Jumper




Diane Lane, Michael Rooker
e.a.

Wat is er erger: een film die zuigt, maar waarvan je wel al kon
verwachten dat hij ging zuigen; of een film die zuigt, terwijl er
eigenlijk wel potentieel was om er iets deftigs van te maken? De
eerste soort kan een mens alleen maar cynischer maken, maar die
tweede soort is eigenlijk stukken irritanter: het veroorzaakt
gemiste kans-frustratie. ‘Jumper’, een te vroeg uit de
post-productie (ik zweer het, er ontbreken minstens twee spoelen)
gehaalde blockbuster behoort tot de tweede soort. Aan het roer
stond Doug Liman, één van de hipste actieregisseurs van het moment,
de pitch rond teleporten beloofde spectaculaire eye
candy
en één van de meest beloftvolle acteurs van het moment,
Hayden Christensen, mocht indruk maken met zijn verpletterende
charisma. Oké, dat laatste is een milde overdrijving. Maar ergens
tussen al het luchtverplaatsend gejump door zijn ze den
draad
kwijtgespeeld. Een lastig productieproces, onzekere
studiohoofden en last-minute-castwijzigingen maken van ‘Jumper’ een
rommeltje van jewelste dat van de ene exotische locatie naar de
andere springt (Rome! Egypte! Tokyo! Dendermonde!) zonder ook maar
enig gevoel voor logica, samenhang en opbouw. ‘Blijven bewegen en
flashy wezen!’ moet Doug Liman gedacht hebben toen hij de plot van
zijn vehikel in een steeds groter wordend wormgat zag
verdwijnen.

Hayden Christensen, de Mark Hamill van de eenentwintigste eeuw,
speelt David Rice, een gast die tijdens zijn sullige pubertijd
ontdekt dat hij over de gave beschikt om te teleporten naar eender
welke plaats op de wereld. Aanvankelijk raakt hij niet veel verder
dan de plaatselijke bibliotheek, maar al snel vindt hij de weg naar
een decadent leventje door de bank binnen en buiten te jumpen met
wat hard cash. Zijn luxebestaan komt echter tot een einde
wanneer een zekere Roland (Samuel L. Jackson met een behoorlijk
belachelijk kapsel) hem probeert te vermoorden met een paar
speciale elektriciteitskabels. Roland is een paladijn en lid van
een fanatieke religieuze groepering die al eeuwenlang jacht maakt
op zogenaamde jumpers, omdat enkel God zo’n kracht mag bezitten.
David trekt er zich weinig van aan en jumpt naar zijn oude vlam
(Rachel Bilson) om haar geheel ongeforceerd te betrekken bij de
ridicule plot. Samen met de rebelse jumper Griffin (Jamie Bell
blaast Hayden letterlijk van het scherm) probeert David zijn leven
en dat van zijn liefje te redden terwijl de paladijnen, met Roland
op kop, er alles aan doen om hem uit de weg te ruimen. Ik zou
kunnen zeggen dat het uiteindelijk allemaal een beetje steek houdt,
maar dat zou meer dan een leugentje om bestwil zijn.

Het op een populair tienerromannetje gebaseerde ‘Jumper’ is in
principe niks meer dan een vermomde superheldenfilm met een
antiheld die zijn superkracht niet gebruikt om mensen in te helpen
(zie David verveeld kijken naar een nieuwsbericht over een
natuurramp) maar om zijn eigen banale leventje aangenamer te maken.
Een leuke, donkere variatie op het basisgegeven van het genre,
mochten de makers ook maar iets van moeite gedaan hebben om hun
premisse uit te werken in een vlot verhaaltje waarin plaats is voor
wat pulpy spektakel, interessante personages en een
zelfrelativerend toontje. Maar het is dus een onsamenhangende
narratieve brij geworden die de gênante plotgaten en dodgy
effecten probeert te verbergen met flashy montages (laten we even
een coole autoachtervolging in Tokyo doen die helemaal niks te
maken heeft met het verhaal) en een flitsende verpakking die
eigenlijk niet zo indrukkwekkend is als de agressieve
promotiecampagnes ons willen doen geloven. Zelfs de actiescènes
zijn eigenlijk onthutsend zwak en ongeïnspireerd in beeld gezet,
ondanks de vakkkenis van Liman (‘The Bourne Identity’ en
‘Mrs. and Mrs.
Smith’
). ‘Jumper’ is kige, professioneel snel afgehaspelde
crap (op negentig minuten ben je er vanaf) die zelfs te debiel is
om te werken als hersenloos popcornvertier.

