Pukkelpop – het niet meer onvolledige verslag




Pukkelpop 2008

Donderdag 14 augustus 2008

Triggerfinger – Main Stage ***1/2

Dan maar de Main Stage op gang trekken met een powertrio, moet
Chokri gedacht hebben, en hij nam weinig risico met Triggerfinger.
De getalenteerde Belgen beukten de fris ruikende weide voor een
eerste keer goed plat, al zagen we ze al harder beuken. Opener
‘Short Term Memory Love’ ging er vlot in, het uitgerokken ‘Is It’
vroeg onze en vooral uw medewerking en het zware ‘Faders Up’
onthaalden we op goedkeurend geknik. Toch was het vooral
oudgediende en afsluiter ‘On My Knees’ waarmee de band rond Ruben
Block echt indruk maakte. (kvv)

A Mountain Of One – Chateau ***

Met zes mocht A Mountain Of One de alweer erg puike programmatie
van de Chateau leven inblazen. Erg gevuld was het gezellige tentje
nog niet maar wie er was, zag een geslaagde set met invloeden van
Pink Floyd maar ook Santana in het vingervlugge gitaarspel. De
licht psychedelische rock van A Mountain Of One had heel wat
zuiderse trekjes en werd doorspekt met leuke electronische
flitsjes. Een videoclip waarin twee naakte vrouwen werden kaal
geknipt stond op repeat, gevolgd door een vreemd verhaal met een
jezusfiguur, zijn mentor en een dwergnijlpaard. Om maar te zeggen
dat de Britten hun gewenste sfeer gepast wisten te bereiken.
(kvv)

The Subways – Main Stage ***

Wie nog niet wakker was na de set van Triggerfinger, was dat zeker
na die van The Subways. Als een razende maniak ging zanger Billy
Lunn tekeer op dit vroege uur. En ook de voorste regionen aan de
Main Stage gingen maar al te graag mee in het enthousiasme van de
groep. Allemaal leuk, maar tegen afsluiter ‘Rock ’n Roll Queen’ is
de show meer een aaneenrijging van publiekspelltjes dan een
optreden. Jammer, want de songs kunnen ook gerust zonder.
(jvdb)

Kid Harpoon – Chateau ***1/2

Onze eerste positieve ontdekking van de dag was de Brit Tom Hull
die op een podium doorgaans wordt aangesproken als Kid Harpoon. Met
zijn band The Powers That Be maakt de singer-songwriter vrij
vrolijke, midtempo indie rock. Het trio stond voor het eerst op een
Belgisch podium en heeft wat van de zwierigheid van Levellers mee,
alsook een vleugje Billy Bragg. “We don’t do distortion but we
still do rock-‘n-roll”
liet Hull ons weten en hij zette
‘Colours’ in. Afsluiten deed Kid Harpoon met een erg gedreven
‘First We Take Manhattan’ van Leonard Cohen. Het onthouden waard!
(kvv)

The Cribs – Marquee ***

Nergens zoveel Engelsen te bespeuren als bij het
optreden van The Cribs. Het drietal (officieel gezien zelfs
viertal, maar wie erop gehoopt had de onlangs ingelijfde Johnny
Marr aan het werk te zien, was eraan voor de moeite) uit West
Yorkshire ademt dan ook meer Britsheid uit dan de Queen, het
Engelse elftal en James Bond tesamen. Hun vlot meezingbare,
pubvriendelijke muziek werd op Pukkelpop niet bepaald vlekkeloos –
de broertjes Jarman zijn nog steeds niet met een groot zangtalent
gezegend – maar wel vol energie vertolkt. En meer wordt er ook niet
verlangd door hun publiek, dat er vooral op gebrand is mee te
brullen op knallers als ‘Our Bovine Public’, ‘I’m A Realist’,
‘Men’s Needs’, ‘Hey Scenesters!’ en ‘Moving Pictures’. The Cribs
leverden op Pukkelpop misschien niet hun beste optreden af, maar
verdienen nog steeds een voldoende. (lve)

Santogold – Dance Hall ***1/2

Als het goed is, zeggen we het ook. Net voor Santogold speelde De
Jeugd Van Tegenwoordig een set waar we aardig van schrokken. Puik,
en de ideale opwarmer voor de band die stilaan als de M.I.A. van
2008 aanschouwd kan worden. Het erg fijne ‘Santogold’ kreeg in de
Dance Hall een meer dan genietbaar gevolg, al moet gezegd dat
enkele manco’s het zout van de frieten haalden. Zo stoorde het
scherpe geluid tijdens bekendere nummers als ‘You’ll Find A Way’ en
‘Les Artistes’ helemaal aan het begin van de set behoorlijk en
oversteeg het optreden het niveau van het album nooit, daar waar we
live een meerwaarde vermoedden. Santogold speelde nauwelijks een
groot half uur, en de vraag of het langer had kunnen boeien blijft
vooralsnog onbeantwoord. (nd)

