Leila :: Blood, Looms and Blooms

Arme Leila. Na twee albums op het toonaangevende Rephlex Records (opgericht door Richard D. James ofte Aphex Twin) en diep gegriefd door het overlijden van haar moeder, verloor ze alle interesse in muziek en vertrok het kind met Björk op tour om achter de knoppen te zitten. Niet veel later stierf ook haar vader, Leila bleef verdwaasd achter.

Na acht magere jaren van creatief droog zaad heeft de Brits-Iraanse Leila Arab eindelijk haar moed bijeen geschraapt en brengt ze, ditmaal op Warp, haar derde langspeler uit, bijgestaan door een grote schare steunen en toeverlaten (onder andere haar zus Roya Arab, Terry Hall en Martina Topley-Bird). Leila kon duidelijk al haar opgehoopt verdriet, opgekropte angst en woede kwijt in het aan alle kanten uiteenbarstende Blood, Looms and Blooms. Wat hebben we Leila acht jaar lang gemist, meneer!

Blood, Looms and Blooms vangt aan met “Mollie”, een lappendeken van kraakjes en bliepjes dat hetzelfde troosteloze pubergevoel bevat dat Air voor de soundtrack van The Virgin Suicides zo briljant opriep, maar dan snediger en woester, en met méér uitzinnige uitbarstingen dan goed kan zijn voor uw depressieve tieners. Beide ouders verliezen, laat diepe sporen na in de ziel. Die sporen hebben kwelende elektronicastoten nagelaten in Leila’s volstrekt eigenzinnige muziekuniversum. Zie het al even verbeten, van uitzichtloze wanhoop gespeende “Mettle”, dat uiteen wordt gereten door gitaarinterventies van Andy Cox en Justin Percival.

Het torenhoge niveau van deze plaat lijkt op momenten rechtevenredig met het aantal namen in Leila’s adressenboek. Voor het carnavaleske slapsticknummer “Time to Blow” lijfde ze The Specials-frontman Terry Hall in, en voor het sublieme “Little Acorns” huurde ze Khemahl en Thaon Richardson in. Maar alle bijdrages zijn perfect op maat van de gast geschreven en uitgewerkt, en niemand lijkt ook maar enigszins de schijnwerper te willen stelen van de singer-songwriter that doesn’t sing. Vreemd genoeg slaagt Leila er zelfs in haar Blood, Looms and Blooms, ongeacht alle onversneden woede die eronder schuilgaat, een ondeugende happy feel mee te geven. Onze kop eraf als Lily Allen voor haar volgende plaat niet met Leila’s sound aan de haal zal gaan. Al zal Lily nooit zo gestoord kunnen klinken als Leila.

Nóg een toptrack is “Daisies, Cats and Spacemen” waarin Leila haar zus Roya onheilspellend over een sample van George Bizets “Carmen” laat hijgen. Het brengt de vroege Massive Attack in herinnering, net als “Teases Me” en het instrumentale “Carplos”. En als Martina Topley-Bird in afsluiter “Why Should I?” een vocale geslachtsdaad lijkt aan te gaan met Terry Hall, dan weten we het met zekerheid: Leila speelt een klasse hoger dan de rest. Leila verdient met Blood, Looms and Blooms een plaatsje naast haar ouders in de elektronicahemel. Doe er uw voordeel mee, Leila heeft een louterende prachtplaat gewarpen. Warme Leila.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in