Groundhog Day

Bill Murray is de laatste jaren opnieuw zo sterk bezig, dat de
meeste mensen zijn vergeten hoe moeilijk de acteur het had in het
midden van de jaren negentig. Murray gold destijds als een
succesvol komiek uit de jaren tachtig, die nu zijn touch
verloren had en optrad in weinig memorabele filmpjes als ‘The Man
Who Knew Too Little’ en ‘Space Jam’. Toen, in 1998, kwam Wes
Anderson langs met een low-budgetfilm, genaamd ‘Rushmore’, en de
revival kon beginnen. Murray ontwikkelde een nieuw imago voor
zichzelf: dat van droevige clown, die mistroostig naar het leven
kijkt en ondanks zijn haast totale lethargie bij alles wat hij
ziet, tóch grappig weet te zijn. Met ‘The Royal Tenenbaums’, Sofia
Coppola’s wondermooie ‘Lost in Translation’ en nog een reeks andere
films speelde hij dat imago perfect uit om ditmaal niet alleen een
gewaardeerd komiek, maar ook gewoon een gerespecteerd acteur
tout court te worden. Voordien was het al van 1993 geleden
dat hij nog een hit had gehad – en toen was het nog een
toevalstreffer, een sleeper hit waar niemand iets van
verwacht had, maar die om de één of andere reden toch de jackpot
scoorde. ‘Groundhog Day’, van regisseur Harold Ramis, is
waarschijnlijk één van de beste komedies van de jaren negentig.

Murray speelt Phil Connors, een cynische weerman die elk jaar
dik tegen zijn zin verslag moet uitbrengen van Groundhog Day, een
traditioneel feest in Punxsatawney, een klein dorpje in
Pennsylvania. Op Groundhog Day wordt een bosmarmot verondersteld om
te voorspellen of de winter al dan niet nog zes weken zal
voortduren (een traditie die écht bestaat, trouwens). Phil kan niet
wachten om de klus te klaren en weer naar huis te trekken, maar
wanneer hij de dag daarna wakker wordt, ontdekt hij dat hij
dezelfde dag opnieuw beleeft. Het is opnieuw Groundhog Day. Dag na
dag wordt hij weer wakker op dezelfde tonen van ‘I’ve got you,
babe’ op de radio, wat hij ook doet.

Het geniale aan die premisse is dat Ramis en zijn co-scenarist
Danny Rubin er nooit een verklaring voor geven. We komen nooit te
weten waarom Phil keer na keer op dezelfde dag wakker wordt, en dat
zorgt ervoor dat ‘Groundhog Day’ open staat voor zowat elke
denkbare interpretatie. Er zijn mensen die een christelijke
boodschap in de film zien (God geeft een zondaar de kans om
zichzelf te verlossen), maar net zo goed is ‘Groundhog Day’ al
volledig psychologisch en zelfs boeddhistisch geïnterpreteerd. De
komedie is traditioneel geen genre waar vaak diepzinnige analyses
aan worden opgehangen, maar ‘Groundhog Day’ is duidelijk de
uitzondering die de regel bevestigt – er zijn heelder thesissen
geschreven over de spirituele implicaties van het scenario, wat
allicht niet eens de bedoeling van Ramis en co was.

De evolutie die Bill Murray’s personage meemaakt, is immers vrij
conventioneel. Hij begint als een absolute cynische klootzak die
zich verheven voelt boven alles en iedereen, maar naarmate hij
vaker en vaker de kans krijgt om dezelfde dag over te doen, begint
hij te veranderen. Hij leert het stadje beter kennen, ontmoet zowat
iedereen die er in rondloopt en langzaam maar zeker ontdekt hij dat
hij zijn cynisme niet meer nodig heeft. Uiteindelijk gaat
‘Groundhog Day’ over een egoïst die leert om verder te kijken dan
zichzelf – pas wanneer hij zonder egoïstische motivaties de hele
dag doorbrengt, pas wanneer hij niet aan zichzelf denkt, is hij in
staat om verder te gaan en de volgende dag mee te maken. Los van
religieuze theorieën of filosofisch geneuzel, geloof ik echt dat
dat alles was wat de makers met ‘Groundhog Day’ wilden zeggen.
Waarom wordt er dan geen tastbare verklaring voor het fenomeen
gegeven? Tja, de scenarist had waarschijnlijk wel iets uit z’n duim
kunnen zuigen over een gat in een universum of een sneeuwstorm die
ervoor zorgt dat de tijd spaak loopt, maar eender welke verklaring
zou sowieso irrelevant zijn geweest en onnodige zijsporen aan het
verhaal hebben toegevoegd. Simpel gezegd: een verklaring verzinnen
zou te lastig zijn geweest, en uiteindelijk heb je hem toch niet
nodig.