Dirty Pretty Things – Marquee ****

De heisa rond Pete Doherty en Carl Barât als ex-Libertines zal wel
nooit helemaal verdwijnen, maar is duidelijk al geluwd. Daardoor
kunnen beide heren zich volop richten op hun afzonderlijke
projecten en zich aldus profileren. Daar waar Doherty en zijn
Babyshambles tegen alle verwachtingen in een zeer te smaken tweede
album afleverden, valt de nieuwe Dirty Pretty Things – oh, wat doet
het pijn om dit te zeggen – nogal tegen. Tuurlijk, de nodige
live-kleppers zijn aanwezig, maar er staat ook – sorry Carl – veel
nietszeggend materiaal op. Hoe dan ook, een ‘gig’ van een
voormalige Libertine mag je nooit missen. Carlos – halverwege de
set met ontblote borst, tot grote vreugde van al het aanwezige
vrouwvolk – en de zijnen hebben het weer moeiteloos klaargespeeld
om het hele publiek mee te krijgen. Dat er amper nieuwe nummers
gespeeld werden, is misschien een teken aan de wand, maar op het
moment zelf is het vooral genieten van als vanouds rockende
vertolkingen van onder meer ‘You Fucking Love It’, ‘The Enemy’,
‘Deadwood’ en ‘Gin & Milk’. Je kan alleen maar hopen voor die
fijne jongens dat het derde album weer een knaller wordt.
(lve)

Menomena – Chateau ****

Een trio dat indierock brengt met weinig evidente structuren en
pianolijnen, dat moet Menomena zijn, zeker als we vertellen dat ze
op donderdag in de Chateau stonden. Brent Knopf, Justin Harris en
Danny Seim komen uit Portland, USA, en hebben een goede naam in het
indiewereldje. Alle drie zingen ze, al dan niet samen, en wisten ze
perfect hoe ze sfeer of subtiliteit in de tent moesten krijgen. De
Chateau liep goed vol toen Menomena als derde song ‘Muscle’n Flo’
inzette. Het inventieve ‘Wet and Rusting’ was volledig raak en ook
‘The Pelican’ maakte indruk. Knap. (kvv)

Joan As Police Woman – Marquee ***1/2

“Het is altijd leuk om in dit land te spelen,” dixit Joan Wasser.
Tja, wat moet je zeggen als je op korte tijd voor de zoveelste keer
in het kleine België staat? Op Pukkelpop bracht Joan het laatste
optreden van haar tournee, al zal het (wellicht) niet haar beste
geweest zijn. Het nieuwe ‘Hard White Wall’ klonk behalve de zachte
refreinen nooit echt overtuigend. ‘Start of My Heart’, dat Wasser
omschreef als een make out song, was best sensueel maar
kon boeiender. ‘The Ride’, ‘I Defy’, ‘Furious’ (inclusief
pianobombardement) en een snelle versie van ‘Christobel’ maakten
dan weer heel wat goed. (kvv)

White Lies – Chateau ****

White Lies is bij ons nog behoorlijk onbekend en dat zou wel eens
kunnen zijn omdat ze nog maar een jaar bestaan en hun debuutalbum
ongeveer op nu zou moeten verschijnen. White Lies was op Pukkelpop
met vier en brengt ons post-punk vanuit Londen. De band gaat verder
op het pad van Interpol en Editors en als er een sfeer hing in de
Chateau, dan was het alleszins een donkere. Wat wil je met lyrics
als “I saw a friend that I once knew at a funeral”?
Muzikaal zat het echt goed, wat na Menomena voor een twee op twee
in de Chateau zorgde. Vooral afsluiter ‘Death’ was een goeie. White
Lies zou wel eens een blijven kunnen worden. (kvv)

Editors – Main Stage ****1/2 (afbeelding 2)

