Charlie Wilson’s War




97

Niet dat het een vraag was die écht op m’n lippen brandde (de
enige vraag die op mijn lippen brandt is waar De Ware zich wel mag
bevinden en hoeveel dat wel zou mogen kosten), maar de voorbije
jaren waren er toch momenten waarop ik me afvroeg wat er was
gebeurd met Tom Hanks. Serieus, het ging niet goed met die mens.
Hij liet zich door zijn oude vriend Robert Zemeckis omtoveren tot
een griezelig bewegend wassen beeld in ‘The Polar Express’ en
hij vertoonde nóg minder teken van leven in ‘The Da Vinci Code’, een
film over een slaapwandelaar die raadsels oplost waar naïeve
Amerikanen vervolgens in geloven omdat de roman die als
bronmateriaal diende de enige is die ze ooit hebben gelezen. En jà,
de voorgaande zin is grammaticaal correct, ik heb ‘m gecheckt. Het
is nu pas, vijf jaar na de laatste Tom Hanksfilm die een beetje de
moeite was (‘Catch Me
If You Can’
), dat Hollywoods favoriete knuffelbeer nog eens
zijn gezicht laat zien in een prent die niet ogenblikkelijk
verticaal geklasseerd kan worden. Integendeel zelfs – in een regie
van veteraan Mike Nichols (wiens carrière van ‘Who’s Afraid of Virginia
Woolf’
tot ‘Closer’ gaat; geen
sukkelaar dus), werd ‘Charlie Wilson’s War’ een knappe, satirische
tragikomedie waarin Hanks (en wie schetst onze verbazing?) zowaar
toont dat hij nog beschikt over een stel ballen. Oké, misschien
niet zo’n geweldig grote – het onderwerp van de film ligt immers
alweer zo’n twintig jaar in het verleden en is dus nog redelijk
safe – maar niettemin ballen.

De film vertelt het ware verhaal van Charlie Wilson, een
Texaanse congressman die zijn plicht tegenover zijn
kiezers met een korreltje zout lijkt te nemen. Hij begint om tien
uur ’s ochtends al met een eerste tik whisky in z’n koffie en
omringt zich met vrouwen die met een C-cup meestal niet toekomen.
Een mens gaat tenslotte toch voor iéts in de politiek. Het is 1980,
en wanneer Wilson op het nieuws beelden ziet van het Russische
leger dat Afghanistan binnenvalt, is hij meteen gefascineerd.
Amerika wordt toch verondersteld om tegen het communisme te
vechten, waarom daar dan niet? Onder invloed van Joanne Herring
(Julia Roberts, of all people), een extreem-rechtse
society madame, besluit Wilson te gaan praten met de
dictator van Pakistan over de mogelijkheid om de Moedjahedin, de
Arabische rebellen tegen de Russen in Afghanistan, van wapens te
voorzien. Met de hulp van CIA-agent Gust Avrakotos (een heerlijk
ranzige Philip Seymour Hoffman), weet Wilson over de loop van de
volgende jaren zo’n miljard dollar aan materiële steun los te
krijgen voor deze geheime oorlog. Aan het einde van de jaren
tachtig, met de terugtrekking van de Russen uit het land en het
instorten van het Oostblok kort daarna, werd Wilson dan ook als een
held gevierd. Totdat de Moedjahedin hun door Amerika voorziene
wapens en training gingen gebruiken voor andere doeleinden – enkele
jaren later zouden ze bekend staan als Al Qaida.