‘Jumper’ rammelt langs alle kanten, maar de amateuristische
aanpak waarmee de personages en het universum van de film zonder
ook maar enige betekenisvolle uitleg worden geïntroduceerd zorgt er
niet alleen voor dat het je geen zak kan schelen wat er met wie
gebeurt, maar dat je ook op geen enkel moment gelooft in de film.
Een slepende proloog is een by the
numbers
routine waar de clichés vakkundig worden
aangevinkt, de verwelkoming van de paladijnen (een heel leger waar
we misschien vijf leden van te zien krijgen) creëert even een
moment van hilariteit (de Spaanse Inquisitie en de
heksenverbrandingen waren blijkbaar onderdeel van hun actie) en het
compleet negeren van elke logische handeling zorgt ervoor dat
Hayden Christensen niet de enige is die een verwarde frons uit het
voorhoofd mag plooien. Wat doe je bijvoorbeeld als je net ontdekt
dat een gemene sekte je wil vermoorden om nog niet geheel
duidelijke redenen? Inderdaad, je gaat naar het meisje waar je ooit
zot achter liep en nodigt ze uit voor een citytrip naar Rome. Die
gaat uiteraard onmiddellijk akkoord, ook al leeft ze al acht jaar
met de gedachte dat je eigenlijk dood had moeten zijn. Het moet
niet allemaal steek houden en iedereen weet dat je dit soort
bullshit niet moet pakken op elke scheur in de plausibiliteit, maar
‘Jumper’ bestaat alleen maar uit onafgewerkte losse eindjes,
waardoor de steeds sneller uiteenrafelende plot alsmaar idioter en
geforceerder overkomt.

En als het verhaal al op de ballen trekt, dan zal Hayden
Christensen zeker niet de man zijn om het enigzins recht te houden.
Nog onwenniger dan Keanu Reeves en nog slapper dan Orlando Bloom,
slaapwandelt Darth Vader als een futloze deurmat van de ene
set-piece naar de andere zonder ook maar een greintje enthousiasme
of sympathie te injecteren in zijn flinterdunne personage, dat
sowieso al absoluut niks interessants om handen heeft. Zo teleport
hij bijvoorbeeld van de ene kant van zijn zetel naar de andere,
wow! Niet dat Mace Windu het veel beter doet – Samuel L.
Jackson raakt zelfs zijn natuurlijke cool volledig kwijt door de
hele film lang rond te lopen met een besneeuwd kroeskopje en een
geconstipeerde smoel die alleen maar doet vermoeden dat hij heel
dringend naar het toilet moet. Enkel een aanstekelijk koddige Jamie
Bell brengt wat leven in de brouwerij door elke scène te stelen
waarin hij zijn farse smoel mag opzetten. Met zijn ‘hey, ik zit in
een belachelijke blockbuster’-grijns lijkt hij trouwens ook de
enige te zijn die beseft in wat voor een onnozel filmpje hij
eigenlijk moet rondspringen. En Hayden maar zo zijn best doen.

‘Jumper’ wil zo graag een niet te missen blockbuster en
franchisestarter zijn (wedden dat Hayden nog een the
one
-geval zal worden?) dat het gewoon vergeet om te werken als
een op zichzelf staande actiefilm die niet compleet van de pot
gerukt is. Laat ons alvast hopen dat Hayden een Jar-Jar doet voor
de onvermijdelijke sequel en de show overlaat aan Jamie Bell – die
weet tenminste hoe hij zich moet amuseren met deze kul. En voor een
geweldige actiescène met een teleporter moet je nog altijd bij
‘X2’ zijn.
Bamf!

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in