Kan je Editors na een vijfde doortocht in enkele maanden tijd
werkelijk spuugzat raken? Ondanks twee sterke albums was de
verzuring toch net onder de limiet gekomen, maar kijk, vandaag
speelde Editors misschien wel het optreden waarvoor de ijle bombast
en bijhorende pathos van zanger Smith in de wieg zijn gelegd. Het
schemerdonker op een zachte, bewolkte avond, wat blauw licht en een
ijzersterk ‘Bones’ om het feest op gang te sabelen, leverden het
beste optreden van ons Pukkelpopparcours, dag 1. Een uurtje lang
gidste de band uit Birmingham ons door een leuke doch bijwijlen
ietwat monotone catalogus, met uitschieters ‘Escape The Nest’, ‘You
Are Fading’ en alweer ‘Smokers Outside The Hospital Doors’. Een
extatisch ‘Fingers in the Factories’ sloot Editors 2008 af. Het is
voor even gedaan, beloofde Smith. Wij zijn ervan overtuigd dat een
periode van hunkeren naar een derde cd het verlangen verhogen.
(nd)

Iron & Wine ****1/2 – Club

Hét hoogtepunt van de dag kwam, wat ons betreft, van Sam Beam en
zijn Iron & Wine. Nog tijdens het optreden van Drive-By
Truckers stonden we na te genieten van de verstilde schoonheid die
het achtkoppige collectief ons had gebracht. Het zwaartepunt van de
set kwam niet verrassend te liggen op ‘The Shepherd’s Dog’ van
vorig jaar, wat met glansprestaties als ‘Wolves (Song of the
Shepherd’s Dog)’ en ‘House by the Sea’ ons helemaal niet deerde.
Ook ‘Boy with a Coin’ verhief zich als een bijzonder zacht en
sfeervol hoogtepunt, waarbij je verwonderd stond te kijken hoe acht
instrumenten subtiel in elkaar pasten. Beter dan marihuana.
(kvv)

Drive-By Truckers – Chateau ***1/2

De verwachtingen lagen zeer hoog, zeker na hun laatste worp
‘Brighter Than Creation’s Dark’, zonder twijfel een van de beste
platen van 2008 tot dusver. Ook live bewezen de Truckers dat ze een
klasseband zijn, al sloeg de vonk nooit echt helemaal over op een
uitgeblust publiek. Zelf bij topsongs als ‘That Man I Shot’, ‘A
Ghost To Most’ of ‘Putting People On The Moon’ bleef de sfeer
eerder gezellig dan uitbundig. (jvdb)

The Flaming Lips – Marquee *** (afbeelding
3)

Wie er op Cactus 2007 bij was, weet: dit is qua beleving de beste
band ter wereld. Als je in een feeëriek verlicht middeleeuws
pretpark de idylle mag afsluiten, zijn de omstandigheden evenwel
iets beter dan in een festivaltent waarin de podiumopbouw langer
duurt dan de set. De Britten die het Belgische festivalbier
kennelijk niet gewoon waren, schreeuwden zanger Wayne Coyne –
gewoontegetrouw de opbouw superviserend – het delirium in. Het
ontlokte hem luttele minuten later de uitspraak dat dit een van de
gezelligste festivals is; wij durven die mening tegenspreken.

Het optreden zelf viel ons, critici als we zijn, toch wat tegen.
‘Race For The Price’ en ‘The Yeah Yeah Yeah Song’ zijn uiteraard
sublieme nummers, ‘Mountain Side’ is dat al wat minder. Als je geen
enkel nummer echt uitgebreid kan opbouwen door tijdsgebrek neem je
een deel suspens weg, iets waar Flaming Lips doorgaans aardig op
teren. Ook van ‘Vein Of Stars’ of ‘The Process’ kunnen we
ongelooflijk genieten, maar veel liever hadden we, animales de
costumbres
als we zijn, toch maar ‘Fight Test’ of ‘Spoonful’
op ons brood gekregen. Het beste spaarden de Lips voor het laatst
met een erg goed ‘Yoshimi’ en een op Michael Phelpsniveau agerend
‘Pompeii am Gotterdammerung'(titel van het tweede millennium, het
spijt ons Moz) als prelude voor ‘The W.A.N.D’ en koningssluistuk
‘Do You Realize??’.

Zolang we aliens met teletubbies mengen en schertsen met confetti
en ballonnen relativeren blijft alles nog best gezellig, maar geef
een band met de verdiensten van deze Flaming Lips volgende keer
toch maar een tweetal uur speeltijd, Chok. (nd)

Holy Fuck – Chateau ****

Iedereen die ook maar een beetje hip wilde zijn, liet op
donderdagnacht The Killers voor wat ze waren en zocht de Chateau op
voor het Canadese Holy Fuck. Hun mix van experimentele rock en
electronica bleek bijzonder dansbaar en kan qua gedrevenheid tippen
aan de evidente referentie Battles, al is Holy Fuck duidelijk
minder hard. Holy Fuck is eigenlijk een vijftal maar had een van
hun twee drummers in Canada gelaten. Niet dat het geluid eronder
leed want de sfeer in de tent was terecht erg uitgelaten. (kvv)

