Night of the Living Dead

Elke generatie krijgt de zombies die het verdient, lijkt het
wel. De levende doden zijn zelden zo populair geweest als de
laatste vijf jaar, met Danny Boyle’s ’28 Days Later’, de
remake van ‘Dawn of
the Dead’
en de parodie daarop (‘Shaun of the Dead’) als
beste voorbeelden. In de meeste gevallen werden de eertijds sloom
voortschuifelende boosdoeners opgewaardeerd tot fluks digitaal
voorbijzoevende alleseters, vaak in beeld gebracht met een
shaky cam om toch maar snelheid te suggereren. Sign o’
the times:
tempo is alles, en voor zover het al iets
vertegenwoordigt, dan zal het wel iets te maken hebben met de
post-9/11 samenleving. George A. Romero baseerde zijn hele carrière
op zombiefilms die op de één of andere manier de tijdsgeest wisten
te vatten: in ‘Dawn of the Dead’ pleegden ze een invasie in een
shopping center (alsof daar niet gewoon altijd zombies rondlopen),
in ‘Day of the Dead’ waagde Romero een blik op de militaire
rangorde en in ‘Land
of the Dead’
ging hij nog een stap hoger, om de politieke en
ideologische leiding in vraag te stellen. Oké, het waren maar
zombiefilms, en als puntje bij paaltje komt is het voornaamste toch
maar de manier waarop je de creaturen ingewanden ziet opvreten.
Maar er zat ook intelligentie achter, een overkoepelend idee dat
het nog net iets extra gaf. ‘Night of the Living Dead’ was het
beginpunt van Romero’s reeks en nog steeds een klassieker in het
genre.

Het verhaal is kinderlijk eenvoudig: een broer en zus bezoeken
samen het graf van hun grootvader wanneer ze plots aangevallen
worden door een log strompelende kerel die er uitziet alsof hij een
paar borrels te veel opheeft. De zus, Barbra (Judith O’Dea) slaat
op de vlucht en komt zo terecht in een nabijgelegen boerderij. Daar
verschanst ze zich, samen met enkele andere overlevenden, voor de
aanval van de herrezen doden. De leiding onder het groepje
vluchtelingen wordt al gauw opgenomen door Ben (Duane Jones), maar
terwijl buiten de zombies aan de muren krabben, ontstaan er ook
binnen in het huis conflicten.

In 1968 werd ‘Night of the Living Dead’ gezien als een
shocker, voornamelijk omwille van enkele shots naar het
einde toe, waarin je de zombies effectief kunt zien knabbelen op
mensenvlees. Het eerste dat je nu echter opvalt, is hoe zelden de
zombies te zien zijn. Zo met de natte vinger zou ik zeggen dat ze
in hooguit 20 van de 96 minuten speelduur in beeld komen. Enerzijds
komt dat gewoon omwille van de erg banale reden dat er nauwelijks
budget voorhanden was – elk special effect (ook al was het dan een
make-upeffect) dat vermeden kon worden, betekende een uitgespaarde
dollar. Maar anderzijds werkt dat ook in het voordeel van de film –
door ons zo veel mogelijk de beelden van de zombies te ontzeggen,
zet hij de fantasie van de kijker aan het werk (een beetje in de
trant van wat Hitchcock deed in ‘The Birds’, maar dan nog verder
doorgedreven). We horen op radio en televisie hoe verschrikkelijk
gevaarlijk de wezens wel zijn, we horen de personages in de
boerderij er over discussiëren, en zonder dat we ze gezien hebben,
beginnen de zombies in onze fantasie ontzagwekkende proporties aan
te nemen. Dat die zombies zelf uiteindelijk een beetje tegenvallen
(ze schuifelen vooruit, hun armen uitgestoken zoals in de beste
traditie van horrorfilms uit de jaren dertig) wordt daarbij
eigenlijk irrelevant. Ze zijn creepy omdat het ons meer
dan een uur lang is ingepompt hoe creepy ze wel zijn.

Het effect is er in ieder geval: de sfeer van de prent is
continu onheilspellend. Hoe minder we zien, hoe spannender de film
wordt. Romero gebruikt erg veel lage shots en vaste perspectieven,
die de claustrofobische sfeer binnen in het huis sterk benadrukken:
de muren komen dichterbij, de plafonds drukken het hoofd van de
acteurs bijna in. Ze zitten vast.

Los van de suspense werd ‘Night of the Living Dead’, net als
zijn opvolgers, ook op een tweede, sluwer niveau. De film werd
uitgebracht in een tijd van sociale verandering in de VS. Het was
het jaar dat Martin Luther King werd vermoord, nog twee jaar vóór
Woodstock. Lyndon B. Johnson zat in het Witte Huis en de
Vietnamoorlog was volop aan de gang. Het zou een beetje spijkers op
laag water zoeken zijn om te beweren dat ‘Night of the Living Dead’
op een metaforisch niveau over al die dingen gaat, maar de film is
(zoals wel meer films) beïnvloed door de historische context waarin
hij gemaakt is. Een zeer voor de hand liggend voorbeeld: een zwarte
speelt de heldenrol. Op een boerderij ergens in God fearing
America
neemt hij de leiding en zegt hij letterlijk tegen een
oudere blanke boer: “ik geef hier de bevelen!” Als je zoiets nu
doet, dan is dat waarschijnlijk een teken dat je Denzel Washinton
in de hoofdrol hebt. Deed je zoiets in ’68, dan was dat een
statement.

Het feit dat de plotse plaag aan zombies wordt geweten aan de
straling van een satelliet die terugkeert van Venus, gaf ook een
onaangenaam kantje aan het ruimtevaartprogramma. Het zou nog een
jaar duren voordat er een man op de maan zou landen, en NASA was
een instituut vol nationale helden – de trots en de hoop van
Amerika. En daar komt Romero plots aanzetten met een waarschuwing
voor de mogelijk fatale gevolgen van die technologische
vooruitgang. Toeval? Ik dacht het niet. Nu zijn dat soort van
overwegingen niet de reden waarom je naar een film als ‘Night of
the Living Dead’ zult gaan kijken, maar die gelaagdheid draagt wel
bij tot de sfeer en de kracht ervan.

Hier en daar laten de beperkingen van het budget zich wel
voelen. Ongeacht de uitgave die je in huis haalt (en aangezien de
rechten op de film vrij zijn, heb je een serieuze keuze) blijven
buiten- en binnenshots van een storend wisselend kwaliteitsniveau.
Als je geen geld hebt, is het nu eenmaal lastig om exterieure shots
te filmen, en al zeker toen. Bovendien zijn ook de acteurs van
wisselend allooi. Karl Hardman, als zure betweter die zich per sé
in zijn kelder wil schuilhouden, is de meest overtuigende
overacteur van de bende (geen emotie of hij ramt ze er wel drie
keer in).

Maar goed, dat zijn dan de ruwe randjes van een onbetwistbaar
meesterwerk – één van de belangrijkste films in het horrorgenre,
met invloed op een eindeloze reeks prenten in dezelfde stijl (niet
in het minst de sequels die Romero zelf maakte). Zonder
rip-offs of conventies is dit het enige echte origineel,
geheel retro, mét rustig schuifelende zombies, in plaats van die
supersonische. Zo hoort dat.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in