Spires That In The Sunset Rise :: Curse The Traced Bird

Het leven is niet eerlijk. Terwijl de meisjes van Laïs krampachtig proberen los te komen van hun brave-folkmeisjes-imago en daar ondanks hun laatste experimentele (kuch) escapade niet in slagen, blijven de dames van Spires That In The Sunset Rise zelfs met hun meest toegankelijke album de ongekroonde koningen van de vreemde folk.

Met de regelmaat van Immanuel Kant blijft Spires That In The Sunset Rise jaarlijks een nieuwe plaat uitbrengen. Dat doen ze ondertussen al vier jaar , wat dus vier platen opleverde. Het grootste verschil met de vorige platen is niet zozeer het vertrek van bandlid Tracy Peterson als wel de lichte koerswijziging. Curse The Traced Bird is naar de normen van Spires That In The Sunset Rise een opvallend toegankelijke plaat geworden. Al mag toegankelijk wel tussen vette aanhalingstekens gezet worden.

Het is immers maar de vraag welke doorsnee ’Laïs nieuwe stijl’-fan zich bij "Black Earth" iets kan voorstellen dat niet onlosmakelijk verbonden is met Walpurgisnacht. Op de vorige platen zou het trio een dergelijk nummer volproppen met geluiden, instrumenten, ritme- en melodiewijzigingen, nu zijn het vooral enkele strijkers en een in trance verzonken stem die het nummer bepalen. De enkele extra klanken/instrumenten blijven behoedzaam op de achtergrond om het nummer bij te staan waar nodig.

"Java Pop" vertaalt daarna de effecten van enkele peyotes naar muziek. Repetitieve ritmes wisselen elkaar af binnen een esoterische ruimte. Niet minder dan drie verschillende invullingen van het ritme en melodie worden uitgetest zonder dat er ook maar één ogenblik een breuk in de song merkbaar is. Ook "Party Favors" verkeert in hogere sferen dankzij zijn Oosterse aanzet die mooi opgaat in de Wicca-aanpak die op de vorige platen al succesvol gebleken was.

De spaarzame percussie en het zachte frenetiek getokkel roepen samen met de afwezige manier van zingen een soort verwondering op die een plaat lang volgehouden wordt. In "Equus Haar" leidt dit zelf tot een introspectieve afdaling dankzij een volgehouden ijl banjo(?)getokkel dat doorspekt wordt met de nodige percussie, holle klanken en kil gezang. Die onaardse schoonheid van het nummer wordt in "Underscore" net niet gehaald.

Het nummer slaagt er wel in om een brug te slaan met de vorige platen zonder de huidige koers te verlaten. Het schijnbaar chaotische nummer laat horen hoe gevoelens en melodieën ook onzichtbaar geweven kunnen worden door een veelvoud aan ideeën en abrupte stops. Toch is het opletten geblazen want de dames lijken hier voor de eerste maal op de plaat hun greep kwijt te raken. Dat wordt nog duidelijker in "Red Fall" dat paradoxaal genoeg aanvankelijk als het meest rechttoe rechtaan nummer start.

Ditmaal hebben de overgangen en rituele gezangen echter minder effect dan in de andere nummers. Alle ingrediënten (afwezige zang, een veelvoud aan instrumenten, onverwachte klanken) blijven aanwezig, maar weten niet met eenzelfde kracht toe te slaan. Even lijkt het erop dat het trio te hard een Spires That In The Sunset Rise-nummer wil maken. Met "Pouring Mind" bewijzen ze evenwel nog steeds te heersen over hun eigen mythische land. Met niet meer dan wat schrapende stenen, aanhoudend getokkel (een beproefd recept), zwaar aangeslagen strijkers en verdoken zang eindigt het album toch in een te koesteren onwereldlijke zucht.

Waar de groep in het verleden sfeer boven de song verkoos, heeft hij nu de gulden middenweg gevonden. Daardoor klinkt Curse The Traced Bird beheerster en doordachter zonder aan oprechtheid in te moeten leveren. Spires That In The Sunset Rise bewijst dat het mogelijk is om te experimenteren zonder in gekunstelde zoektochten naar compromisloosheid te vervallen. Laat die les en dit album anderen tot lering en vermaak strekken.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in