The Killers – Main Stage ***1/2

Vorig jaar op Werchter wisten ze al te overtuigen, ook dit jaar op
Pukkelpop was het raak voor The Killers. Hen als headliner
opstellen was misschien een beetje overdreven, maar Brandon en co
weten wel perfect wat het recept is voor een geslaagd optreden
zonder een karikatuur van zichzelf te worden – zoals ik vaak het
gevoel heb bij Kaiser Chiefs. Brandon – opnieuw zonder snor! – op
kop, maar ook de andere bandleden performen vol charisma en
professionaliteit. Ze hebben natuurlijk ook prima songmateriaal
voorhanden, zoals onder anderen ‘Mr. Brightside’, ‘Jenny Was A
Friend Of Mine’, ‘When You Were Young’ en ‘Tranquilize’ (vanop het
goed vertegenwoordigde rarities album ‘Sawdust’). Succes verzekerd!
(lve)

Vrijdag 15 augustus 2008

Pete & The Pirates – Club ***1/2

Nee, dit is geen zijprojectje van de heer Doherty. Pete & The
Pirates zijn een vrolijk vijftal uit Reading, opgebouwd rond een
andere Pete. Na twee ep’s zijn ze toe aan hun eerste album, dat
uitgebreid aan bod kwam tijdens hun set op Pukkelpop. Na een
jammerlijk gemiste start – het heerlijke nummer ‘Knots’ ging
spijtig genoeg ten onder aan een verkeerd afgestelde microfoon –
kende de band weinig problemen om zowel de oude als nieuwe nummers
vol enthousiasme aan de man te brengen. (lve)

Nina Nastasia – Chateau ***1/2

De New Yorkse singer-songwriter Nina Nastasia is rond de
eeuwwisseling in de aandacht gekomen dankzij John Peel en was een
van de weinigen die op Pukkelpop helemaal alleen op het podium
stond – of in haar geval zat. Haar stem ligt dicht bij die van An
Pierlé en aan haar bindteksten mag ze wel eens werken. Dat ze fan
is van Metallica weten we nu ook. We zagen een geslaagd optreden
dat vooral in het slot indruk maakte. Niet zozeer omdat Nina plots
beter werd maar omdat ze leukere songs (‘Stormy Weather’, ‘Why
Don’t You Stay Home?’) tot het einde bewaarde. Toch hadden we iets
meer van Nastasia verwacht. (kvv)

Girls In Hawaii – Marquee ***1/2

We steken het niet onder stoelen of banken dat we hier bij enola
van Girls In Hawaii houden. Ook na hun debuutplaat ‘From Here to
There’ stonden de Walen in de Marquee en ook toen zagen we dat het
goed was. Het is niet dat The Girls de pannen van het dak speelden
– in zaal kan er altijd wat meer – maar betere momenten als
‘Bored’, ‘Fields of Gold’ en ‘The Fog’ maakten dit optreden meer
dan degelijk. Afsluiten deed de band in schoonheid, waarin een
aanzwellende bas de spanning voor ‘Flavor’ opdreef en het nummer in
een krachtige finale de Marquee in beroering bracht. (kvv)

Caribou – Chateau ****1/2

Wie aan Caribou denkt, heeft instinctief een lied van Pixies in het
hoofd maar Dan Snaith heeft er in de Chateau alles aan gedaan om
daaraan iets te veranderen. Zijn laatste worp, ‘Andorra’, werd hier
vorig jaar positief onthaald. Nu bleek dat Caribou het ook live
voortreffelijk doet. Twee drumtoestellen, een gitaar, een
basgitaar, drie helpende muzikanten en een vleug elektronica was de
basis waarmee Snaith voor een van dé optredens op Pukkelpop zorgde.
Bezield, fris, wervelend. ‘Melody Day’, ‘Sundialing’, ‘After
Hours’. Klasse. (kvv)

Los Campesinos! – Chateau ***1/2

Een bomvolle Chateau voor het optreden van deze zevenkoppige
indieband uit Cardiff. Niet moeilijk met een straffe debuutplaat
als ‘Hold On Now, Youngster…’ De sound en energie van die plaat
weten ze ook zeer goed naar het podium te vertalen. “And I’m
not Bonnie Tyler, and I’m not Toni Braxton and this song is not
gonna save your relationship”
zingen ze in ‘We Are All
Accelarated Readers’. Uw relatie zullen ze niet redden, maar voor
een opgefokt optreden waarbij u nog eens alle remmen kan losgooien
moet u bij Los Campesinos! zijn! (jvdb)

