Vadermoord met Wixel en Frank Vander linden :: 19 maart 2008, STUK

Een groep kan op twee manieren een vadermoord plegen: door zich zo hard mogelijk in te leven in de voorbeeldartiest, of door de muziek volledig naar zijn hand proberen te zetten. Wat wij zagen in het STUK, waren schoolvoorbeelden van hoe beiden het best gedaan worden.

Deze avond mocht geopend worden door Wixel, die in zijn eentje aan de slag gaat met de indrukwekkende songcatalogus van indierockpioniers Sonic Youth. De ietwat bedeesde Wim Maesschalck neemt in grofweg 35 minuten zeven nummers van zijn idolen onder handen, enkel gewapend met een laptop, wat effectjes en een gitaar. Het resultaat is een betoverende symbiose van klanken, een wall of sound waarin de nummers slechts geciteerd worden en volledig deel uitmaken van het prachtige, organische geheel van geluiden dat Wixel hier neerzet. De nummers spotten, lijkt haast een sport te worden in deze instrumentale brok muziek: er wordt gestart met een compleet ontmantelde versie van “Expressway To Yr Skull”, dat overvloeit in het betoverende “Little Trouble Girl”. Laagje per laagje bouwt Wixel het nummer op, met een verbluffend resultaat tot gevolg. Al lijkt dat het publiek niet altijd te boeien, getuige het geroezemoes tijdens de zachtere momenten.

Wixel trekt volledig de kaart van de meanderende Sonic Youth die platen als Washing Machine en A Thousand Leaves zo typeerde, waardoor het gitaargeweld in geen velden of wegen te bespeuren is en de dreiging vooral onderhuids te voelen is. Wanneer het prachtige “Shadow Of A Doubt” passeert, flakkert heel even de eerste luide gitaar op, maar die storm wordt al gauw bedwongen door een speelse interpretatie van het openingsstuk van “Teenage Riot”, waarna “The Diamond Sea” voor het tweede hoogtepunt van deze avond zorgt. De eb en vloed van klanken, gitaarlijnen en effecten wordt verder uitgebouwd in “Snare Girl”, waarna “Schizophrenia” de job mag afmaken: een stevige, vaste drumbeat rijst op uit de chaos en stuwt Wixels compositie naar een adembenemend einde, alvorens zachtjes in te slapen. Dit was klasse.

Wanneer Frank Vander linden het podium bestijgt, valt onmiddellijk het verschil in podiumervaring op. Een goedlachse, zelfzekere Vander linden grapt over zijn eigen Frank Black-dieet, en vangt het vergeten van tekstflarden op met een zekere nonchalance die een goed artiest kenmerkt. Van deze rasechte muzikant verwacht het publiek een degelijke interpretatie van de Pixies, en dat krijgt het ook. Hij mag dan wel niet het vocale bereik hebben van Frank Black, Vander linden heeft wel het vurige van zijn performance met de man gemeen. Geopend wordt er met een akoestisch “Wave Of Mutilation”, waarna de onvolprezen klassieker “Where Is My Mind?' onmiddellijk van stal wordt gehaald. Vander linden heeft een uitstekende setlist samengesteld, met een fonkelend “Caribou”, het obligate “Monkey Gone To Heaven”, een stomend “Debaser” — waarin hij zelfs even “Smoke On The Water” aanhaalt — en een geweldig “Hey”, compleet met de nodige Frank Black-tics.

Wanneer contrabassiste Lara Rosseel komt meedoen op het akoestisch gebrachte “Gouge Away”, is het pas echt raak. Het nummer krijgt een meer tedere setting, waardoor de focus vooral op de tekst komt te liggen. Combineer dat met de improvisatiesolo van Rosseel en Vander linden, en je hebt het echte hoogtepunt van deze avond. “Cactus” en “Here Comes Your Man” sluiten de korte set af, waarna het publiek Vander linden terug op het podium roept. Die ongelukkige bisronde, met tegen de reglementen in een versie van Neil Youngs “Winterlong” en een reprise van “Wave Of Mutilation”, had misschien niet gemoeten, maar het kan ons niet van de indruk ontdoen dat dit twee degelijke en overtuigende vadermoorden waren.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in