Iron & Wine :: The Shepherd’s Dog



We geven het grif toe: er heerst een zekere voorliefde bij de
hedendaagse muzieksnob voor donkere, krakende platen die niet door
allerhande analoge en digitale apparaten gehaald werden alvorens ze
in onze platenrekken terechtkomen. Een opname die ook maar
enigszins blijk geeft van low-fidelity-elementen, heeft bijna
automatisch een stapje voor. Het maakte van Sam Beams ‘The Creek
Drank the Cradle’ een beminde plaat bij een aardig aantal
zogenaamde critici (wij bekennen schuld), ook al kan men moeilijk
ontkennen dat de opvolgers uit de kelder van Iron & Wine het
debuut makkelijk wisten te overtreffen. Vooral ‘Our Endless
Numbered Days’ blijft het pronkstuk van het gezin Beam, een plaat
waar we ook vandaag nog zonder problemen naar teruggrijpen.

Nu is er dus een derde langspeelplaat, ‘he Shepherd’s Dog’, en deze
bevestigt de weg die Iron & Wine al enkele jaren schuchter doch
zonder ophouden bewandeld heeft. Het begon allemaal met een
indrukwekkend ep, ‘Woman King’, die niet lang na het verschijnen
van ‘Our Endless Numbered Days’ op de markt kwam. Beam begon het
klankpalet van Iron & Wine uit te breiden, en op het
wisselvallige ‘In the Reins’ leek men Iron & Wine min of meer
succesvol uit de kelder gehaald te hebben. Toch bleef het wachten
op die ene plaat die het goede werk kon bevestigen, en op dat vlak
is ‘The Shepherd’s Dog’ een behoorlijk succes geworden.

Deze nieuwe creatie is vooral stilistisch erg interessant. We
hadden het eerder reeds over de uitbreiding van het klankpalet,
iets wat op ‘The Shepherd’s Dog’ een onwaarschijnlijk hoogtepunt
bereikt heeft. Buiten het feit dat Sam Beam nog steeds een
singer/songwriter is, profileert hij zich hier als een
weerzinwekkend knipper en plakker van genres en stijlen. Als we het
ergens mee wensen te vergelijken, dan moet het wel de
tropicalismo-beweging zijn uit het Brazilië van de jaren ’60.
Muzikanten uit deze muzikale strekking combineerden lokale folk- en
rockuitbarstingen met klanken en ritmes die voornamelijk uit
Afrikaanse contreien afkomstig waren. Ook Sam Beam lijkt het vizier
vooral naar het zuiden gericht te hebben. Het album is doorspekt
met een gevoel voor ritme dat de luisteraar met een warme gloed
omringt.

Wat vooral belangrijk is bij deze stilistische wildgroei, is een
verrassend ruim aanbod aan instrumenten. Vooral het aantal
percussie- en andere slaginstrumenten lijkt aanzienlijk, wat
gecombineerd wordt met een waanzinnige lading effecten. Iemand
heeft de kracht van de studio ontdekt, zo blijkt. Vooral de zang
wordt regelmatig door de soepmixer gehaald. Het gebeurt dermate
frequent dat men automatisch de vraag gaat stellen of dit alles wel
nodig was. Beams stem is altijd een prachtig verschijnsel geweest,
iets wat bezwaarlijk om de vijfenveertig seconden vervormd hoeft te
worden.

Een laatste geinigheidje bij ‘The Shepherd’s Dog’ is de
samenstelling van het album zelf. Dit moet de eerste plaat zijn die
Beam echt als een coherent geheel lijkt te bekijken. Er wordt in
een aantal nummers met overgangen gewerkt, iets wat Iron & Wine
tot hiertoe vreemd was, en ook op de trackselectie is weinig aan te
merken. U hoort het al: er zijn veel creatieve impulsen in de vorm
van dit plaatje gekropen. Het zal u misschien ook reeds opgevallen
zijn dat de auteur er al vijf paragrafen in slaagt niet over de
nummers zelf te praten. Dit zegt echter meer over het gevoel voor
detail dat Beam hier tentoonspreidt dan over de nummers als
dusdanig, want die zijn over het algemeen erg verdienstelijk.

Wat vooral belangrijk is, zo lijkt het, is de immense variatie. Het
woord ‘achtbaan’ is bij Iron & Wine nauwelijks van toepassing,
maar Beam weet toch steeds te verrassen met plotse escapades binnen
onverwachte genres. Zo tuimelen we met ‘Wolves (Song of the
Shepherd’s Dog)’ halsoverkop de reggae in, en het lot wil dat deze
track een van de betere composities binnen de freakfolk van 2007
mag genoemd worden. ‘House by the Sea’ sleurt ons dan weer het
Afrikaanse continent in, en andermaal weet Beam zich staande te
houden.

Het kan ook al eens misgaan. Zo heeft ‘Boy with a Coin’ buiten
intrigerende poëzie weinig te bieden en zijn ook de vocale effecten
niet echt welkom. Toch blijven we onder de indruk van de kracht
waarmee hier en daar uitgepakt wordt. Vooral ‘Pagan Angel and a
Borrowed Car’ en ‘White Tooth Man’ – meteen ook de eerste twee
tracks op ‘The Shepherd’s Dog’ – brengen de voeten al snel in
beweging, en het valt opnieuw op hoe moeiteloos Iron & Wine een
intrigerende tekst op muziek weet te zetten.

Dit album lijkt een erg volledig beeld te vormen van de muzikale
wereld waarin Sam Beam zich heden ten dage bevindt. Het is een
dichtbevolkt landschap vol korte, individuele stukjes exotisme en
briljante lyriek. Een dergelijke variatie op twaalf relatief korte
nummers brengt ook vluchtigheid en een kleine hoeveelheid
oppervlakkigheid met zich mee, maar we moeten sowieso de
verdiensten van deze plaat erkennen. Het is al bij al een erg
expliciete en eerlijke derde plaat geworden, een plaat die heel wat
wegen openlaat voor de toekomst.

Op 18 januari staan Sam Beam en band in de zaal van de Ancienne
Belgique.

http://www.myspace;com/ironandwine

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in