Earth + KTL + Sir Richard Bishop




Wie Valentijn in het gezicht wilde spugen met een groene fluim van
muzikale extremen, moest op 14 februari de AB met een bezoekje
vereren. In plaats van een intimistisch akoestisch setje van
zweverige pinnenmutsen als Sigur Rós of in de
confituur gemarineerde hartenpijn van Stash pakte de
Brusselse zaal uit met een select gezelschap van verschillende
generaties uit de doom- en metalwereld. Het hoeft dan ook niet te
verwonderen dat de kaarsen, semi-dichterlijke briefjes en andere
pseudo-romantische nonsens werden weggeblazen door bottenbrekende
drones en instrumentale weidsheid. Met Earth en KTL stonden immers
respectievelijk de pioniers van de minimalistische doom- en
dronemetal en hun radicalere navolgers op één avond op de
planken.

Vooraleer zwaar doordreunende gitaarmuren onze gehoorwegen in een
knoop mochten leggen, was het echter aan Sir Richard
Bishop
om te bewijzen dat het verkopen van de ziel aan de
duivel in ruil voor gitaartalent wel degelijk een goede deal kan
zijn. Ondanks een wat aarzelende start waarbij het ex-Sun City
Girls-lid bleef steken in slaapverwekkende improvisatie, bleek de
transactie echter zijn prijs waard. De man kwam uit de hoek met
gevatte ironie over Valentijn, maar bracht vooral een gevarieerde
set met een a-romantisch lied over haat en bedrog, een vertederend
deuntje voor de geliefden onder de blote sterrenhemel van de ABBox
en een sterk slot vol afwisselend precies en ongekunsteld
gitaarwerk met een primitief intuïtieve inslag. Ondanks zijn naam
is het misschien nog te vroeg om de man in de adelstand van de
edele gitaarkunst te verheffen, maar de scherpe, passionele
contrapunten die hij op z’n mysterieuze samples plaatste, waren bij
momenten erg meeslepend.

Fonkelde er nog enige romantiek in de zaal na het eerste optreden,
dan zorgden Stephen O’ Malley en Peter Reberg voor een abrupt einde
van de luchtigheid. Hun satanisch verbond van blackmetal en
psychedelische laptopelektronica is namelijk in staat om zelfs het
helderste hemellichaam te laten verzwelgen in een gitzwart gat van
orgaanverplaatsende drones en ijskoude ambient.
KTL (ofte ‘Kindertotenlieder’, naar het
gelijknamige toneelstuk) begon net als Sir Richard Bishop nochtans
ietwat aarzelend aan haar set.
Nog voor we echter van een waterachtig Sunn O)))-derivaat
durfden te spreken, blies een vermorzelend middenstuk ons van onze
sokken. De ene helft van de Sunn O)))-tandem schakelde een
versnelling hoger met z’n vermorzelende doomriffs en Reberg liet
met z’n drones en monotone oerbeat de schreeuwen van vervloekte
kinderen door de zaal vliegen. De irissen gingen aan het trillen,
het bloed in de aderen twijfelde welke richting het uit moest en de
longblaasjes moesten het even zonder zuurstof stellen. Het
epicentrum van de Apocalyps bevond zich enkele minuten aan de
Anspachlaan, waarna een atmosferisch ambientgedeelte ons
voorbereidde op de terugkeer naar de realiteit. Ondanks een weinig
veelbelovende start smeet KTL een indrukwekkend Edgar Allen
Poe-verhaal voor hardhorigen de zaal in. De intensiteit was bij
momenten in staat om zelfs het hardnekkigste slijm van de slokdarm
van een bronchitispatiënt los te wrikken en in de hellepoel van de
maag te doen belanden. Het hoeft dan ook niet gezegd dat de
onderbuik zegevierde. De aardplaten schoven traag maar onverwijld
richting hel en het publiek kon niet anders dan volgen.
Straf!

Het monolithische geluid waarmee Earth het
geluidsterrrorisme van hun extreme epigonen heeft beïnvloed is niet
meer en dat was eraan te merken. Als een wat in de breedte
uitgezette veertiger uit trailerpark USA speelt Dylan Carlson nu op
het drielandenpunt tussen ingehouden drone-echo’s, ambient en
americana. Noem het de soundtrack van een door David Lynch
geregisseerde roadmovie, een muzikaal nostalgisch country for
old men
of psychedelische Neil Young met wat meer distortion,
maar wat er ook van zij: weinig muziek verklankt zo treffend de
bezwerende desolaatheid van het Amerikaanse Westen als die van
Earth. Bij elke gitaaraanslag waaide zand op en elke tomslag voelde
aan als een steen die in de stoffige vlakte neerplofte.

Wie opwinding zocht of hunkerde naar een dynamische
podiumperformance was dan ook aan het verkeerde adres. Carlson koos
ervoor om enkel materiaal uit de nieuwe plaat, ‘The Bees Made Honey
In The Lion’s Skull’, te brengen. ‘Engine of Ruin’, het
titelnummer, ‘Omens and Portents II: Carrion Crow’ en ‘Omens and
Portents 1: The Driver’: ze maakten allemaal deel uit van een
meditatieve road to nowhere met uitgebeende kadavers langs
de kant van de weg. De gitaren ontweken de laagste frequenties niet
en groeven geulen waar de melodieën van de Hammond-orgel en piano
hypnotiserend in vloeiden. Een modus operandi waar Earth een
meester in is, maar zelfs voor degenen die zich mee lieten drijven
op de vloeiende geluidsgolven stak de monotonie op bepaalde
momenten iets te veel de kop op. Zo mocht Carlson de oeverloos
kabbelende hidden track van de vinyleditie gerust achterwege
gelaten hebben, ondanks een gesmaakte interventie op
trombone.

Earth kon dan wel niet over de hele lijn overtuigen, maar toch was
deze avond een meer dan geslaagd alternatief voor de onnozele
opstoten van romantische hitsigheid van Valentijn. Zowel de extreme
als de getemperde variant van de drone dreunde door de ABBox en
vooral de rituele zuiveringssessie van KTL zal nog lang
bijblijven.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

vier × 3 =