The Shawshank Redemption

In 1994 rolde voor het eerst de zacht ronkende, meditatieve
vertelstem van Morgan Freeman uit de luidsprekers van de
multiplexen. Op een intiem toontje, alsof hij zachtjes in ons oor
fluisterde, vertelde hij over het leven in een gevangenis in Maine
en gaandeweg kregen we de indruk dat hij een wijs man was – iemand
die geleefd had en er zijn lessen uit had getrokken. ‘The Shawshank
Redemption’ was geen instant hit, maar werd wel op handen
gedragen door critici, kreeg een resem oscarnominaties en groeide
tijdens de voorbije (bijna) 15 jaar uit tot een publiekslieveling
zonder weerga. Momenteel staat hij op nummer 2 in de imdb-top 250,
waarin hij alleen ‘The Godfather’ moet laten voorgaan (’t zou er
nog aan moeten mankeren). Zo’n lijstje zegt natuurlijk absoluut
niets over de kwaliteit van een film, maar het zegt heel wat over
de populariteit ervan. En die zacht ronkende, meditatieve
vertelstem van Morgan Freeman was voorgoed gelanceerd: in film na
film mocht hij de wijze oudere man spelen, tot je jezelf begon af
te vragen of hij het zelf nog niet beu was geworden.

Tim Robbins speelt Andy Dufresne, een bankier die in 1946
veroordeeld wordt tot levenslang wegens de moord op zijn vrouw en
haar minnaar. Andy houdt zijn onschuld staande, maar dat verhindert
niet dat hij al gauw achter de tralies van de Shawshank gevangenis
zit. Daar maakt hij kennis met Red (Freeman), een ritselaar die
zowat alles de nor in kan smokkelen. We volgen de vriendschap
tussen de twee mannen over een periode van zo’n 20 jaar: Andy’s
moeilijkheden met een bende verkrachters, de manier waarop hij na
een tijdje de belastingsaangiften van alle cipiers in orde brengt,
en vooral de manier waarop Andy en Red elkaar mentaal en emotioneel
in leven houden, gewoon door te blijven hopen.

Ergens aan het begin van de film zien we hoe Andy in het nauw
wordt gedreven door de “sisters”, een venijnige bende die met hem
wilt doen wat volgens de clichés van gevangenisfilms al sinds
mensenheugnis plaatsvindt nadat er in de douche een stuk zeep is
gevallen. “Ik wou dat ik kon zeggen dat Andy ze kon afweren,”
vertelt Freeman, immer brommend en meditatief, “maar de gevangenis
is geen sprookjeswereld.” Voor die ene scene heeft hij misschien
gelijk, maar voor de rest van de film is dat precies wat Shawshank
is: een sentimentele sprookjesversie van een gevangenis. De
medegevangenen waar Andy tussen terecht komt, zijn eigenlijk
allemaal fatsoenlijke kerels als je ze een beetje leert kennen –
nadat Andy in de ziekenboeg is beland, zorgen ze zelfs voor een
welcome back-cadeautje, hoe schattig kun je het willen?
Dankzij zijn talenten als bankier weet Andy zich zelfs op te werken
tot financieel adviseur van zowat iedereen die er over de vloer
komt – in één scène zien we de bewakers van een andere gevangenis,
op bezoek voor een baseballmatch tegen de cipiers van Shawshank, op
een rijtje voor Andy’s bureau zitten, hun belastingspapieren in de
hand. De gevangenis geen sprookjeswereld? Reken maar van
yes. Regisseur Frank Darabont heeft een feel
good-
movie in pure Frank Capra-stijl gemaakt van het verhaal
van twee mannen die ettelijke decennia van hun leven slijten in een
gevang.

Wat waarschijnlijk meteen de reden is voor de eindeloze
populariteit van de film: ‘The Shawshank Redemption’ is comfort
food,
het is een film die ongegeneerd de boodschap durft
uitdragen dat hoop inderdaad doet leven – meer dan dat, het kan je
bevrijden uit wat dan ook maar de gevangenis is waarin je je
toevallig bevindt. De gevangenis in ‘The Shawshank Redemption’
functioneert eerder als een metafoor voor de dingen die ons
allemaal gevangen houden – onze problemen, ons dagelijks leven,
onze routine, verveling, conflicten, noem maar op. Maar dat alles,
impliceert de film, kan opgelost worden zo lang er hoop is. Op die
boodschap kun je op twee manieren reageren: je kunt je maag voelen
keren bij de sentimentaliteit ervan, of je kunt een traantje
wegpinken omdat het toch zo mooi is. De meeste mensen doen dat
tweede.

Wat je er ook van denkt, het valt niet te ontkennen dat Darabont
erg goed is met de toon en het tempo van zijn film. ‘The Shawshank
Redemption’ is een film die traag durft te gaan, in overeenstemming
met het levenstempo in een gevangenis. De voice-over van Morgan
Freeman en de warme, van geel doordrongen kleuren van de
fotografie, verhogen het gevoel van intimiteit. ‘The Shawshank
Redemption’ is een film die z’n arm over je schouder legt, je dicht
tegen zich aantrekt en dan rustig z’n tijd neemt om je z’n verhaal
te vertellen. En dat werkt: er wordt een geloofwaardige wereld voor
je ogen opgetrokken, met personages die de kans krijgen om te
ademen en zich langzaam te ontwikkelen. Tegen het einde van de film
heb je het idee dat je zelf je weg zou kunnen vinden in
Shawshank.

De acteerprestaties zijn tot in de kleinste bijrollen meer dan
mooi verzorgd: Tim Robbins bevond zich hier op het hoogtepunt van
een reeks successen tijdens de eerste helft van de jaren negentig
(‘The Player’, ‘Short Cuts’, ‘Dead Man Walking’), en weet hier
perfect een introverte man te suggereren bij wie er emotioneel en
intellectueel toch continu van alles aan de gang is: je ziet de
radars in zijn hersenen draaien en klikken, zonder dat hij een
woord hoeft te zeggen. De woorden zijn dan weer het domein van
Morgan Freeman, in een vertolking die tijdens de volgende tien jaar
tot een cliché zou uitgroeien. Het feit dat we dat melancholische
gebrom onderhand al veel te vaak hebben gehoord, overschaduwt het
gegeven dat dit de eerste film was om dat aspect van Freemans
persoonlijkheid uit te spelen. In de bijrollen krijgen we goed volk
als Bob Gunton, die de corrupte gevangenisdirecteur speelt, en
vooral old-timer James Whitmore als Brooks, de oude
bibliothecaris van Shawshank, die wellicht de mooiste subplot
krijgt.

‘The Shawshank Redemption’ is een naïeve film, die aan het begin
lippendienst bewijst aan de lelijkheid van het gevangenisleven met
de verkrachtingsscènes, maar daarna zonder omkijken wegzakt in
ongegeneerd sentiment (je hebt in deze gevangenis meer te vrezen
van de bewakers dan van het volk dat er opgesloten zit). Maar
schijnbaar is dat juist de reden voor z’n populariteit: mensen
willen bevestiging, ze willen hoop – wie wil dat niet? Grote cinema
kan ik dit met de beste wil ter wereld niet vinden, maar het is wél
een goed gemaakte film die ook voor mij bijzonder aangenaam
wegkijkt.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in