Slaraffenland + Retribution Gospel Choir :: 23 april 2008, STUK

Namen als Slaraffenland en Sparhawk roepen bij u associaties op van een hoop slaapverwekkend geneuzel? U kon er niet verder naast zitten. In het STUK werden de nodige clichés ontkracht — of: hoe Scandinaviërs niet alleen slaapliedjes of viking metal maken en Alan Sparhawk niet altijd fluisterend te werk hoeft te gaan, maar zichzelf ook graag rockster waant.

Eerst is het dus de beurt aan Slaraffenland, vijf olijke jongens uit Denemarken die met het sterke Private Cinema uit 2007 onder de arm zichzelf vanavond in het STUK presenteren. De groep kreeg dankzij dat album een pak welkome belangstelling, maar dat weerhoudt hen er niet van om op zes nummers vier nieuwe aan het publiek te presenteren. En die klinken live behoorlijk veelbelovend: zomerse popmelancholie, gedrenkt in effectjes en spielerei alsof ze geschreven waren door de al even onrustige neefjes van Animal Collective met een blazersobsessie. Maar het is toch vooral het afsluitende oudje “Watch Out” dat de pluimen verdient: een ijzersterk nummer, waarbij alle elementen van de groep de best mogelijke chemische reactie veroorzaken. Dat de heren op de bühne de nummers een pak rauwer brengen dan op plaat en de inkleuring — of het nu gaat over de elektronica en geluidseffecten, de blazers of de free jazz drumsolo's — nooit tot irritante stoorzenders laat worden, maakt van het geheel een leuke en innemende rockshow. Dit vraagt om meer.

Het grote instrumentarium van Slaraffenland staat in scherp contrast met de sobere line-up van Retribution Gospel Choir: een drum en twee versterkers, meer heeft Alan Sparhawk nog altijd niet nodig. Maar wat eruit komt, is des te krachtiger: was de gelijknamige debuutplaat al een voorbode voor het lawaai dat het Choir kan ontketenen, dan neemt dat live haast epische proporties aan. De aanstekelijke rockers worden haast stonerstormrammen in de handen van het trio, waarbij de hoogdagen van de psychedelische rock constant om de hoek loeren. De groep haspelt zijn plaat dan misschien wel gewoon af, doordat het allemaal zo krachtig gebracht wordt, is dat maar een randopmerking. Sparhawk geeft zich volledig, staat ongeremd te soleren en lijkt zich in de rol van rocker zeer goed thuis te voelen. Ook de strakke ritmesectie, met Eric Pollard achter de drums en nieuwe Low-bassist Steve Garrington, geven de nummers de broodnodige punch, waardoor algauw enkele hoofden op en neer gaan op de onheilspellende riff van “They Knew You Well”. Zelfs “Holes In Our Heads”, dat op de plaat wat tegenviel, ontpopt zich tot een buitengewoon sterk nummer.

Ook de ietwat lichtere nummertjes van op de tweede plaathelft krijgen het hardrockpostuur aangemeten, maar dat doet hen geenszins hun aanstekelijkheid verliezen. Want hoe hard Sparhawk ook probeert, een rockgod zal hij nooit worden: daarvoor is pakweg “For Her Blood” in al zijn distortion nog altijd een geweldig meezingertje dat zonder dat randje gewoon regelrecht radiovoer kon zijn. De nummers blijven ook typerend kort, waardoor de groep, ondanks het veelvuldig stemmen van de gitaar, na een goed half uur al door zijn materiaal zit. Een cover dan maar, en dat wordt ondanks andere leuke suggesties (“Dancing Queen”! “Reign In Blood”!) een puike versie van “Ziggy Stardust”, die daardoor even stonerrocker in plaats van glamster mag zijn. Het niet verschenen “Poor Man's Daughter” mag de set afsluiten: even gaat de gitaar weer in overdrive en jaagt de groep zichzelf vooruit, alvorens wat spaarzame feedback de korte maar gebalde set afsluit en de zaallichten terug aanschieten.

Stevige muziek wilden we, en dat kregen we ook. Slaraffenland en Retribution Gospel Choir hebben het publiek een hoogst onderhoudende rockavond gebracht die de werkweek weer wat lichter maakte. Als je ondertussen ook nog een pak clichés als sneeuw voor de zon kan doen wegsmelten, mag je gerust van een geslaagde avond spreken.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in