Stars + Apostle of Hustle


AB Club, Brussel, 8 februari 2008

Op 11 en 12 februari troepen de rijkste Belgische
Neil Young-fans weer samen in de Antwerpse Elizabethzaal, maar drie
dagen voor de doortocht van ‘de Canadese treurwilg’ was er een
ander muzikaal exportproduct uit Toronto in ons land te gast. Stars
werd in 2000 opgericht door voormalig kindacteurtje Torquil
Campbell, en heeft ondertussen al 4 platen uitgebracht. Recentste
boreling In Our
Bedroom After The War
zorgde voor de (bescheiden) doorbraak, en
leverde hen veel positieve recensies op. Zelfs collega Evelyn
kreeg er naar eigen zeggen ‘bijna acute levenslust van’. De nieuwe
plaat kwamen ze voorstellen in de ABClub, die vooraf al een hele
tijd uitverkocht was.

Eerst was het de beurt aan Apostle of Hustle, het
geesteskind van Andrew Whiteman. In het echte leven is Whiteman
leadgitarist van Broken Social Scene,
maar met zijn eigen project kan hij (net als andere BSS’ers zoals
Kevin Drew)
alle creatieve duivels ontbinden. Die duivels vertaalden zich live
in goeddeels instrumentale, grillige rock die nog het meest het
midden hield tussen Arcade Fire (Blame
Canada!) en Hot Chip. De goedlachse heren entertainden het publiek
een dik half uur met heerlijke nummers als ‘Chances Are’ en het
Pavement-achtige ‘My Sword Hand’s Anger’. De BSS-fabriek blijft
maar kwaliteit afleveren, en Apostle of Hustle vormt hierop geen
uitzondering. Meer van dat hopelijk binnenkort in een cd-speler of
concertzaal bij u in de buurt!

Even later markeerden knipperende spots de entree van
Stars. Voor de gelegenheid was het podium met
bloemen gedecoreerd, wat meteen voor een fijn hippiesfeertje
zorgde. Begonnen werd voorspelbaar doch toepasselijk met ‘The Night
Starts Here’, maar pas bij het titelnummer van ‘Set Yourself on
Fire’ kwam het vuur echt in het optreden. De groep leek zich
uitstekend te vermaken en steeg schijnbaar boven zichzelf uit toen
het optreden van bombastisch hoogtepunt naar hoogtepunt
denderde.

De Stars-motor begon halfweg echter wat te sputteren. Na het
euforische begin voelden tragere nummers als ‘Barricade’ en
‘Personal’ (op plaat nochtans geen slechte ballads) aan als een
pijnlijke landing na een hoge vlucht. De wondermooie interactie
tussen de wat lijzige stem van Campbell en het warme bad dat die
van zangeres Amy Millan is, ging in Brussel een beetje verloren.
Dit is natuurlijk moeilijk te reconstrueren met elke avond een
andere geluidsinstallatie, en de live-versies deden nu ook niet
echt afbreuk aan de plaat, maar een beter doordachte setlist had
wonderen gedaan.

Vanaf ‘Midnight Coward’ schakelde Stars weer een versnelling hoger,
en kreeg het optreden weer leven. Om nooit meer achterom te kijken.
‘Take Me to the Riot’ schudde live alle beperkingen van de
middelmatige productie van zich af, maar het was ‘In Our Bedroom
After the War’, het titelnummer van de laatste cd, dat voor de
kroon op het werk zorgde. De naar een heftige climax opbouwende
song ontpopte zich tot een hymne die ons hoop gaf op een – Barack
Obama nog aan toe!- tijdperk waarin de verwoestingen van George
Bush slechts een vage herinnering zullen blijken. Lift your
head and look out the window / Stay that way for the rest of the
day and watch the time go
. De stemmige ABClub leek even écht
een slaapkamer waarin enkel band en publiek nog veilig waren voor
het oorlogsgeweld dat buiten voortraasde. Het kippenvel stond ons
tot in de nek, en het was toen dat we beseften dat we naar iets
héél speciaals stonden te kijken.

Campbell bedankte het publiek met een speech die (net als de rest
van de set) recht uit het hart kwam. Dankzij de muziek krijgt Stars
de kans om de hele wereld te zien, en dat is voor hen een droom die
uitkomt. Wat de Canadezen ons vanavond toonden, was nog van een
ander allooi. Wat wij vanavond zagen én hoorden, waren sterretjes
van een duizelingwekkend hoog niveau.

The National
Anthem of Nowhere
van Apostle of Hustle is verkrijgbaar via
V2.
In Our Bedroom
After the War
van Stars is verkrijgbaar via V2.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in