A Bad Diana :: The Lights Are On But No-One’s Home

Na zowat twee decennia van stilte komt Diana Rogerson eindelijk met een nieuwe plaat op de proppen. De voormalige industrialheldin gebruikt haar bagage om op creatieve wijze met folk aan de slag te gaan. Hippies, zoekt dekking! Nieuwsgierige omnivoren, spitst de oren!

Folk kent onderhand zoveel verschillende gedaantes dat het een universum op zichzelf is geworden. Er is uiteraard de oerfolk, maar de tijd dat die muziek zaligmakend was, is reeds lang vervolgen. Het genre werd meer en meer een mengvorm, met folkpunk als meest trieste exponent (Levellers, iemand?). De laatste jaren lijkt alles weer op het goede spoor te zitten met een ongeziene creativiteit en diversiteit in de vorm van freakfolk, antifolk, nufolk en noem maar op. A Bad Diana doet daar nog een schepje bovenop en omschrijft haar muziek als avant-folk.

Enig opzoekwerk leert dat die vlag niet bepaald één lading dekt. We komen dezelfde namen tegen die we al bij andere folkstromingen tegenkwamen, maar wat zou het ook. The Lights Are On But No-One’s Home is bovenal een bezwerend en zéér langverwacht vervolg op Belle De Jour uit 1987. Eindelijk, zou een mens verzuchten, zeker omdat Diana Rogerson voordien best productief was.

Zo was de dame in de jaren zeventig lid van Whore 156, een band die in de jaren tachtig zou vervellen tot Fistfuck en die de weg baande voor acts als Nine Inch Nails. Het industrial aspect dat A Bad Diana in het begin van haar carrière aan de dag legde, vindt ook nu nog zijn weg naar haar platen, zij het dan als ondertoon. “Cupboardie Re-nude” drijft op een spanningsboog die doet sidderen en beven. Ambient, drones en folk vermengen zich tot een verhaal dat de lang vervlogen gewoonte om onder het bed te kijken nieuw leven inblaast.

“Asphalt Kiss”, dat een bewerking is van een nummer van Ash Ra Tempel, is waarschijnlijk het beste voorbeeld om aan te geven hoe ver folk geëvolueerd is sinds Woody Guthrie ruim zeventig jaar geleden over de Dust Bowl begon te zingen. Met zijn avant-gardistische inslag heeft het nummer meer elementen in zich dan je op het eerste gehoor zou denken. De vrij kale omkadering van de song wordt halverwege immers vakkundig doorbroken door iets wat hardleerse critici zouden omschrijven als “uit de lucht gegrepen geneut”, maar dat in feite niet meer of minder is dan een mooie rimpel in een spiegelend wateroppervlak.

In “Mirage Man” wordt “I’ll Be Your Mirror” aangehaald, en ook al zal geen enkele band ooit nog zo antifolk worden als The Velvet Underground dat was, toch klopt het plaatje. Diana plakt de Velvet-regel over een Tom Waits-achtig goederentreinritme en zingt ingetogen, met zware stem, maar zo mogelijk nog kouder dan Nico.

Wat beiden eveneens gemeen hebben, is de poëtische schijn. In “Notes From The Underground To A Crazy Girl” klinkt Rogerson als Eve Libertine die op een Crass-plaat een gedicht voordraagt. Ook qua atmosfeer zijn er tijdens dit nummer raakvlakken tussen beide artiesten. Maar het referentiepunt dat tijdens het beluisteren van deze langspeler telkens opnieuw opduikt, is “Contre Le Sexisme”. Met dat — zelfs voor hun doen — niet bepaald voor de hand liggende nummer opende Sonic Youth een kleine tien jaar geleden het zwaar onderschatte A Thousand Leaves. De vier minuten vervreemding die de New Yorkers toen opnamen, lijkt de voedingsbodem geweest te zijn voor het maken van The Lights Are On But No-One’s Home. Het werd tijd dat iemand eindelijk met die desolate muzikale brok aan de slag ging.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in