Foals – Marquee ***

Vijf hyperactieve jongens uit Oxford, dat belooft. En ja hoor, de
set van Foals was er vooral een van hoogtepunten (‘Cassius’ en ‘The
French Open’ om er zo enkelen te noemen) – de strakke vertolkingen
volgden elkaar op. Toch vielen er enkele negatieve kanttekeningen
te maken. 1) Het contact tussen band en publiek was aan de povere
kant, misschien wel door de in zijprofiel geponeerde microfoon. 2)
Allicht ten gevolge daarvan: het publiek was erg mak, waardoor de
sfeer er nooit echt inkwam. Mogelijk is Vlaanderen nog niet
helemaal vertrouwd met ‘Antidotes’, de bruisende debuutplaat van
Foals. 3) Geen ‘Mathletics’?! (lve)

Cold War Kids – Main Stage ***

Wat zet je zoal op een Main Stage als je het programma samen stelt?
Muziek die toegankelijk genoeg is om zo veel mogelijk volk te
bereiken alleszins. Muziek die dat niet is maar toch het grote
publiek gevonden heeft ook. Soit, we hadden Cold War Kids liever in
de Marquee of de Club gezien. Daar hadden ze ook niet te maken
gehad met het grote aantal Metallica-fans dat zich al vooraan had
gesteld en daar was het niet nodig geweest zo hard te spelen. Cold
War Kids bracht ons heel wat nieuw werk van hun volgende maand te
verschijnen ‘Loyalty to Loyalty’ in een set die tijd nodig had om
los te komen. Van het onbekende beviel vooral ‘Welcome to the
Occupation’ ons. ‘Hospital Beds’ en afsluiter ‘Saint John’
fungeerden als lichtpunten in een set die niet bijzonder lang zal
bijblijven. (kvv)

The Breeders – Marquee **

Qua slappe koffie kon dit wel tellen. We stonden wat achteraan in
de Marquee en na een tijdje was geen kat er nog echt aan het
opletten. Niemand was geïnteresseerd in de nieuwe nummers en enkel
de bekendere hits als ‘Divine Hammer’ en ‘Cannonball’ konden ons
motiveren te blijven luisteren. Leuk voor nostalgici en mensen die
elk optreden uitdoen uit beleefdheid maar deze reünie lijkt ons
weinig noodzakelijk. (kvv)

Blood Read Shoes – Club ***1/2

“Let’s consider change of scenery” – geen haar op mijn hoofd dat daaraan dacht toen Laura-Mary Carter de set van Blood Red Shoes met dit zinnetje inzette. Door van start te gaan met ‘It’s Getting Boring By The Sea’ hadden zij en zanger-drummer Steve Ansell meteen hun grootste troef vergokt, maar gelukkig hielden ze nog het één en ander achter de hand.

Eerlijk is eerlijk: op het album ‘Box Of Secrets’ staan toch wel aardig wat vullertjes. Deze kwamen ook op Pukkelpop aan bod, maar gelukkig wel behendig verhuld door een evenredige verdeling van het handjevol resterende topsongs (‘I Wish I Was Someone Better’, ‘ADHD’, ‘Say Something, Say Anything’, ‘You Bring Me Down’). Er kon zelfs een ode aan Metallica af. Wat echter vooral opviel, is de indrukwekkende kracht die Carter en Ansell met hun tweetjes teweeg kunnen brengen. (lve)

Boppin’ Benvis Brothers – Wablief?! ****

Old School Rock-‘n-Roll in de Wablief-tent op vrijdagavond. Wie dacht dat er op Pukkelpop enkel kon gedanst worden in de Boiler Room of de Dance Hall, die is duidelijk niet in de Wablieft-tent geweest wanneer wij er stonden. De Boppin’ Benvis Brothers zorgden voor een stomende dansmarathon, waarbij niemand iets leek te missen van de grote headliner Metallica, die op dat moment de Main Stage onveilig maakte. Op de tonen van Elvis Presley, Johnny Cash, Ray Charles, Bill Hayley, Jackie Wilson, Frank Sinatra, … was in de Wablief het leukste dansfeestje van het weekend aan de gang . Nowhere to run, nowhere to hide, jive for your life! (jvdb)

