op,
maar naarmate de film vordert en bompa’s gezondheid achteruit gaat,
zie je zijn menselijkheid er sterk doorkomen – iemand die het niet
slecht bedoelt, maar gewoon aan anderen even hoge eisen stelt als
aan zichzelf: als ik kan werken zonder klagen, dan moet een ander
dat ook kunnen, welke kleur ze ook hebben. Sofie Van Moll is
eveneens sterk als Tinne, hoewel ze bedroevend weinig te doen
krijgt. Sana Mouziane rondt het rijtje hoofdacteurs af met een
vertolking vol naturel.

Het onderwerp is er, de vertelstijl is niet altijd even geslaagd
maar mag er wezen, de acteurs doen het prima en sommige scènes doen
de film vermoeden die had kunnen zijn. Hadden Verheyen en co nu de
ballen gehad om het onderwerp recht in de ogen te kijken, dan had
dit echt iets bijzonders kunnen worden.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in