Trois Couleurs :: Rouge




Als Kieslowski’s ‘Trois Couleurs’-trilogie al om geen enkele
andere reden uniek is, dan is hij het wel omdat alle drie de delen
zo verschillend zijn. Alle drie hebben ze een ander genre, een
andere stijl en een andere thematiek, maar toch horen ze samen, met
elkaar verbonden door soms flinterdunne draadjes. ‘Rouge’, het
sluitstuk van de trilogie én van Kieslowski’s carrière, is zonder
meer de meest ambitieuze en complexe film uit het ‘Trois
Couleurs’-project. Na het relatief rechtlijnige drama dat ‘Bleu’
was en de zwarte komedie ‘Blanc’, krijgen we nu een moeilijk te
plaatsen verhaal waarin de regisseur – nog steeds niet vrij van een
verwrongen gevoel voor humor – zich vragen stelt over het verleden,
en of je fouten uit het verleden nog kunt goedmaken, als je maar
genoeg invloed uitoefent op het hier en nu. Zware kost, ja, maar
eens de puzzelstukjes van het soms verwarrende verhaal in elkaar
vallen, blijkt het ook het meest bevredigende te zijn van de hele
trilogie.

Irène Jacob speelt Valentine, een studente die stilaan
behoorlijk succesvol begint te worden als model. Op een avond rijdt
ze een hond aan – de eigenaar blijkt een oude rechter te zijn
(Jean-Louis Trintignant), die het niet eens genoeg kan schelen om
het beest zelf terug in huis te nemen. ‘Moeten we er niet mee naar
de dierenarts?,’ vraagt Valentine, en de rechter antwoordt: ‘Doe
ermee wat je wilt, ze is nu jouw hond.’

De rechter blijkt op nog meer manieren een vreemde figuur te
zijn: hij maakt er een gewoonte van om de telefoons van zijn buren
af te tappen. Valentine is gechoqueerd wanneer ze dat te weten
komt, maar ze geeft hem niet aan – op de een of andere manier is ze
gefascineerd door deze eenzame man, die zich nooit verontschuldigt
voor wat hij doet en geen enkele behoefte lijkt te voelen om zijn
kluizenaarschap op te geven. ‘Ik heb jarenlang over de mensen
geoordeeld,’ legt hij uit. ‘Nu besef ik pas hoe ijdel dat was; want
had ik in hun situatie zelf soms niet kunnen moorden of stelen?’ Nu
blijft hij de levens van de mensen om zich heen bespioneren, maar
oordelen doet hij niet meer.

Parallel daaraan volgen we de belevenissen van Auguste, een
student rechten die een relatie heeft met een buurmeisje van de
rechter. Aanvankelijk is het niet helemaal duidelijk wat zijn
verhaal met dat van Valentine en de rechter te maken heeft, maar
naarmate de film verdergaat, wordt duidelijk dat het verleden zich
aan het herhalen is. Toeval of niet, maar de situatie waar Auguste
zich nu in bevindt, is quasi identiek aan iets wat de rechter vele
jaren geleden heeft meegemaakt. Maar misschien loopt het ditmaal
anders af.

Da’s een vrij lange samenvatting, maar één van de manieren
waarop ‘Rouge’ zich onderscheidt van zijn twee voorgangers, is dan
ook de complexiteit van de plot. ‘Bleu’ en ‘Blanc’ waren allebei
vrij rechtlijnige verhalen, waarin één of twee hoofdpersonages de
gevolgen moesten dragen van een enkele centrale gebeurtenis – de
dood van hun gezinsleden of een bittere echtscheiding. In ‘Rouge’
lijkt Kieslowski – omdat het toch de laatste was – de lat veel
hoger gelegd te hebben. Tijdens het eerste half uur is het niet
duidelijk waar de film naartoe wil gaan – we zien Valentine
telefoneren met haar vriendje in Engeland, en vlak daarna cut
Kieslowski naar Auguste die zelf z’n telefoon neerlegt. Heel even
zijn we als publiek in de war: is dit dan haar vriendje? Heeft hij
gelogen en zit hij eigenlijk nog steeds thuis terwijl hij Valentine
wijsmaakt dat hij in Groot-Brittannië zit? Maar al snel wordt
duidelijk dat dat spoor doodloopt en dat we te maken hebben met
twee verschillende plotlijnen, die ogenschijnlijk niets met elkaar
te maken hebben. Kieslowski speelt met zijn publiek, hij blijft
parallellen trekken tussen het leven van Auguste en dat van de
rechter, zonder dat hij ons een rechtstreeks verband geeft tussen
de twee. Pas aan het einde wordt de link duidelijk en blijkt hoe
zorgvuldig Kieslowski’s script wel in elkaar zat. En het is pas als
je een tweede keer kijkt, dat je opmerkt hoe diep zijn verhaal wel
snijdt.