Tindersticks – Marquee ****

Er stond voor de gemiddelde vroegst geprogrammeerde band meer volk in de Marquee dan voor Tindersticks en dat had alles te maken met het concert van Metallica dat tegelijk begon. Presentator Peter Van de Veire vroeg de aanwezigen wat ze van de metaliconen vonden en kreeg een luide boekreet terug. Stuart Staples en zijn herenigde Tindersticks zal zich ook welkom gevoeld hebben toen ze het podium beklommen. De introductie door de band zelf was erg verzorgd waarbij langzaam steeds meer mensen op het podium kwamen en de instrumental steeds in intensiteit won. De band zette verder met ‘Yesterdays Tomorrows’ en bracht een set die op stilistisch vlak (op Sigur Rós na misschien) zijn gelijke niet kende op Pukkelpop. Muzikaal stelde Tindersticks helemaal niet teleur en de stem van Staples werkte de chamber pop fantastisch af. Hoogtepunten? Oudgedienden ‘Dying Slowly’ en ‘Say Goodbye to the City’, net als het nieuwe ‘The Flicker of a Little Girl’. In december in Brugge! (kvv)

Metallica – Main Stage ****1/2

Toen Metallica om elf uur ’s avonds inzette met het uitstekende ‘Creeping Death’, betekende dit het begin van een optreden dat het publiek twee uur lang in de ban zou weten te houden. James Hetfield toonde zich op Pukkelpop nog maar eens een ware entertainer, die de interactie met het publiek niet schuwde, maar ook de muzikale prestaties mochten er zijn. Favorieten als ‘Master of Puppets’ en ‘Enter Sandman’ wisten de hele wei en masse te doen meebrullen, en ook ‘One’, dat begeleid werd met vuurwerk en vlammenwerpers, werd op een oorverdovend gejuich onthaald. Naast de snoeiharde riffs was er op de set echter ook plaats voor intiemere momenten. Zo begonnen ‘The Unforgiven’ en ‘Nothing Else Matters’ beide akoestisch, met één man op het podium, maar barstten daarna pas echt los toen ook de andere bandleden zich aansloten en akoestische voor elekrische gitaren werden ingewisseld. Minder geliefde albums als ‘Load’, ‘Reload’ en ‘St. Anger’ werden (op ‘Fuel’ na) achterwege gelaten, waardoor Hetfield en co zich ten volle konden uitleven op hun vroegere werk. In afwachting van het nieuwe album ‘Death Magnetic’ kreeg het publiek al een voorsmaakje met ‘Cyanide’, een nummer dat inderdaad een beetje doet denken aan het album ‘…And Justice For All‘, maar dat door wanordelijke gitaarstukjes en een nogal flauw zanggedeelte niet echt kon overtuigen. Toch kan het (metal)publiek, dat die dag in groten getale naar Kiewit afgezakt was om – vooral – Metallica te zien, terugblikken op een puik optreden, dat tot en met het laatste bisnummer (‘Seek & Destroy’) iedereen ervan wist te overtuigen dat diens Pukkelpopticket elke cent waard was! (jvdm)

The Rascals – Club ***1/2

Miles Kane bewees met zijn eigen groep dat hij het ook zonder zijn maatje Alex Turner (The Last Shadow Puppets) kan. The Rascals mochten de tweede dag afsluiten in de Club na een wissel met The Futureheads. Met op de achtergrond een eindeloze stroom Metallica-fans die de weide verlieten, bewezen The Rascals dat ze geen standaard Britpop-bandje zijn zoals er de laatste jaren zoveel op ons afkomen. Nee, deze jongens hebben stevige songs, de juiste attitude, een charismatische frontman en het potentieel om het te maken. (jvdb)

Zaterdag 16 augustus 2008

Lykke Li – Marquee ***

Lykke Li is het ultieme prototype van het Scandinavische meisje. Blonde haren, hippe uitrusting, haast kinderlijk kirrend stemmetje. Check, check, check. Onder meer Annie en Robyn gingen haar al voor, maar nu is het de Zweedse Lykke Li die volop tot hype gebombardeerd wordt. Te begrijpen? Ja, ‘I’m Good, I’m Gone’ is een best originele en fijne single. Ja, haar vertolking van ‘Little Bit’ was bloedmooi. Ja, ze gooit zich met veel charisma op het podium. Maar neen, Lykke Li’s passage op Pukkelpop was niet overtuigend genoeg om de hype helemaal te rechtvaardigen. (lve)

Pivot – Chateau ***

“Het is alsof ze nog met hun soundcheck bezig zijn,” vond ons gezelschap ervan. Inderdaad, Pivot gaat het experiment niet uit de weg. Sterker nog, in hun songs is maar weinig lijn te krijgen, al gaat het Australische trio dan weer niet zo ver dat het onzin wordt. Neen, wat Pivot ons op onze nuchtere maag presenteerde was zeker interessant, met hier en daar wat Tortoise-invloeden. Alleen ging het op de duur allemaal wat te veel op elkaar lijken en hadden we het wel gezien. (kvv)

