American Gangster




Mensen worden neergeschoten terwijl ze al in brand staan, naakte
grietjes staan heroïne te versnijden en een drugdealer maakt een
tamelijk fatale fout door er van uit te gaan dat een concurrent hem
niet midden op straat zal durven afknallen in ‘American Gangster’.
En hoewel je op dezelfde manier nog wel een tijdje kunt doorgaan
met het opsommen van scènes, is het toch geen actiefilm. Ridley
Scott heeft van zijn eerste echte succes sinds ‘Matchstick Men’ uit
2003 eerder een suspenserijke thriller gemaakt, die een overtuigend
tijdsbeeld schept van de late jaren zestig en vroege jaren
zeventig, en meer bezig is met het uitwerken van de personages dan
met het etaleren van geweld. Dat die vrouwen toevallig in hun blote
kont drugs verwerken, is eerder een bonus dan wat anders.

New York, eind jaren zestig. Bumpy Johnson is één van de meest
succesvolle gangsters in de stad, zijn reputatie vooral gevestigd
op het feit dat iedereen hem graag ziet. Met Thanksgiving deelt hij
kalkoenen uit aan de mensen van Harlem en hij houdt er een
ouderwetse erecode op na. Wanneer Bumpy sterft, komt de
burgemeester van New York naar zijn begrafenis – het feit dat hij
een drughandelaar was, is blijkbaar niet meer dan een detail.
Bumpy’s chauffeur, Frank Lucas (Denzel Washington), besluit om
vervolgens de handel van zijn vroegere baas over te nemen.
Aanvankelijk neemt niemand hem serieus, maar Lucas heeft een
feilloos business instinct: net als Bumpy behandelt hij zijn
werknemers goed, gebruikt hij geweld wanneer het nodig is en weet
hij in te spelen op wat de markt verlangt. In plaats van zwaar
versneden heroïne te kopen die al eens door de politie in beslag is
genomen, besluit hij naar Vietnam te trekken, omdat hij op tv heeft
gehoord dat de Amerikaanse soldaten ginder massaal ten onder gaan
aan de goede kwaliteit van de dope. Hij handelt rechtstreeks met de
leveranciers en vanaf dat moment is hij vertrokken: hij importeert
stuff van de beste kwaliteit aan de laagste prijs en zijn imperium
begint te groeien. Parallel aan dat verhaal volgen we de
lotgevallen van Richie Roberts (Russell Crowe), de archetypische
ene eerlijke flik in een corrupt corps, die een nieuw antidrugteam
opricht om de herkomst van de zuivere Vietnamese heroïne te
achterhalen.

‘American Gangster’ is voor veel van de betrokkenen een
terugkeer naar vertrouwd terrein nadat ze een (of een paar)
uitschuivers hebben gemaakt. Ridley Scott en Russell Crowe hebben
allebei nog een kater van de wijn die ze consumeerden in ‘A Good
Year’, scenarist Steven Zaillians ambitieuze film ‘All the King’s
Men’ flopte fenomenaal, en Denzel Washington had net één keer te
vaak met de verkeerde Scott samengewerkt, met ‘Man on Fire’ en
‘Deja-Vu’. De epische gangsterfilm is echter een genre dat ze
allemaal kénnen. Ze weten hoe de conventies in elkaar zitten, wat
voor dynamiek zo’n film moet hebben en aan welke
publieksverwachtingen ze moeten voldoen. In die zin speelt iedereen
hier dus op veilig: ze kleuren binnen de lijntjes van een
welbepaald genre, dat al meegaat van in de jaren dertig, en niemand
ziet enige reden om te experimenteren. Verwacht dus geen
hyperoriginele film van ‘American Gangster’: je hebt dit al wel
eens eerder gezien. Het goede nieuws is echter dat je het nog niet
dikwijls zo goed uitgevoerd hebt gezien.