Waar het om gaat, is de manier waarop de premisse wordt
gebruikt, en die is eindeloos inventief, grappig en verrassend
geloofwaardig. Vooral de reactie van Phil op de situatie waarin hij
zich bevindt, is erg sterk: hij evolueert van vertwijfeling (ben ik
gek aan het worden?), naar uitgelatenheid bij het besef dat niets
van wat hij doet nog gevolgen heeft (laten we eens op een
aanstormende trein inrijden!), naar diepe depressie (Phil pleegt op
tientallen manieren zelfmoord) en uiteindelijk aanvaarding. Het
uitgangspunt van de film is pure fantasie, maar vervolgens wordt er
opvallend realistisch mee omgesprongen – de scenaristen baseerden
zich voor de ontwikkeling van Murray’s personage op de
verschillende stadia naar aanvaarding van de dood, en pasten dat
dan aan voor hun doeleinden. Het gevolg is dat je op elk moment van
de film aannemelijk menselijk gedrag ziet, zij het dan wel onder
fantastische omstandigheden. Die overgangen in het karakter van
Phil zijn goed aangebracht: langzaam maar zeker ontdooit hij en
wordt hij een beter mens, zonder dat de prent daarom melig of
ongeloofwaardig wordt. Gedeeltelijk ligt dat aan het scenario, dat
de evoluties in zijn personage mooi geleidelijk aan introduceert,
maar voor een groot deel is het ook de verdienste van Bill Murray.
De man speelt een fantastische smeerlap, maar wanneer hij begint te
veranderen, zie je wel dat die veranderingen van binnenin hem komen
– hij speelt geen slechte man die plotseling goed wordt, maar een
bitter man die zichzelf uiteindelijk toestaat om goed te zijn. In
die zin vertoont het verhaal van ‘Groundhog Day’ veel gelijkenissen
met Charles Dickens’ ‘A Christmas Carol’: een miezerig, zuur
mannetje krijgt een bovennatuurlijke waarschuwing dat hij verkeerd
bezig is en kan daardoor zijn leven omgooien.

Met dat alles laat ik de film waarschijnlijk ernstiger klinken
dan hij eigenlijk is: ‘Groundhog Day’ is een intelligente komedie,
maar ook gewoon een bijzonder grappige film, met sterke one-liners
(Do you ever have deja-vu? – I don’t know, but I could check
with the kitchen!),
geestige nevenpersonages (zoals
hysterische verzekeraar Ned) en een fantastische love
interest,
Rita (Andie MacDowell). MacDowell is het rustige
centrum van de film: haar rol is niet erg showy, maar is
absoluut noodzakelijk om een hart aan de prent te geven. Zij is de
maatstaf waaraan we kunnen zien hoe ver Phil gevorderd is: naarmate
hij haar meer en meer kan charmeren, komt hij ook dichter en
dichter bij de verlossing en bij een nieuwe dag.

‘Groundhog Day’ is een perfect bewijs dat het mogelijk is om een
geestige komedie te maken voor een breed publiek, waar toch sterk
over is nagedacht en heel wat boeiende ideeën in zitten. Dat
publiekscinema en kwaliteit elkaar niet noodzakelijk hoeven uit te
sluiten. En dat je ‘I’ve got you, babe’ na een tijdje behoorlijk
beu kunt worden.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in