Fuck Buttons – Chateau ****

Om een optreden van Amenra te moeten schrappen, moet er echt wel iets leuks tegenover staan. Dat kwam er in de vorm van Andrew Hung en Benjamin John Power, de twee uit Bristol die samen Fuck Buttons uitmaken. Fuck Buttons is meer dan een opvallende naam. Het is een geslaagde mix met elementen uit postrock, electronica, drone, noise en klassieke muziek. De Chateau was te klein voor het duo (al kwam dat ook omdat er op dat moment geen optreden op de Main Stage of in de Marquee was) en zag een boeiende set met songs die in een betere Lynch-film niet zouden misstaan. (kvv)

Black Kids – Marquee **1/2

Het begon allemaal nog leuk en zwierig met ‘Look at Me (When I Rock Wichoo)’ maar naarmate het optreden vorderde, werd duidelijk dat Black Kids de diversiteit miste om een volledig optreden te boeien. Het publiek was nog niet voldoende wakker om zich te geven op de dansbare indie van de Amerikanen of was het met ons eens dat het de band aan een fikse dosis bezieling ontbrak om de Marquee te doen ontploffen. Uiteraard was afsluiter ‘I’m Not Gonna Teach Your Boyfriend How to Dance with You’ het orgelpunt maar deze leuke single kon de scheve situatie die Black Kids was niet rechttrekken. (kvv)

The National – Marquee ****1/2

The National is zo’n band die bij elk optreden minstens een paar honderd fans wint. De Amerikanen hebben dan ook het charisma, de songs en de sound mee om een veel hogere plaats op de affiche te verdienen. In tegenstelling tot op Werchter was The National wél direct bij de les en kregen we vanaf ‘Start a War’ tot publiekslieveling ‘Fake Empire’ een erg geslaagde set te horen. Wanneer je ‘Slow Show’ hoorde, dan wist je wat Van de Veire wat makkelijk het ‘Eftelinggevoel’ had genoemd. Frontman Matt Beringer was zijn neurotische maar charmante zelf en leidde ook ‘Mistaken for Strangers’ naar een aanzienlijke hoogte. Wie kan dit slecht vinden? (kvv)

Yeasayer – Club **** (afbeelding 4)

Yeasayer zullen we voor het gemak maar experimenteel noemen. Het minste wat je van New Yorkers kan zeggen is dat hun geluid vrij uniek is. Dat ze weten hoe ze een publiek volledig mee moeten krijgen, bewezen ze in de Club. Met twee draaien ze aan de knoppen, terwijl een drummer en bassist het geluid volledig maken. Yeasayer heeft wat van de vurigheid van Animal Collective zoals ze bewezen in het leuke ‘2080’. Zanger Chris Keating vind het bovendien leuk voortdurend het duet tussen zijn buikstem en falsetstem aan te gaan, wat het allemaal nog wat vreemder maakt. Aan de zijkant stond Eppo begrijpelijk instemmend te knikken. (kvv)
Manic Street Preachers – Main Stage ****1/2

Manic Street Preachers is zo’n groep die door de jaren heen in de achting van velen een flinke duik gemaakt heeft. Daar kon zelfs ‘Send Away The Tigers’ – de vorig jaar uitgebrachte plaat die het beste werk van de Manics in jaren bevat – jammer genoeg niets aan veranderen. De schamele opkomst voor het optreden van de Welshmen – al om 18u! – sprak boekdelen. Het deed me dan ook groot plezier toen James, Nicky (met fluffy microfoon – het blijft toch een geweldige showman) en Sean al de twijfelaars lik op stuk gaven. Te beginnen met een uitstekende versie van ‘Motorcycle Emptiness’.

Een mooie setlist volgde, gaande van klassiekers als ‘You Stole The Sun From My Heart’, ‘You Love Us’, ‘The Masses Against The Classes’ en ‘If You Tolerate This Your Children Will Be Next’ tot nieuwe songs als ‘Your Love Alone Is Not Enough’ en ‘Autumnsong’ en zelfs een cover van Rihanna’s ‘Umbrella’. Een na al die tijd nog steeds zwaar aangedane Nicky Wire droeg ‘Pennyroyal Tea’ aan zijn sinds 1995 vermiste beste vriend en voormalig bandlid Richey Edwards. Een hoogstaande kwaliteit werd doorheen de hele set bewaard. De Manics hebben meer dan twintig jaar na hun oprichting nog heel wat te bieden! (lve)

