Tim Vanhamel :: Welcome To The Blue House

Met zijn eerste soloplaat verrast Tim Vanhamel vriend en vijand. De scheurende gitaren en gierende synthesizers zijn netjes opgeborgen ten voordele van een ingetogen aanpak. Al wil dat niet zeggen dat er geen weerhaakjes onder de poplaag verscholen zitten.

U kent ze vast wel: platen die op het eerste gehoor best aardig klinken, maar waar buiten de single annex opener niet veel aan lijkt. Warm noch koud word je ervan, maar toch hou je vol: hoe vaak immers ontpopt zich niet na -tig luisterbeurten een meesterwerk terwijl het eerst maar niet wilde lukken. En volhouden loont, zo blijkt: ooit overwinterden we met de eerste Gore Slut, met als resultaat dat we elke scheet die Rudy Trouvé uitbrengt als een godsgeschenk in huis halen.

Hetzelfde verhaal doet zich voor met de eerste soloplaat van de Limburgse Antwerpenaar Tim Vanhamel. Als tiener maakte de jongeman lokaal — wat wil zeggen: tot op Pukkelpop — furore met Sister Poo Poo, waarna de bal helemaal aan het rollen ging: sidekick van Mauro bij Evil Superstars, passages bij dEUS, Eagles Of Death Metal en natuurlijk, naast een rist zijprojecten, ’s lands meest ass kickende groep: Millionaire.

Wie zo’n cv kan voorleggen, mag al eens andere paden opzoeken en dat doet Vanhamel ook met zijn eerste soloworp. En zoals reeds aangehaald: het is een plaat voor volhouders geworden. Wie met andere woorden na enkele maanden “Until I Find You” op de radio aan die single nog steeds geen zak vindt, kan beter zijn heil elders zoeken. Voor wie wel geïntrigeerd is door die volgens onze bescheiden mening heerlijke single, wacht een mooie collectie songs die zich één na één als kleine meesterwerkjes aan de luisteraar openbaren.

Dat een relatiebreuk aan de oorsprong van deze plaat ligt, is ondertussen algemeen bekend. Even goed bekend is dat zulks vaak tot creatieve hoogstandjes leidt. Welcome To The Blue House op gelijke hoogte stellen met Dylans Blood On The Tracks gaat wat ver, maar met geen enkel slecht nummer en enkele beklijvende toppers, heeft Vanhamel van zijn solodebuut iets indrukwekkends gemaakt.

Zo bezorgt het gejaagde “Sometimes I Wanna Run” je een onbehaaglijk gevoel dat vreemd genoeg verslavend werkt, maar twee nummers later alweer verdreven wordt door de catchy Jesus And Mary Chain-gitaren van “It’s Not The Drug”, een van de zeldzame nummers op deze langspeler die het niet moeten hebben van ingetogenheid, maar die rustig kabbelend mogen rocken.

Anders is het gesteld met “Take Me Home”, het onbetwistbare hoogtepunt van Blue House. Het nummer overvalt je als een koortsaanval en dringt door tot elke vezel. De betoverende kracht die van “Take Me Home” uitgaat, is ronduit vertederend en herinnert een mens eraan waarom cd-spelers beschikken over een endless repeattoets.

Met Welcome To The Blue House heeft Tim Vanhamel zijn meest verrassend klinkende plaat tot nu toe gemaakt: melancholische luisterliedjes om diep mee onder de dekens te kruipen en zowel hartzeer als verliefdheid mee uit te zitten. Hoewel we natuurlijk branden van ongeduld om ein-de-lijk een nieuwe Millionaire te zien verschijnen, is dit meer dan zomaar een tussendoortje. Wie zulke dosissen kippenvel kan oproepen, heeft namelijk een plaat met lange houdbaarheid gemaakt.

Tim Vanhamel stelt zijn solodebuut op 15 februari voor in Het Depot in Leuven. Nadien opent de man voor Smashing Pumpkins (19 februari, Vorst) en staat hij achtereenvolgens onder meer in de Charlatan (20 februari), Trix (28 februari) en op StuBru.Uit (29 maart).

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

een × vijf =