Een sleutel tot de film ligt in de betekenis van het personage
van de rechter, die vanaf zijn eerste verschijning een bizarre
figuur is. Wanneer Valentine met de aangereden hond bij hem komt
aangereden, staat zijn deur open en hij reageert niet verrast op
haar aanwezigheid – alsof hij haar verwachtte. Later luistert hij
een gesprek af tussen Auguste en zijn vriendin. Ze spreken af dat
ze een muntstuk zullen opwerpen: bij munt gaan ze bowlen, bij kruis
blijven ze thuis om te studeren. De rechter gooit een frank op –
munt. En verdomd, Auguste gooit ook munt. Maar de sterkste hint dat
de rechter misschien niet is wie of wat hij lijkt te zijn, komt aan
het einde. Hij belt naar de weerdienst om te checken hoe het weer
boven het kanaal er uitziet. ‘Helder weer, stralende zon,’ klinkt
het. Maar in de praktijk barst er een verschrikkelijke storm los.
Toeval, of is er meer aan de gang?

Mensen hebben ‘Rouge’ al op verschillende manieren
geïnterpreteerd, inclusief een denkpiste die zegt dat de rechter
eigenlijk God is. Een verleidelijke gedachte, omdat het automatisch
alles wat er in de film gebeurt netjes verklaard (da’s dan het
voordeel van een God, die kàn namelijk alles), maar dat gaat wel
voorbij aan het feit dat de hele ‘Couleurs’-trilogie bij uitstek
over mensen gaat. Over liberté, égalité en
fraternité onder mensen. Ik denk eerder dat de rechter
iemand is zoals zovelen van ons, die aan het einde van zijn leven
tot de conclusie komt dat hij cruciale fouten heeft gemaakt. Alleen
heeft hij nu de kans om die fouten goed te maken, door het leven
van Auguste te manipuleren – hij maakt van Auguste een jongere
versie van zichzelf, een versie die wél het meisje krijgt. Hoe doet
hij dat manipuleren? Wel, er is zeker een metafysische dimensie aan
de film en als je in het realisme blijft steken, kun je absoluut
niet alles verklaren. Maar als je de rechter dan toch een andere
naam wilt geven, zou ik niet kiezen voor God. Misschien eerder voor
de auteur van het verhaal. Of Krzysztof Kieslowski, de man die
alles ziet, alles hoort en uiteindelijk over alles beschikt.

Inhoudelijk is ‘Rouge’ de rijkste film van de drie, hoewel
‘Bleu’, juist door zijn grotere eenvoud, wel meer emotioneel weet
te raken. Irène Jacob doet het uitstekend als Valentine, een vrouw
van wie je gewoon rustig wordt door ernaar te kijken, en
Trintignant weet zijn personage enerzijds wel een gevoel van
mysterie mee te geven, terwijl hij hem toch met z’n twee voeten op
de grond houdt. Een fameuze klus. Dat geheel wordt dan nog vorm
gegeven in de gebruikelijke rijke kleuren van cameraman Piotr
Sobocinski, die hier alweer speelt met het contrast tussen licht en
donker en de kleur rood op gezette tijden door het verhaal laat
prikken.

Aan het einde van ‘Rouge’ komen de hoofdpersonages uit alle drie
de films samen voor een krachtige eindnoot van de filmsymfonie die
Kieslowski hier heeft gecreëerd. Alle dominosteentjes zijn
omgevallen en eindelijk zien we het volledige plaatje dat de
regisseur voor ons wou tekenen. ’t Is een prachtig zicht.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in