Bloc Party – Main Stage ***

Echt, we hebben het voor Bloc Party en Kele is altijd welkom in onze living. We keken dan ook vrij hard uit naar de set die Bloc Party zou brengen om teleurgesteld de Main Stage te verlaten. Wat was er aan de hand? Te weinig concentratie, te weinig overtuiging. Het was alsof Kele zelf te veel aan het genieten was van al het positieve dat hem overviel. Neen, dan waren hun doortochten in de AB en de Lotto Arena duidelijk sterker. Niet dat het slecht was, maar van een band als Bloc Party verwacht je iets. ‘Banquet’ was een voltreffer en ook ‘This Modern Love’ en ‘The Prayer’ waren zeer genietbaar. Maar algemeen genomen was er iets te weinig Bloc Party om ons over de streep te trekken. Jammer. (kvv)

Neurosis – The Shelter ****1/2

Mochten alle optredens in The Shelter (de nieuwe en overdekte Skate Stage dus) zo goed geweest zijn als dat van Neurosis, dan hadden we daar beter drie dagen post gevat. Met ‘Given to the Rising’ maakte de Californische postmetalband een van de beste albums van 2007. Het was dan ook het fenomenale titelnummer van deze plaat dat de set op Pukkelpop mocht inzetten. Snel werd duidelijk dat Neurosis een fiks deel subtiliteit uit de studio inruilde voor hardheid in The Shelter. Beats van de Dance Hall kwamen even storen tijdens de intro van ‘Distill (Watching The Swarm)’ maar Scott Kelly, Steve von Till en co lieten met alweer een klassevertoning merken hoe daarop te reageren. Massief, zwaar, dreunend, Neurosis haalde hun troeven boven om een (niet echt enthousiast) publiek volledig te bedwelmen. (kvv)


Sigur Rós – Main Stage ***** (afbeelding 1)

Het wordt misschien wat te voorspelbaar, maar ook na hun optreden op Pukkelpop zal er slechts in superlatieven over Sigur Rós gesproken worden. Jónsi had zich weer in zijn prachtige vest en veren gehuld en was er duidelijk klaar voor, net zoals de rest van het indrukwekkende Sigur Rós live-ensemble.

Op Pukkelpop kregen de IJslanders een kwartier minder tijd voor hun set dan op Werchter, maar een uur was ruim voldoende voor hen om alle mogelijke emoties los te wekken bij het publiek.

Het zijn de meer ‘poppy’ nummers als ‘Við Spilum Endalaust’ en ‘Hoppippola’ die de naam Sigur Rós een bredere bekendheid hebben verleend. De live-versies van deze songs bewijzen echter dat die geste naar het grote publiek toe geen reden is om qua schoonheid in te boeten. De aandoenlijke uitbundigheid van ‘Gobbledigook’ past bijvoorbeeld perfect in de magische trip die een optreden van Sigur Rós toch wel is.
Jónsi en de zijnen zijn het maken van epische kunstwerkjes trouwens nog lang niet verleerd, getuige de magistrale uitvoering van ‘Festival’ – een bijna tien minuten durend pareltje vanop Með suð í eyrum við spilum endalaust’.
Er werd nog meer geput uit de nieuwe plaat: Jónsi en pianist Kjarri voerden ‘Inní Mér Syngur Vitleysingur’ uit in een ontroerende quatre-mains.
Het ultieme hoogtepunt werd zoals gewoonlijk het hartverscheurende ‘Popplagið’ dat menig toeschouwer – ik beken – tot tranen toe kan bewegen.

Er volgden na Sigur Rós nog enkele optredens op Pukkelpop, maar elkeen daarvan was overbodig. Sigur Rós heeft op een uur tijd alles gebracht en nog veel meer – adembenemend.
(lve)

Elbow – Marquee ****

Blazers en strijkers bouwden de spanning op voor het laatste opteden dat de Marquee ons te bieden zou hebben. Elbow bewees onlangs nog in Brussel in uitstekende vorm te zijn en bracht ook op Pukkelpop een verstillende set vol klasse. Vooral ‘The Seldom Seen Kid’, Elbows laatste worp, kwam aan bod met erg geslaagde versies van onder meer ‘The Bones of You’ en het fantastische en energiek gebrachte ‘Grounds for Divorce’. Van op afstand en met de juiste belichting leek zanger Guy Garvey op een druk gesticulerende Ricky Gervais. ‘Newborn’ bleek de kers op de taart en een van de redenen waarom de aanwezigen niet voor Soulwax hadden gekozen. (kvv)

 

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in