Juno




Vanuit een passend gevoel van schaamte probeer ik er doorgaans
over te zwijgen, maar af en toe word ik nog wel eens bevangen door
een flash back naar het onvolprezen kwekprogramma ‘Mimi’,
dat tijdens de vroege jaren van de VTM iets deed dat in Vilvoorde
omschreven werd als het kleuren van onze dag. De dikke lage make-up
die haar leeftijd dienden te maskeren en de deux-pièces
waarmee ze schijnbaar vergroeid was, deden er geen twijfel over
bestaan: Mimi Smith was een vrouw van de wereld. En zo had ze op
een dag een tienermoedertje op bezoek, die de redactie
vanzelfsprekend was gaan zoeken in de meest ranzige caravan die ze
ter hoogte van Camping Cosmos maar konden vinden. Mimi reageerde
begripvol (leer hààr tienermoeders kennen), maar voor de zekerheid
vroeg ze toch maar: “En hoe is het gebeurd?” Voorwaar, er was
vleselijke gemeenschap aan vooraf gegaan, zo bleek. En toen kwam
die ultieme dooddoener: “Heb je er spijt van?” Mimi trok een
gezicht alsof ze elk moment een berouwvolle knieval verwachtte en
nog niet zeker was of ze zich wel vergevingsgezind voelde. Ja hoor,
sommige tv-momenten blijven je eeuwig bij. My, how the times
have changed:
hetzelfde thema levert vandaag de dag immers een
scherpe, inzichtrijke komedie op – ‘Juno’, van regisseur Jason
Reitman (‘Thank You
For Smoking’
) is op het moment van schrijven genomineerd voor
een resem Oscars, en hoewel de film veel te edgy is om te
winnen, mag een bescheiden staande ovatie hier alvast niet
ontbreken.

Ellen Page (die in ‘Hard Candy’ nog met de
ballen van Patrick Wilson speelde), is Juno MacGuff, een
zestienjarig schoolmeisje dat na een nachtje rollebollen met haar
vriendje Bleeker (Michael Cera) en drie zwangerschapstests beseft
dat ze met een probleem zit. Aanvankelijk denkt ze eraan om abortus
te laten plegen, maar op het laatste moment krabbelt ze terug.
Samen met haar vader (J.K. Simmons) en stiefmoeder (een geweldige
Allison Janney) gaat ze op zoek naar pleegouders voor haar
ongeboren spruit. Die denken ze te vinden in Mark (Jason Bateman)
en Vanessa (Jennifer Garner, die verrassend uit de hoek komt), een
succesvol jong koppel dat zelf geen kinderen kan krijgen. Maar
negen maanden is lang, en terwijl Juno steeds meer gelijkenissen
begint te vertonen met de Hindenburg, rijst de vraag of de deal met
Mark en Vanessa wel zo vlot zal verlopen.

‘Juno’ dient zich aan als het nieuwste voorbeeld van de
quirky independent comedy, een genre dat de laatste jaren
aan een ontzagwekkende opmars bezig is. Typische voorbeelden zijn
Little Miss
Sunshine’
, ‘Running With Scissors’
en ‘Sideways’:
komedies met een licht-dramatische ondertoon die zich laten
opmerken door hun bizarre personages en catchy dialogen.
Niks mis met dat genre, buiten dan dat we het zo stilaan wel gezien
hebben – als je het maar vaak genoeg herhaalt, wordt iets
onconventioneels ook weer een cliché, en met de van de pot gerukte
personages uit dit soort films dreigt precies dat te gebeuren.
‘Juno’ heeft in ieder geval de uiterlijkheden van dat genre mee: de
dialogen zijn allemaal geschreven in een vindingrijke
pseudo-tienertaal, die bol staat van de “likes” en
“you knows”, maar met al dat wel spitser is dan eender wat
dat de gemiddelde tiener in z’n vocabulaire heeft zitten. Een
voorbeeld? “In China geven ze baby’s weg zoals gratis iPods. Ze
schieten ze praktisch uit zo’n kanon waar ze t-shirts uit
wegschieten.” Of, tijdens haar telefoontje naar de abortuskliniek:
“Hi, I’m calling to procure a hasty abortion.” Het zijn
die dialogen die ervoor zorgen dat alle personages lichtjes geflipt
overkomen, en die de film sterk in de richting van de quirky
independent comedy
stuwen.

