You the Living




95 min. /
Zweden/ 2007

Een man spoelt zijn cassetterecorder terug en drukt daarna op de
playknop. We horen fanfaremuziek en de man begint op zijn grote
trom de baslijn mee te slaan… Heel af en toe zijn ze daar: films
waarvan je bij god niet weet wat je ermee moet aanvangen of wat je
ervan moet denken. De Zweedse film ‘You the Living’ (‘Du Levande’)
van Roy Andersson is de vreemdste prent die in lange tijd mijn
gezichtsveld gepasseerd is. In geen enkele categorie onder te
brengen, in niet genoeg woorden te vatten en niet veel houvast om
aan te klampen. Dan is meditatie de enige oplossing om een recensie
te kunnen schrijven. Nu, na een namiddag snoezelen, een weekend
platte rust en afzondering in een ijzingwekkend stil ‘In Memoria Di
Me’
-klooster, ben ik er uiteindelijk uit geraakt: I loved
it!

Het minste wat je van ‘You the Living’ kan zeggen, is dat hij
eigenwijs is. Er is geen plot. Er zijn geen centrale
hoofdpersonages. De camera beweegt nooit. We zien een vijftigtal
taferelen passeren, steeds vanuit een vast camerastandpunt en
zonder een enkele close-up of een millimeter op te schuiven. Als
bij een viewmaster wisselen we van plaatjes, statische vignettes
die tot leven komen in het rechthoekige kadertje. Een mollige,
marginale vrouw zit op een bank en begint een klaagzang af te
steken dat niemand haar begrijpt. Een oud ventje sleept zijn hond
over de grond achter zich aan. Een schooljuffrouw barst voor haar
kinderen in tranen uit, omdat haar man haar een slet heeft genoemd.
Een meisje met paarse laarsjes aan schreeuwt haar onbeantwoorde
liefde uit voor haar Tokio Hotel look-a-like van een
punkrockgitarist.

Op het eerste zicht lijkt het nonsens, een collage van
willekeurige personages die helemaal los staan van elkaar, maar met
een beetje verbeelding (en een zeer oplettende geest mag ook) kan
je de personages aan elkaar koppelen: man aan vrouw, buur aan buur,
de leden van de brassband aan elkaar. De klant van de kapper, die
naar een vergadering moet, waar een collega sterft op wiens
begrafenis… Je zou er één lange woordketting mee kunnen vormen.
De personages zitten in elkaars leven vervlochten, of ze het nu
willen of niet. We zien hen in hun dagelijks bestaan, in banale
gebeurtenissen, in ‘In de Gloria’-gênante betrapmomenten, in
emotionele knelpunten,…

Uit alle miniverhaaltjes valt eenzelfde gemoed te destilleren:
eenzaamheid, verwachtingen die niet vervuld zijn/worden, misschien
zelfs hier en daar een echo van wanhoop. De personages zijn omringd
door anderen, maar slagen er niet echt in om degelijk met elkaar te
communiceren. De leden van de brassband kunnen thuis maar op weinig
steun rekenen (lees: slaande deuren). De psychiater doet zijn
verhaal over zijn financiële miserie, terwijl zijn vrouw bovenop
hem aan het klaarkomen is. Er wordt gesproken met elkaar, zonder te
luisteren en geluisterd zonder te begrijpen. De steeds terugkerende
muziek en zang klinkt als troost in hun bestaan; het is hun enige
manier om hun gevoelens écht te kunnen verwoorden.

Regisseur Roy Andersson heeft lak aan alle conventionele
verteltechnieken. Hij brengt zijn film in beeld zonder enige
schroom, toont mensen hoe ze zijn: in al hun lelijkheid, in al hun
eenzaamheid. Dit in de ziekelijk vale groenblauwe, vuilwitte teint
van de troosteloze decors, die trouwens allemaal, ook de
buitenscènes, in de studio zijn nagebouwd, wat de uniformiteit van
alle scènes danig verhoogt en de film van een algehele bevreemdende
sfeer voorziet. Een sfeer die schippert tussen deprimerend als een
uitpuilend buskotje bij gutsend hondenweer en voorzichtig
optimisme, naar de leuze “tomorrow is another day” (maar
deze dag heb je wel lekker verpest). De film neigt zelfs naar een
apocalyptische sfeer in zijn tragische en geschifte finale (die
verrassend in beeld is gebracht).

De grens tussen grappig en zielig is soms filterdun, je weet
soms niet of je nu moet lachen of huilen. Is dit de mens? Is dit
hem nu echt? Maken we daar nu zo’n spel rond? De personages zijn
mensen die ademhalen en leven, maar niet echt ten volle. Vooral de
oudere personen zien er in hun soms dodelijk witte make-up vaak
griezelig bleek uit, met maar een piepklein zuchtje leven meer in.
De mollige, marginale vrouw vat het goed samen: met alle miserie in
deze wereld, hoe kunnen we dan in godsnaam niet naar de fles
grijpen?

Andersson heeft in ‘You the Living’ een eigen realiteit
ontwikkeld die pikzwart van humor is, maar die toch ook niet zo ver
van ons bed staat. Hij belicht op een nuchtere manier het leven van
de mens. De situaties zijn niet zozeer absurd, want ze tonen mensen
in al hun menselijkheid, met hun gebreken en stomme stoten het
eerst. De humor komt eerder uit de confrontatie met onszelf: ja,
zo’n dingen doen wij als mensen nu eenmaal. We blijven nu eenmaal
voortploeteren, totdat de bom valt. Het is allemaal niet ontzettend
vergezocht, het zijn weergaven van herkenbare situaties, die door
de sobere en uniforme manier van vertellen erg krachtig en
karaktervol tot uiting komen. Humor als de beste manier om met
verdriet en miserie om te gaan.

In twee scènes ontstijgt Andersson ‘zijn’ dubieuze realiteit en
zet hij de stap naar de fantasie. Twee personages richten zich tot
de kijker en vertellen hun droom: respectievelijk een nachtmerrie
en een wensdroom. Een man krijgt de elektrische stoel omdat hij de
truc met het servies (je trekt het tafellaken er vanonder zonder
iets te breken) op een rijkelijk gedekte tafel doet mislukken. Het
meisje met de paarse laarsjes vertelt dan weer over haar knusse
huwelijksleven met haar hermafrodieten rockster, waarna hun huis
als een trein begint te rijden. Deze scènes zijn door hun
verbeelding het gemakkelijkst om in mee om te gaan, maar verstoren
absoluut de drogere trend van de film niet. Meer nog, de scène in
het rijdende huis is misschien wel één van mooiste scènes van dit
jaar.

Wie zijn vorige film ‘Songs from the Second
Floor’
zag, weet min of meer wat hij mag verwachten van
Andersson. Iets dat je nergens anders krijgt: de mens onder een
ironische stolp gevangen in perfect georchestreerde tafereeltjes.
Een heel persoonlijke filmervaring, waarbij iedereen waarschijnlijk
op andere dingen let en naderhand zich andere dingen zal
herinneren. Op het eerste gezicht eenvoudig en banaal, op het
tweede gezicht geniaal en bloedmooi. Lelijkheid op zijn schoonst!
Benieuwd wat ze op de Oscars van deze Zweedse inzending zullen
zeggen…

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in