Vermist




85 min. / B /
2007

In Tim Burtons fantastische film ‘Ed Wood’ zit een scène waarin
de jonge, volstrekt ongetalenteerde maar waanzinnig enthousiaste
regisseur Edward D. Wood Jr het kantoor van een producent van
B-films binnenstapt. Hij begint met een brede glimlach het verhaal
van zijn horrorfilm te pitchen, maar wordt meteen
onderbroken door de producent: “Kijk, het kan me niet schelen waar
je film over gaat. Als hij maar binnen het budget gemaakt wordt,
zeven spoelen lang is en over drie weken vertoond kan worden.” Een
gelijkaardige mentaliteit bespeur ik hoe langer hoe meer bij Jan
Verheyen. Het kan hem volgens mij in sé geen donder
schelen wàt hij maakt, zo lang hij maar iets maakt. Zo lang daar
aan het einde van de draaiperiode maar een product ligt dat hij kan
verkopen, liefst aan zoveel mogelijk mensen tegelijk. Het is film
als een handelsartikel, of, zoals in dit geval, als een
marketingstunt. ‘Vermist’ wordt immers binnenkort een nieuwe
dramareeks op VT4 – Jan Verheyen draaide deze anderhalf uur lange
pilot, en de bioscooprelease daarvan is enkel bedoeld als:
a) warmmakertje voor de serie en b) een manier om, nu ze toch bezig
waren, langs de kassa te kunnen passeren. Och ja, VT4 kan er maar
tevreden mee zijn. Hun prime time programma’s zijn op het
moment van schrijven allemaal fenomenaal aan het floppen, dus alle
extra promotie is meegenomen. De vraag of het ook een goeie film
is, is hooguit een bijkomstigheid (de échte vraag is of hij
marketable is), maar goed, laat ik voor de aardigheid en
omdat ik mezelf graag wijsmaak dat die vraag er toch iets toe doet,
maar proberen om ze te beantwoorden.

Het verhaal begint wanneer Evi, een zestienjarige rebellerende
puber, verdwijnt op een zaterdagnacht. Haar ouders (Filip Peeters
en Hilde Van Mieghem) schakelen de politie in, en zo komt de zaak
terecht bij de Cel Vermiste Personen. Walter Sibelius (Koen De
Bouw) en zijn team door fris ogende BV’s vertolkte flikken, gaan
aan het werk. Al gauw wordt duidelijk dat Evi’s fratsen zich niet
beperkten tot laat uitgaan en al eens een stevige pint drinken. Er
duiken pornofilmpjes van haar op en zowat haar hele vriendenkring
blijkt betrokken te zijn in drugs, prostitutie, of een combinatie
van de twee.

Niemand zal kunnen beweren dat dat een onwaarschijnlijk verhaal
is – als er één punt is waarop ik Verheyen en co volg, dan is het
wel in het feit dat dit soort verhalen zich elke dag afspelen.
Kinderen komen in een verkeerd milieu terecht, ze geraken er niet
meer uit weg en voor je het weet ben je een gezicht op een affiche.
Dat basisgegeven klopt zeker, maar het is jammer dat de makers aan
die premisse zo weinig context geven. Om er maar eens een metafoor
tegenaan te smijten: het skelet van een boeiend verhaal is er, maar
er wordt zo weinig vlees aan gehangen. Waarom rebelleerde Evi zo?
Hoe kwam ze voor het eerst in aanraking met die foute mensen? Hoe
was de relatie met haar ouders voordien? Vader Filip Peeters krijgt
een minimale extra dimensie mee, en wordt afgeschilderd als een
goedbedoelende man die radicaal verkeerd reageert op het gedrag van
zijn dochter, waardoor hij het nog erger maakt. Maar moeder Hilde
Van Mieghem zit er voor spek en bonen bij. Hoe voelt zij zich? Wat
was haar relatie met haar dochter? Allemaal interessante vragen die
gebruikt hadden kunnen worden om het verhaal van Evi uit te diepen
en interessanter te maken, maar uitdieping, daar doet Verheyen
schijnbaar niet aan mee. En dat is eeuwig zonde, want het verhaal
van een verdwenen meisje is op zichzelf misschien al wel
dramatisch, maar het wordt eens zo sterk als je van dat meisje ook
een individu maakt. Iemand met gedachten en gevoelens en een
achtergrond en heel die lastige bagage die mensen nu eenmaal met
zich meeslepen, ook op hun zestiende al, maar die zich zo moeilijk
tussen twee reclameblokken laat wringen in prime time op
VT4.