Maar ‘Juno’ heeft meer te bieden dan alleen personages met een
hoek af – onder de oppervlakte van het verhaaltje en de spitse,
sarcastische dialogen, gaat immers ook een groot, kloppend hart
schuil. Er zit geen enkel personage in deze film dat niet
geloofwaardig en bovenal diep menselijk is. Let bijvoorbeeld op
Juno’s ouders. Wanneer ze hen vertelt dat ze zwanger is, krijgen we
geen woedeuitbarsting, geen verwijten. Alleen een lichtjes
geshockeerde blik in de ogen, een zucht en de opmerking:
“Paulie Bleeker? I never knew he had it in him.” Het is
niet dat ze blij zijn met wat er is gebeurd, maar ze zien hun
dochter wel nog steeds graag en ze steunen haar. Het is verfrissend
om zoiets te zien – Jason Reitman mikt niet op het meest voor de
hand liggende conflict, maar creëert geloofwaardige, sympathieke
personages die in een moeilijke situatie terecht komen en er
doorheen moeten zien te raken. Hetzelfde geldt voor Mark en
Vanessa: Mark is een sympathieke pee, die bezig is met muziek en
graag naar gore movies kijkt. Hij en Juno kunnen het
meteen met elkaar vinden. Vanessa is degene die écht snakt naar een
baby, en komt op het eerste zicht neurotisch en wanhopig over in
haar kinderwens. Maar Reitman (en scenariste Diablo Cody) houden
het niet bij die eerste, oppervlakkige benadering van de
personages. Ze dwingen ons om hen van dichterbij te bekijken en dan
blijkt dat Mark misschien wel de coole gast uithangt omdat hij
gewoon niet volwassen durft te worden. En dat Vanessa ondanks haar
hypernerveuze manier van doen misschien wel de meest
verantwoordelijke van de twee is. Het zijn die nuances die ‘Juno’
verheffen boven het niveau van alleen maar een onconventionele
komedie. Dit is een film over echte mensen.

Echte mensen die overigens worden gespeeld door een magnifieke
cast. Ellen Page toonde al hoe akelig volwassen ze is voor haar
jonge leeftijd in ‘Hard Candy’ (ik grijp
nog steeds spontaan in mijn kruis als ik de titel hoor), maar hier
krijgt ze meer ruimte om een volwaardige persoonlijkheid te
ontwikkelen. Haar Juno is soms een bitch, altijd een smart
ass,
maar ondertussen ook steeds een kwetsbaar meisje dat geen
seconde je sympathie verliest. Allison Janney, typisch zo’n actrice
wiens naam niemand kent, maar die je absoluut bekend zal voorkomen
uit duizend-en-één tv-reeksen, toont een onberispelijke komische
timing als Juno’s stiefmoeder. Haar tirade tegen een verpleegster
is goud waard. Maar het is Jennifer Garner die voor de grootste
verrassing zorgt. Had ze in het verleden doorgaans evenveel
diepgang in haar filmrollen als de gemiddelde goudvis, dan toont ze
hier dat ze toch wat in haar mars heeft. Gaandeweg ontwikkelt ze
Vanessa als een vrouw wie het huilen steeds nader staat dan het
lachen, gewoon omdat ze al zo dikwijls teleur gesteld is. In de
beste scène uit de film loopt Juno Vanessa toevallig tegen het
lijf. “De baby trapt als een gek,” zegt ze. Vanessa legt haar
handen op Juno’s buik, maar voelt niks. “Voor mij zal hij wel niet
trappen,” klinkt het beteuterd – business as usual, weer
niks. Tot die baby dan toch teken van leven geeft. De manier waarop
Jennifer Garners gezicht oplicht op dat moment, is effenaf
prachtig.

‘Juno’ is een komedie, maar verwacht niet dat je de hele tijd
plat zult liggen van het lachen. Jason Reitman mikt op stil
gegrinnik en lachjes van herkenning, met tussendoor hier en daar
een dijenkletser. De grappen komen op de tweede plaats, na zijn
verhaal, en da’s een goeie keuze geweest. Er is hier en daar wat
commentaar op de film gekomen omdat Juno bewust niét voor een
abortus kiest – “deze film is anti-abortus”, klinkt het dan, maar
dat lijkt me onzin. Uiteindelijk gaat het over personages die
gedwongen worden om te kiezen tussen hun jeugd en volwassen worden
– niet alleen Juno zelf, maar vooral Mark en Vanessa. Zo’n verhaal
krijg je niet verteld als je het abortusthema erbij sleurt. En
verder is de enige verwijzing naar dat hele issue een
klasgenootje van Juno die eenzaam en alleen voor de kliniek
demonstreert en roept: “all babies want to get borned”.
Niet bepaald een welbespraakte pro-life woordvoerster.

Nee hoor, ‘Juno’ is een geweldige coming of age-film;
warm, geestig en oprecht, boordevol heerlijke kleine momentjes.
Mimi Smith zal er van opkijken, reken maar.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in