‘Charlie Wilson’s War’ is een buitenbeentje in de recente
stortvloed aan Midden-Oosten-films, in de zin dat er ditmaal niet
zozeer wordt gefocust op de slachtoffers van de Amerikaanse
buitenlandse politiek, als wel op de mannen van de macht zelf. Mike
Nichols gaat de motivaties van de politici na om zich te mengen in
een conflict waar ze niets mee te maken hebben, en komt tot
verrassend genuanceerde conclusies. Blijkt immers dat Wilson in
feite nog niet zo’n kwaaie pee is. Hij houdt dan wel van Wein,
Weib und Gesäng
(geef hem maar eens ongelijk), maar in zijn
betrokkenheid in Afghanistan handelt hij ook vanuit een ouderwets
gevoel van geaffronteerde moraliteit. De Russen rijden met hun
tanks (soms letterlijk) over de Afghanen én ze zijn traditioneel de
vijanden van de VS. Wat is dan de logische uitkomst van die
optelsom? Geef ze bommenwerpers en tanken, en véél van alles! Dat
gevoel een heilige plicht te hebben om, als dé ultieme
democratische natie, anderen te helpen om even democratisch te
worden als jezelf, is nog niet dikwijls aan bod gekomen in de
Midden-Oostenfilms. Nochtans is het, samen met ouderwetse hebzucht,
wel de belangrijkste drijfveer voor de miserie daar in die
zanderige uithoek van de wereld. Nichols en zijn scenarist Aaron
Sorkin (van ‘A Few Good Men’ en ‘The West Wing’) verkennen dat
for God and country-gevoel zonder dat ze daarom hun
personages veroordelen. Charlie Wilson maakt misschien enorme
fouten, maar hij maakt ze uit overtuiging.

Vandaar ook dat het casten van Tom Hanks zo’n slimme zet was –
de automatische reactie van elk publiek is immers om ‘m sympathiek
te vinden. Hanks maakt van Wilson een soort stout jongetje waar je
niet kwaad op kunt zijn, en amuseert zich duidelijk in z’n eerste
rol in jaren waar nog eens wat vlees aan zit. De altijd
fantastische Philip Seymour Hoffman (die mens kàn echt niet slecht
acteren, ook al zou hij willen) steelt echter de hele film als
boertige CIA-agent. Met zijn vettige snor, gigantische
eighties-bril en fout kapsel ziet hij er continu uit alsof
hij net uit een rokerige kroeg komt gestapt, terwijl hij zichzelf
een pose aanmeet alsof hij zich voor niks of niemand heeft te
generen. Iedereen die er zo uitziet en nog genoeg zelfvertrouwen
heeft om onomwonden Julia Roberts een vluggertje voor te stellen,
staat in mijn cool book. La Roberts zelve, die tussen het
baren door blijkbaar nog even zin had in een film, is overigens de
enige zwakke schakel in de cast – ze heeft niet genoeg pit om haar
rol als harde Texaanse tante geloofwaardig te maken, en blijft dan
ook te veel hangen in een eentonige, bloedeloze vertolking.

Gezien het thema had ‘Charlie Wilson’s War’ makkelijk een
zwaarwichtig politiek drama kunnen worden, maar Nichols en Sorkin
houden de toon ervan opvallend humoristisch. De regisseur begon z’n
carrière op het toneel als komisch acteur, en ook de films die hij
daarna maakte, getuigden altijd van een gitzwart gevoel voor humor
– een lach doet pijn in de films van Mike Nichols, humor is een
wapen, en ook hier wordt dat wapen erg efficiënt gebruikt. De
regisseur toont een geweldige komische timing in een bijvoorbeeld
een scène waarin Hanks zowel met Hoffman moet afrekenen, als met
een dreigend schandaal. Deuren slaan open en dicht, dialogen worden
razendsnel afgevuurd en met één oog dicht zou je bijna denken dat
je in een screwball comedy uit de jaren dertig bent
beland. Maar dan wel met meer gevloek en meer Arabische
opstandelingen. Het script wordt bovendien gekruid met geweldige
one-liners, zoals: I’ve never been to rehab. They don’t serve
whisky in rehab.
Dolletjes!

‘Charlie Wilson’s War’ is weliswaar nogal selectief in z’n
politieke bewustzijn – zo wordt er met geen woord gesproken over
het feit dat de Moedjahedin destijds al leraars opknoopten omdat ze
les hadden gegeven aan meisjes en scholen opbliezen waarin de
sharia niet werd opgevolgd – en af en toe neigt de prent ook een
beetje naar praterigheid. Maar dit blijft een snedige, gedurfde en
genuanceerde blik op een ietwat vergeten tijdperk uit de
Amerikaanse geschiedenis, dat de fundamenten legde voor de situatie
van vandaag. Een aanrader.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in