Het team van de Cel Vermiste Personen krijgt een al even
oppervlakkige behandeling: allemaal vertegenwoordigen ze een
stereotype, opdat ze elkaar netjes zouden aanvullen. Koen De Bouw
is de bezielde, door het leven getekende vaderfiguur, die met een
blik vol Weltschmerz de wereld inkijkt. Kevin Janssens is
de opvliegende jonge hond, die zich continu kwaad maakt over al het
onrecht in de wereld, en daar op een nogal geforceerde manier
uitdrukking aan geeft: “Ik ben al 24 uur aan een stuk op zoek naar
dat meisje, en ik zal niet rusten voordat ik haar vind!” Joke
Devynck is dan weer de evenwichte mama, die zo’n beetje de
vrouwelijke tegenhanger van Koen De Bouw vormt, maar dan met een
minder mistroostig gezicht (wédden dat ze in de tv-reeks nog samen
in bed belanden?). Cathérine Kools is dan weer het groentje dat
moet leren omgaan met de gruwelen van het werk in de Cel, en Stan
Van Samang mag kleurloos staan wezen op de achtergrond. Al die
personages worden gedefinieerd door één bepaalde karaktertrek, en
voor zover we dan toch al achtergrondinformatie over hen krijgen,
wordt die niet zozeer getelefoneerd naar het publiek, als wel
ge-sms’t. Koen De Bouw zégt gewoon letterlijk tegen Joke Devynck:
“Ik ben gescheiden en heb mijn dochter al zes jaar niet meer
gezien.” Klinkt spontaan, vindt u niet, zeker als je dat zegt tegen
een collega waar je al een hele tijd mee samenwerkt. Aan Hilde Van
Mieghem biecht hij dan weer het obligate Tragisch Voorval Uit Zijn
Verleden op (hoofdletters verplicht), zonder dat daar echt een
goede reden voor is, behalve dan dat Jan Verheyen toch wou kunnen
zeggen dat er diepgang in zijn film zat.

Het helpt ook niet dat Verheyen voor zijn cast alweer is gaan
putten uit hetzelfde kleine vijvertje aan BV’s, die ogenblikkelijk
herkenbaar zullen zijn voor het tv-publiek waar hij op mikt, omdat
ze regelmatig al eens met hun smoel in de Dag Allemaal en de Story
verschijnen. Koen De Bouw is een goed acteur en ook hier doet hij
het weer meer dan behoorlijk, maar hij wordt stilaan behoorlijk
getypecast als afgepeigerd gevoelsmens die te veel heeft gezien
voor zijn eigen goed. Volgende keer een komedie, Koen, laat eens
iets anders van jezelf zien. Kevin Janssens, enkele jaren geleden
door God weet welke marketingjongen gelanceerd als de nieuwe
Vlaamse ster, heeft het moeilijk om zich geloofwaardig kwaad te
maken – wat jammer is, want dat is nu net wat hij in vrijwel al
zijn scènes moet doen. Cathérine Kools en Joke Devynck zijn oké in
hun rollen, maar krijgen maar weinig om zich in vast te bijten.
Onder alle omstandigheden zijn dit echter flikken die zó van de
cover van een glossy tijdschrift komen gelopen. Het is niet omdat
je onrustwekkende verdwijningen onderzoekt, dat je haar ineens niet
meer goed mag liggen.

Visueel heeft Verheyen zijn mosterd gaan halen bij ‘CSI’ (een
reeks die ook inhoudelijk zijn sporen heeft achtergelaten), ’24’ en
het werk van Paul Greengrass (van de ‘Bourne‘-films) – de
prent ziet er degelijk uit, maar ontbeert ook in de cameravoering
elke persoonlijkheid. Het is en blijft een doorslagje van andermans
werk, Amerikaanse cinema op Pajottenlandniveau.

‘Vermist’ vertrekt vanuit een boeiend basisconcept, maar is
frustrerend slecht uitgewerkt, zowel op het niveau van het verhaal
als dat van de personages. Kan deze film eens geen remake krijgen
van iemand die wat meer geïnteresseerd is in inhoud, en wat minder
in verpakking?

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in