No(r)way Of Life




95 min. / Noorwegen – Ijsland /
2006

Ik weet nog dat ik na mijn eerste werkdag dacht: deze zit erop,
nog maar veertig jaar te gaan. Een mens zou voor minder zijn brein
in esthetische motiefjes tegen de muur te knallen. Ik geef grif toe
dat het allemaal beter georganiseerd is dan in het feodale tijdperk
– toen hadden ze wellicht nog geen maaltijdcheques, dertiende maand
en koffiepauzes -, maar het blijft me verbazen dat we dit
werksysteem van 8 uur per dag, vijf dagen op zeven, 52 weken per
jaar zomaar braafjes slikken. Zou dat nu echt de bedoeling zijn:
studeren om te kunnen gaan werken en werken om in een schoon
rusthuis te kunnen sterven? De rebel in mij heeft er alleszins zo
zijn bedenkingen bij en plakt elke ochtend pruttelend achter elke
verplichting een ‘waarom?!’. Toen we samen naar ‘No(r)way of life’
keken, voelde hij zich dan ook volledig in zijn cynisme
geruggensteund: zie je wel, dat is wat ervan komt…

Deze Noorse film van regisseur Jens Lien toont inderdaad wat
ervan komt als je je laat opslokken door het alledaagse ritme van
de kantoor-consumptiemaatschappij: op lange termijn duiken mogelijk
ernstige neveneffecten op als afstomping, apathie, verlies van
identiteit en eenzaamheid. In ‘No(r)way of Life’ (flauwe
woordspelingen rule!) verpakt Jens Lien zijn kritiek op
deze samenleving in een verbeeldingrijke film over een fictieve
wereld (ofwel de onze met tot in het absurde uitvergrote trekken)
waarin conformisme-als-levensstijl nog een understatement
is. Iedereen is er zichzelf onder de (loop)baan kwijtgespeeld aan
materialistische oppervlakkigheden en begint, zijn Ikeacatalogus
steeds dicht tegen het hart gedrukt, enkel nog spontaan te kirren
bij een voorstel om de muur van de woonkamer uit te breken (meer
ruimte!).

Hoofdpersonage Andreas, weet niet waar hij vandaan komt of hoe
hij in deze wereld is terechtgekomen. Alles is er perfect voor hem
geregeld. Hij krijgt zomaar een appartement en een job als
boekhouder aangeboden en de vrouwen zijn met een vingerknip te
krijgen. Iedereen is vriendelijk en tevreden. Alleen raakt Andreas
vlug uitgekeken op de situatie. Het lijkt wel of hij de enige is
die nog gevoelens heeft en verdrietig of verliefd kan zijn. De rest
loopt in een boog om confrontaties heen en stelt zich tevreden met
eten dat geen geur heeft, bier waar je niet dronken van wordt en
seksuele contacten die mechanisch aanvoelen. Andreas wil zich niet
aanpassen aan dit onverschillige bestaan: hij wil kinderen horen
spelen en heeft zin in chocomelk die lekker ruikt. Wanneer hij in
de kelder van een appartementsblok eindelijk nog eens muziek hoort,
denkt hij de uitweg te hebben gevonden uit zijn vicieuze
sleurcirkel…

Een man die vastzit in de perfecte maatschappij waarin iedereen
‘gelukkig’ is… Een nachtmerrie waar je maar niet uit kan wakker
worden (hoewel je die koffer al honderd keer gemaakt hebt en nu wel
kan vertrekken). Het is misschien niet de eerste keer dat er
gewerkt wordt met loops en déjà-vu’s of een alternatieve
werkelijkheid, maar deze voorstelling van een mogelijke hel (jaja,
l’enfer, c’est les autres) is toch nét anders genoeg om
stof tot nadenken te bieden. ‘Norway of Life’ is geen meesterwerk,
maar Jens Lien probeert er tenminste iets origineels van te maken.
Als er iets is dat je van die Scandinaviërs kan zeggen, dan is het
dat ze een eigen(zinnig) gedacht hebben over de wereld. Terwijl wij
het hier moeten stellen met de zielloze commerciële junkfood van
meneer Verheyen, waait uit het hoge noorden een frisse bries aan
regisseurs met een sterke persoonlijkheid (Roy Andersson, Lars Von
Trier, Anders Thomas Jensen, Anders Morgenthaler …). Geen wonder
dat ik tegenwoordig bij een film uit het hoge Noorden al ijverig
mijn vinger opsteek tijdens de vergadering (Ikke! Ikke!).
Stuk voor stuk zijn het filmmakers die lak hebben aan
boxofficecijfers, die hun eigen ding willen doen en niet beschaamd
zijn om de mens eens van zijn nietigste (of is het normaalste?)
kant te tonen. Jens Lien geeft kritiek op zijn Noorwegen aan de
hand van kurkdroge humor (een beschuit is er sappig tegen) die de
hele weg lang subtiel als een zwart randje onder de nagels voelbaar
blijft. Hier en daar durft de Noor eens voluit pijnlijk absurd te
gaan (het diner met zijn maîtresse, bijvoorbeeld, en de
metroritjes), maar op humoristisch vlak heeft hij zeker nog wat
kansen laten liggen. Het zou de film wat meer pit en tempo gegeven
hebben, want hoe goed alles ook in beeld gebracht is en hoe sterk
de opzet, eens die uit de doeken is gedaan, ontbreekt het de film
aan spanning en een emotionele klik met het hoofdpersonage.

Jens Lien besteedt al zijn aandacht aan het opzetten van de
bevreemdende sfeer en slaagt er dankzij zijn oog voor detail in om
een universum op te bouwen dat surrealistisch kil overkomt. De
trage opbouw, de stiltes (de eerste helft van de film is volledig
zonder muziek), de grijstinten en obsessieve aandacht voor design
en symmetrie (ook in de beeldvoering), de verlaten decors en
straten, alles past perfect bij die emotieloze wereld die hij tot
leven wil brengen. Zijn visueel talent levert zeker mooie momenten
op, met op kop de scène waarin Andreas de tunnel uit komt
gestrompeld. Alleen gooit Lien met zijn koude, observerende,
afstandelijke aanpak een beetje zijn eigen ruiten in. De
hoofdacteur levert degelijk werk, maar hij springt er niet genoeg
uit en kan niet genoeg weerwerk bieden tegen de (visuele) leegte
van de maatschappij. Als kijker ga je zijn verhaal dan ook
afstandelijker bekijken en maakt het je niet zoveel uit wat er van
hem terechtkomt. De plotontwikkeling raakt ondergeschikt aan de
sfeerschepping, terwijl je voelt dat er meer in zat. Altijd spijtig
wanneer een sterke opzet uiteindelijk een intense beleving in de
weg staat. Een interessante film, maar het kijkgenot mocht iets
groter zijn.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in