Counting Crows :: Saturday Nights & Sunday Mornings

Geffen, 2008

Zes jaar is het ondertussen geleden dat ‘Hard Candy’ uitkwam, de
tot dusver laatste studioplaat van Counting Crows. In tegenstelling
tot het verzamelde journaille werd die hier wél goed bevonden –
goeie smaak is niet besmettelijk – en het leek ons een zaligmakende
gedachte om snel weer van de band te horen. Ondanks zoethoudertjes
als de – uitstekende, aja, heb eens zo’n backcatalogue om uit te
pikken – best-of ‘Films About Ghosts’ en de ook al niet misse
live-cd ‘New Amsterdam’, uitgebracht in de vierde jaargang van de
Hard Candytour, was het geduld toch stilaan op aan het raken. De
onheilspellende geruchten over een ontslagen ritmesectie en een
vastgestelde persoonlijkheidsstoornis bij frontman Adam Duritz
deden de hoop slinken, maar kijk, een nieuwe cd, een nieuwe tour,
Counting Crows zijn terug van eventjes weg geweest.

‘Saturday Nights & Sunday Mornings’, want zo heet de worp, is
wat je met een beetje kwade wil een conceptplaat zou kunnen noemen.
De a-kant – het schijfje ziet er ook uit als een lp’tje – bevat
rauwe zaterdagavondsongs over uitgaan, seksuele escapades, uitingen
van zinloos geweld en tomeloos decadente drankzucht waar ik mijn
Bumba en Steven Defour adorerende dochtertje niet aan ten toon zou
willen stellen, al mag het element ‘spijt’ – die vertwijfeling
hoort bij Duritz als de bulderlach bij Johan Boskamp – niet licht
naast een mens neergelegd worden. Veel nieuwe fans zal Counting
Crows met ‘Saturday Nights’ niet winnen, de ouwe getrouwen zullen
evenwel meteen weer in het gareel staan.

Geschiedenisles ‘1492’ opent. Het is een keihard, woest en bol van
de goesting staand kinderrijmpje dat zo donker is gemaakt dat Tim
Burton zelve er de hand in lijkt te hebben. ‘1492’ kon zo op
‘Recovering The Satellites’, iets wat ook gezegd kan van ‘Hanging
Tree’, dat beter gestructureerd en melodieuzer is dan zijn
voorganger. De riem wordt wat gelost op het wat zeurderige ‘Los
Angeles’. Doe er een minuut af en smijt er een gitaar of twee meer
tegenaan, en je hebt een heerlijke rocksong, maar de band mijdt de
perfecte mix van de zeker aanwezige ingrediënten (beetje diepgang,
beetje oppervlakkigheid, beetje pathos).
Compleet-naast-de-kwestie-slotzin “It’s a really good place to
find yourself a taco”
zweeft tussen geestig en belachelijk, en
zwenkt iets te veel naar dat tweede. De laatste drie nummers van
‘Saturday Nights’ rocken weer harder. We onthouden een folkrock
voltreffer op het niveau van ‘Hard Candy’ (‘Sundays’), een naar de
oude R.E.M. en helaas ook een beetje naar iets wat ze zelf al te
veel gedaan hebben neigende song (‘Insignificant’) en een als Guy
Verhofstadt – hoe zou het dáár nog mee zijn – zo bevlogen
‘Cowboys’, meteen het beste nummer op de ‘Saturday Nights’
kant.

Kant B is ingetogener, stiller, liever, braver. De hangover na het
feestje van de avond voordien schiet weg met een onnoemelijk saai
‘Washington Square’. We houden ons hart vast, zeker na het ook al
niet overtuigende ‘On Almost Any Sunday Morning’. “Sunday, silent
and grey”, mijmert Morrissey op de achtergrond, we zouden hem bijna
gaan geloven. ‘Anyone But You’ is best een geestig popliedje, maar
ook weer niet meer, en het is tot single ‘You Can’t Count On Me’
wachten voor een rechtvaardiging van de 7,5 euro die ‘Sunday
Mornings’ ons kostte. Uitstekende tempowisselingen, inventief
instrumentgebruik, geestig spottende zelfkritiek, dit is de band
die ons doet geloven in een snikhete zomer. Ook ‘Le Ballet Dor’ is
beter dan het begin van de b-kant, al zeurt het wat af, maar ‘On A
Tuesday In Amsterdam Long Ago’ klinkt dan weer even onaangenaam als
de mengeling van drilboren en geweerschoten in Peking heden ten
dage. Ook afsluiter ‘Come Around’ zal een volgende best of naar
alle waarschijnlijkheid niet halen.

Een uur muziek is veel, en als het dan al niet constant begeestert,
is de neiging om op de klok te kijken meer dan oppervlakkig
aanwezig. Op ‘Saturday Nights & Sunday Morning’ staan pakweg
vijf goeie en nog een viertal degelijke songs, maar van een band
die zich door de jaren heen zo geperfectioneerd heeft in the sound
of summer, verwachten wij net dat ietsje meer. Dat is dan jammer,
de plaat is niet geworden wat we ervan gehoopt hadden, en zal een
meer dan redelijke metamorfose moeten ondergaan wil ze deze zomer
een volle AB dan wel Werchterwei meekrijgen. Anders is de hoop live
vooral op ouder werk gevestigd.

Counting Crows staan op 2 juli in de AB, een dag later in
Werchter

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

zeventien − 4 =