You Don’t Mess with the Zohan





Met: Adam Sandler, John Turturro, Emmanuelle Chriqui, Rob
Schneider, Nick Swardson e.a.

Wat keek ik altijd met veel plezier
uit naar de driemaandelijkse haarknipbeurten. Die fluwelen
vrouwenhanden door mijn wilde manen, het gulpje shampoo dat
langzaam maar plagerig in mijn oor sijpelt, het gevaarlijk sensueel
langs de oren scheren en dat zwoele haardrogertje dat mij met een
verbrande prikkel in de neus omblaast tot een voldaan
metroseksueeltje met een gepoedeld edoch modieus kopje. En toen was
Adam Sandler daar, de komiek die zijn hele carrière heeft opgebouwd
rond slappe komedies gericht op dertienjarigen, met een handvol
aanvaardbare niemendalletjes en een experimentje met Paul Thomas
Anderson als enige uitschieters. In ‘You Don’t Mess with the Zohan’
keert Sandler terug naar de minder verfijnde, maar ook meer
uitzinnige roots van zijn Saturday Night Live-optredens. Hij speelt
een Israëlische anti-terroristenbestrijder die naar Amerika trekt
om er als kapper vrouwen te laten klaarkomen met zijn schaar-en
rampetamptalenten. Beelden die ik jammer genoeg nooit meer van mijn
retina’s geschraapt zal krijgen en die dus ook voorgoed mijn
bezoekjes aan mijn geliefde kapsalon hebben verpest. Sorry,
Tamara.

Zohan Dvir (Adam Sandler wil een
Boratje doen) is een Israëlische elitesoldaat die er stiekem van
droomt om zijn gewelddadige leventje achter te laten en een
kapsalon te openen in het beloofde land van Amerika. Na een finale
confrontatie met The Phantom (John Turturro), zijn nemesis en
Palestijnse tegenhanger, veinst Zohan zijn dood, scheert hij zijn
krullen af en trekt hij in alle anonimiteit naar New York onder de
schuilnaam Scrappy Coco. Hij krijgt er de kans zich te bewijzen in
een kapsalon uitgebaat door een Palestijnse deerne (Emmanuelle
Chriqui) en maakt snel naam en faam bij de dames op leeftijd met
zijn speciale verzorgingstechnieken in het achterkamertje. Maar
wanneer een op wraak beluste Palestijnse taxichauffeur (Rob
Schneider) Zohan herkent, dreigt zijn nieuwe
silky-smooth’-droomleventje in duigen te
vallen…

Als een uit de hand gelopen sketch
schiet ‘You Don’t Mess with the Zohan’ even gedreven als
onevenwichtig uit de startblokken. Sandler die in adamskostuum
staat te shaken op kitscherige jaren tachtigdeuntjes zet
onmiddelijk de toon van deze kluchterige slapstickkomedie die zich
gedraagt als een mengeling van een Austin Powers-achtige spoof met
joden en een bizarre parodie op ‘Munich’ (de titel lijkt
wel gebaseerd op de ‘don’t fuck with the jews’-oneliner
uit Spielbergs film). Inderdaad, ‘Zohan’ wil het allemaal, liefst
tegelijk en als het even kan met minstens één goedkope seksmop per
minuut. Het is laag bij de grond, makkelijk (tel de humusmoppen!)
en veel te afhankelijk van een flinterdunne premisse, maar het is
ook onvoorspelbaarder en minder afgelikt dan Sandlers meer
routineuze werk. Nog altijd geen goede film, maar hier komt de
komiek tenminste minder over als een berekende Hollywoodster die
een zo breed mogelijk commercieel publiek wil bereiken.

De meest geslaagde momenten zijn met
wat moeite te sprokkelen in het eerste halfuur. Sandler die tijdens
een zwaartekracht overstijgende achtervolging Jason Bourne-gewijs
over muurtjes springt als een wild konijn, een pingpongwedstrijdje
met een granaat en een enthousiaste John Turtorro die zich absoluut
niet geneert om tot het niveau van zijn goede vriend te zakken.
Allemaal behoorlijk onnozele nonsens, maar het vrijblijvende
toontje maakt het ook mild ontwapenend. Het is pas wanneer Zohan
naar Amerika en de meer conventionele regeltjes trekt, dat ‘You
Don’t Mess with the Zohan’ volledig stilvalt door een accuut tekort
aan goeie en iets smaakvollere grappen (voetballen met een kat,
olé). Jammer, want zo bewijst king of comedy Judd Apatow,
die mee aan de wieg stond van deze prent, dat hij niet alles in
komisch goud kan veranderen.

Het weinig subtiele ‘Zohan’ verliest
gewoon veel te snel stoom en creativiteit om het een lange twee uur
te rekken. Je kan nu eenmaal niet blijven lachen met de seksueel
getinte innuendo en het opgefokte kruis (er krioelt zowaar
meer schaamhaar in zijn broek dan op het hoofd van Erykah Badu) van
Sandler. De man flirt trouwens gevaarlijk met de grens tussen
ironische zelfspot en zelfingenomen egotrip, want ondanks de
seksistische eigenschappen van Zohan scoort het personage wel
bijzonder gemakkelijk bij de vrouwtjes. Dat breekt vooral zuur op
wanneer de voorspelbare love interest wordt ingeschakeld
om de losbandigheid te vervangen door meligheid. Hetzelfde geldt
voor de stoute mopjes (de Hezbollah-hotline is geinig) over het
Palestijns-Israëlisch conflict, die vaak met een zodanig dikke
knipoog of uitvergroot stereotype (Rob Schneider geeft er nog eens
een racistische en vooral ongrappige lap op) worden verkocht dat ze
al lang niet meer satirisch of subversief overkomen. En wanneer
regisseur Dugan in de sentimentele verbroederingsfinale zangeres
Mariah Carey in een wanhopige cameo opvoert dan weet je gewoon dat
het doek niet snel genoeg kan vallen.

Met ‘You Don’t Mess with the Zohan’
doorbreekt Sandler voorzichtig zijn conventionele sleur door het
extra lang en breed te laten hangen met een vuistdik accent,
platvloerse pubergrollen, karikaturale situatiehumor en veilige
politiek-incorrecte gags. Jammer genoeg is het veel te vaak
miss en o zo zelden hit om van een verfrissende
en welkome terugkeer naar de goofy roots te spreken. Enkel
voor rabiate aanhangers van Sandlertology.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in