The Year My Parents Went On Vacation




104 min. / Brazilië /
2006

Neem gerust de proef op de som, maar bij een associatiespelletje
met het woord ‘Brazilië’ is (buiten de godendrank caipiriña
misschien) gegarandeerd het eerste dat in uw bolleboos opkomt,
‘voetbal’. Nergens ter wereld is voetbal zo’n allesoverheersend
volksfestijn als in den Brazil. Tijdens de wereldbeker ligt heel
het land op zijn gat, omdat iedereen op straat in het geel en groen
met zijn poep staat te schudden of in trance voor de televisie zit
te supporteren voor de mooiste voetbalkunstjes van gans de planeet:
de Brazilianen die met hun sierlijke speelstijl al sambadansend
naar de goal flaneren. ‘The Year My Parents Went On Vacation’ is
doorweekt van voetbal, enerzijds als een belangrijk stukje
Braziliaans erfgoed en anderzijds als een houvast in het leven van
het hoofdpersonage. Een spel dat hier duidelijk meer betekent dan
zomaar wat tegen een bal schoppen.

Het jaar dat Mauro’s ouders op vakantie gingen is het jaar 1970.
Niet toevallig het jaar waarin Brazilië voor de derde keer de
wereldbeker voetbal won. Maar het is ook de periode waarin het land
gebukt gaat onder een strenge dictatuur en protest overal
hardhandig de kop wordt ingedrukt. Mauro’s linksvoetige ouders
slaan op een dag halsoverkop op de vlucht en zetten Mauro af bij
zijn grootvader in de Joodse buurt van São Paolo, Born Retiro. Ze
beloven hem dat ze zeker van ‘vakantie’ zullen terug zijn tegen dat
de wereldbeker van start gaat. Alleen komt Mauro voor een gesloten
deur te staan: de oude man blijkt net vóór zijn komst overleden aan
een hartaanval. De buurman van zijn grootvader, Schlomo, ontfermt
zich aarzelend over hem, maar Mauro is toch vooral op zichzelf
aangewezen om al wachtend op de terugkeer van zijn ouders de tijd
te doden.

Mauro komt van de ene dag op de andere helemaal alleen te staan
en probeert stilletjes zijn weg te vinden in een wereld die hij
niet kent: die van het jodendom. Het Jiddisch, de Joodse naam die
men hem geeft, de traditionele gebruiken…hij vindt er zijn draai
niet in en bovendien wordt hij ook niet als één van hen beschouwd,
want hij is niet besneden. Mauro is een misfit, een
jongetje dat in een volledig nieuwe omgeving belandt en zich
probeert vast te houden aan het enige vertrouwde dat hem nog rest:
voetbal. Hij vult zijn dagen met vingervoetbal, een spelletje
waarbij hij met jetons in een doel probeert te schieten en bladeren
in zijn stickerboek met al zijn favoriete voetballers. Hij kijkt
reikhalzend uit naar de wereldbeker, niet alleen omdat stilletjes
in hem het verlangen zich ontvouwt om doelman te worden, maar ook
omdat zijn ouders dan zullen terugkeren. Voetbal is voor hem een
vluchtweg, een droom waarin hij eventjes gelukkig kan zijn. En niet
alleen Mauro zoekt zijn toevlucht in voetbal, alle Brazilianen
lijken zich volledig op het nationale feest te storten, om er even
de dagelijkse onderdrukking mee te vergeten.

Regisseur Cao Hamburger legt op een geraffineerde manier enkele
aspecten van het Brazilië anno 1970 bloot (de politieke
opschudding, de potpourri aan volkeren waaruit het land is
opgebouwd, de Joodse gemeenschap, de vlucht in het voetbal…). Hij
kiest er namelijk voor om volledig de focus te leggen op een
hoofdpersonage dat niet veel van het gebeuren snapt. De situatie
wordt volledig door de ogen van de kleine Mauro bekeken, waardoor
vooral de politieke kant van het verhaal maar zijdelings aan bod
komt. Mauro vermoedt wel dat zijn ouders niet echt op verlof zijn,
maar hoe de vork juist aan de steel zit, krijgt hij niet
uitgevogeld. De gruwelijke taferelen die zich op de achtergrond
afspelen (de martelingen, de arrestaties van opstandelingen, de
liquidaties van al wie zich openlijk verzet) worden afgebeeld
vanuit Mauro’s ervaring en blijven dus redelijk vaag, maar niet
zodanig dat we er ons niets bij kunnen voorstellen: het verhaal
krijgt een gezicht opgekleefd: dat van een onschuldige knaap die
ongewild slachtoffer wordt van de hele politieke situatie. Het
voordeel van dergelijke aanpak is trouwens dat de film zo nooit
zwaarmoedig wordt. Het jongetje heeft het niet gemakkelijk, is
moederziel alleen op de wereld, wijkt geen seconde van de telefoon,
maar hij weet zich te redden dankzij de zorg van zijn buurman en de
afleiding die zijn vriendjes uit de buurt hem geven. De sfeer is
serieus, maar er is ook ruimte voor sobere humor, luchtige
kinderpraat en zorgeloos gespeel. De kijk op een dictatuur (of op
gruwelijke gebeurtenissen in het algemeen) door de ogen van een
kind, is niet nieuw, maar de versie van Cao Hamburger krijgt er een
interessante gelaagdheid door, die de film de moeite waard maakt en
zijn publiek de kans geeft om zich nauw betrokken te voelen bij het
verhaal.

‘The Year My Parents Went On Vacation’ is in sé een portret van
een jongetje dat vroeger volwassen moet worden dan gepland en
troost vindt in iets dat hem vertrouwd is, namelijk voetbal. De
waarheid achter de gebeurtenissen kan je tussen de regels lezen of
je kan ook je ogen fijn knijpen tot op het onwetend niveau van
Mauro. Een uitzonderlijke keuze. De mooie beeldvoering en
acteerprestaties waar niets op aan te merken vallen, maken de film
tot een welgemeende crowdpleaser. U zal tevreden zijn.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in