Het script is het voornaamste: opgetrokken uit vertrouwde
elementen of niet, Steven Zaillian weet toch de meeste clichés
netjes te omzeilen om ons verrassend overtuigende personages te
geven. Dit is geen maffiafilm in de stijl van ‘Scarface’, waarin
een psychopathische topcrimineel met z’n neus in een berg coke
hangt. Nee, Frank Lucas wordt succesvol omdat hij de regels van
elke geslaagde legitieme onderneming toepast op een illegale
business. Hij is een self made man – Amerikaanser kan het
haast niet, vandaar ook de titel – die een intelligent zakenplan
opstelt en zich daar vervolgens aan houdt. Hij is eerlijk in
geldzaken, bedriegt niemand, zelf gebruikt hij nooit drugs, hij
zorgt ervoor dat er in zijn huis niks te vinden is dat hij niet kan
verantwoorden en hij werkt zoveel mogelijk met familieleden om
loyaliteit te garanderen. Hij is geen Tony Montana die ten onder
gaat aan zijn eigen hebzucht, maar een koele, slimme, berekende
zakenman, voor wie zelfs geweld enkel een middel is om een doel te
bereiken. Daaraan gekoppeld krijgen we scherpe observaties over de
rassenkwestie. Lucas kan zich tot aan de top werken omdat niemand
hem ziet aankomen – een zwarte die zo machtig wordt? No
way.
Totdat het zover is. Het personage van Russell Crowe is
dan weer minder interessant – Zaillian probeert een zekere ironie
te persen uit het feit dat Richie op zijn werk kraakproper is (hij
levert zelfs een miljoen dollar aan niet te traceren geld in),
terwijl hij in zijn privéleven wel zijn kind verwaarloost en alles
bespringt wat maar een rok aanheeft. “Je probeert je geestesrust af
te kopen door eerlijk te zijn op je werk,” bijt zijn ex-vrouw hem
toe, maar die hele nevenplot komt geforceerd over. De obligate
bitsige echtgenote die expliciet in het script werd gestopt om toch
maar diepgang te geven aan een personage dat eigenlijk nogal
oppervlakkig is.

Zaillian en Scott kiezen maar zelden voor actie – er zit maar
één echte shoot-out in de film, en ook de geweldscènes tussendoor
zijn kort en bondig. Ze gaan eerder voor een onguur sfeertje, dat
duidelijk geënt is op dat van klassieke flikkenfilms als ‘The
French Connection’ en ‘Serpico’. De fascinatie van ‘American
Gangster’ ligt in de procedures die de personages volgen: Lucas z’n
procedure om zijn drugsimperium op te zetten en in stand te houden,
Richie z’n procedure om Lucas klein te krijgen en de corruptie bij
de politie aan te klagen. Langzaam maar zeker zie je hoe Lucas zich
toch in de problemen werkt en hoe Richie stelselmatig dichter bij
een arrestatie komt – da’s spannender dan een shoot-out.

Ridley Scott houdt zich visueel verrassend in. De setting is
realistisch en geeft een overtuigend beeld van de vroege
seventies, zonder te vervallen in pocherige
“zie-mij-eens-authentiek-wezen”-shots. De historische achtergrond
wordt voornamelijk geleverd via nieuwsberichten op tv, over de
Vietnamoorlog, een beroemde boksmatch van Mohammed Ali en ga zo
maar door. Dat is genoeg om de sfeer van die tijd op te roepen,
zonder toe te geven aan de mooifilmerij waar Scott wel eens last
van heeft. Geen overbelichte actiescènes, geen bizarre cuts of
desoriënterende camerabewegingen. Voor het eerst in lange tijd
lijkt bij Scott de inhoud te primeren op de vorm. Hij stelt zich
ten dienste van het verhaal, en juist daardoor kan hij een
meeslepende, spannende film afleveren die ondanks z’n aanzienlijke
lengte (157 minuten) voorbij vliegt.

Denzel Washington en Russell Crowe zijn een goed centraal duo,
hoewel ze elkaar pas aan het einde van de film ontmoeten.
Washington krijgt de sappigste rol, en speelt Lucas met de
waardigheid die zo’n personage zichzelf nu eenmaal aanmeet. Hij
vindt zichzelf geen crimineel en gedraagt zich ook niet zo. Hij
heeft geen privévliegtuig nodig, hij is al lang tevreden als hij
het zijn moeder voor de rest van haar leven gemakkelijk kan maken.
Het is moeilijk om geen respect voor hem te voelen, en die morele
kern van dat personage komt volledig uit Washingtons vertolking.
Crowe heeft een minder interessant personage, maar durft hier wel
low-key te zijn op een manier die we niet van hem gewend
zijn. Een beetje een loser, maar gewoon iemand die te
koppig is om het op te geven en verbeten blijft doorworstelen,
omdat hij niet weet wat hij anders zou moeten doen.

‘American Gangster’ is een genrefilm. Het warm water wordt hier
niet opnieuw uitgevonden, nee, maar Scott heeft er wel een intense,
intelligente, meeslepende, spannende thriller van gemaakt, waar
bovendien nog enkele uitstekende acteurs in rondlopen. Als je niet
verwacht dat elke film het medium eventjes opnieuw uitvindt, is dit
één van de beste prenten die je dit jaar gezien zult hebben.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in