La Sconosciuta




118 min. / Italië /2006

De koorts rond het felbegeerde goudgebladderde blote ventje kan
weer beginnen stijgen, want Oscar heeft zijn genomineerden
bekendgemaakt. Al valt er dit jaar geen ‘Mar Adentro’ of ‘Das Leben der Anderen’
te rapen, het beeldje voor de beste buitenlandse (of beste
niet-Engelstalige) film blijft toch één van de boeiendste, minst
grijpbare en moeilijkst te voorspellen categorieën. Alle landen
kunnen voor deze prijs hun paradepaardje van het jaar van stal
halen en zo de natie al dan niet met een blos op de wangen trots
maken. De twee lekker vage criteria (de film mag niet Amerikaans
zijn en er mag weinig tot geen Engels in gesproken worden) zorgen
vaak voor verwarring én twijfel. Want welke film stuur je als land
in hemelsnaam naar zo’n wedstrijd? De beste van het jaar? De
grootste publiekstrekker (een ‘Ben X’)? Of toch maar
de film die bij de stokoude jury het best in de smaak zal vallen?
Voor Italië viel de keuze gemakkelijk en hun strategie werkte nog
ook. Eventjes toch. De inzending ‘La Sconosciuta’ (‘De Onbekende
Vrouw’) haalde de selectie nét niet, maar stond toch verrassend
genoeg op de shortlist van negen kanshebbers (terwijl ‘Persepolis’
bijvoorbeeld uitblonk in afwezigheid). Achterhalen waarom de
Italianen nét deze prent selecteerden, is kinderspel. In de kraag
van de film staat namelijk de merknaam ‘Giuseppe Tornatore’
genaaid, de man die in 1990 al eens de Oscar omhoog mocht heffen
voor het pareltje ‘Nuovo Cinema Paradiso’.
Laten we alleszins hopen dat dat de reden was en niet dat ‘La
Sconosciuta’ het beste was dat ze in huis hadden.

Met ‘La Sconosciuta’ leren we een héél andere Tornatore kennen
dan we gewend zijn. Werd hij achtervolgd door het immense succes
van zijn Oscarwinnaar en wou hij bewijzen dat hij ook iets anders
in zijn mars had? Dan kon hij met ‘La Sconosciuta’ niet verder van
zijn vroegere werk afwijken. De man achter ‘Malena’ en ‘The Legend
of 1900’ keert zijn nostalgische, dromerige tripjes naar de tijd
van toen (toen we nog verwonderd konden zijn over de kleine dingen)
de rug toe en gooit het over een heel andere boeg: hij stort zich
op de suspensethriller en neemt ons mee op een spannende,
stresserende tocht doorheen de vreemde kronkels van zijn mentaal en
fysiek geteisterde hoofdrolspeelster.

Irena (Kseniya Rappoport), een Oekraïense immigrante, werkt als
schoonmaakster in een sjiek appartementencomplex. Haar ogen zijn
maar op één ding gericht: het gezin Adacher met hun schattige
dochtertje Thea. Ze huurt een flat recht tegenover het gebouw,
zodat ze elke beweging van de drie in de gaten kan houden. Wanneer
de familie op zoek gaat naar een kindermeisje annex huishoudhulp
(de vorige verdween onder bizarre omstandigheden van het toneel),
grijpt ze met beide handen haar kans om nog dichter bij hen te
zijn. Irena doet haar job voorbeeldig en bouwt een intieme band op
met Thea. Haar vreemde en egoïstische gedrag verraadt dat er een
geheim achter haar bange blik schuilgaat. Waarom wil ze nu nét bij
dit gezin infiltreren? Wie is de man met de krant? Waarom
doorzoeken ze haar flat en wat zijn haar plannen met Thea? Beetje
bij beetje krijgen we haar gruwelijke verhaal in flitsen en flarden
voor ogen en uiteindelijk passen alle puzzelstukjes netjes in
elkaar.

Tornatore weet het eerste uur zeker te boeien. Je hebt geen idee
wat Irena heeft doorgemaakt, maar dat ‘vertoeven in het ongewisse’
is zeker geen onaangenaam gevoel. Irena intrigeert en is een
interessante getormenteerde ziel om naar te kijken, die genoeg voer
tot nieuwsgierigheid geeft. Haar verleden wordt in kleine hapjes,
in de juiste dosissen prijsgegeven. Elke stap die ze zet om haar
doel te bereiken, licht een tipje van de sluier op, maar roept
evenveel vragen op. Het geheim dat ze meedraagt is niet van de
poes, maar de soms gruwelijke flashbacks naar haar verleden vol
mishandeling zijn zodanig flitsend gemonteerd dat de suggestie toch
groter is dan de eigenlijke beelden.

De sfeer van de film is spannend en nerveus en dat heeft alles
te maken met de overdadig aanwezige muziek. Huiscomponist Ennio
Morricone zet serieuze druk op de ketel met klamme vioolsnertsen
die met messcherpe psychotische halen (Hitchcock is nooit veraf,
ook niet in de beeldvoering) als een schaduw achter het
hoofdpersonage aanhollen. De vaart zit erin, de zoektocht naar
Irena’s verleden is meeslepend genoeg en voor rustpunten in de
ontwikkeling van het verhaal is geen tijd. Wanneer haar Beëlzebub
uit het verleden echter in de gedaante van een kaalgeschoren
Michele Placido weer opdoemt, beginnen de plotwendingen wat over
elkaar te struikelen, geraakt de schwung er wat uit en begint ook
de geloofwaardigheid meer en meer af te brokkelen.

Cruciaal bij zo’n voortstuwende legpuzzelfilm, is natuurlijk de
vraag waarop we dan wel zitten te wachten. Als na twee uur het
vakkundig ontrafelen voorbij is en het ware verhaal komt bloot te
liggen, blijkt de film al lang te zijn verzand in een
tranentrekkerig drama en wringt de vraag zich betweterig op de
voorgrond of dit niet allemaal wat te veel leed is voor één mens
alleen. En of het niet iets minder uitgesproken mocht. De
uiteindelijke uitkomst van het raadsel voelt meer aan als een goede
vondst om het publiek te boeien en te verrassen, dan als een
waardig einde aan een goed begonnen thriller. Dan was de weg
ernaartoe toch iets plezanter.

Een intense acteerprestatie van een veelbelovende actrice en een
boeiende eerste helft, dat is zeker, maar uiteindelijk verliest
Tornatore de match toch aan zijn eigen onvoorzichtigheid: overdaad
die schaadt. Uit uw luie zetel moet u er niet voor komen.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in