Crowded House :: 19 oktober 2007, Vorst Nationaal

Het wanoptreden van The Police mondde uit in een ontluisterend pleidooi tegen elke mogelijke reünie. Crowded House bewijst na zijn loopbaanonderbreking dat het he-le-maal anders kan: het concert in Vorst is niet minder dan een magistrale, memorabele triomftocht van een herboren band die de hoogtepunten van weleer wel eens zou kunnen gaan overstijgen.

Zelden zoveel spijt gehad dat een band voor de laatste keer het podium verlaat. En dat geldt blijkbaar ook voor de groep zelf, die aangedaan door het uitzinnige publiek de bisronde met tien (!) nummers tot bijna een uur rekt. Zelden ook zo genoten van een bisronde, die duidelijk zichtbaar, maar niet hoorbaar, helemaal wordt omgegooid op het podium: de bandleden gesticuleren of lopen naar elkaar om te zeggen dat ze van instrument moeten veranderen of om er een ander nummer tussen te gooien, en er wordt à l’improviste ingegaan op verzoeknummers. Zelden zo genoten van de interactie tussen band en publiek, dat vanaf het tweede nummer "Four Seasons In One Day" garant staat voor prachtige samenzang die Neil Finn in extase brengt en die hij dan ook de hele avond uitlokt. Zelden klonk Vorst zo warm. En zo kunnen ook wij nog een uur lang doorgaan. Wat een set, wat een avond.

De split indertijd blijkt zelfs een win-winsituatie te zijn. De songs die na een tiental jaar bijna leeg gespeeld waren, hebben de afgelopen tien jaar terug kunnen ademen. Daarbovenop is Neil Finn, die Crowded House destijds steeds meer als een keurslijf voor zijn songschrijverij zag, nog enorm gegroeid als muzikant. Solo heeft hij zijn vleugels zo ver en zo breed uitgeslagen als hij wou. Hij sloeg aan het experimenteren en tastte zo de grenzen van zijn kunnen af zonder hen als beperkingen te moeten aanzien. Finn oogt scherper dan ooit. En zo blaast hij met de nieuwe, fantastische ex-drummer van Beck Matt Sherod op een bijwijlen verbluffende manier de Crowded House-parels nieuw leven in. Of beter: ze halen er nog meer uit dan er begin jaren negentig in zat — sommige toenmalige liveversies van songs steken zelfs mager of slordig af tegenover deze avond.

Dat wordt al duidelijk tijdens de openingsminuten. Na bloedmooie, weemoedige openingsmuziek zet Finn het sublieme "Private Universe" in, indertijd een scherpe maar sierlijk genomen bocht voor de groep. Terwijl hij samen met Mark Hart Vorst onmiddellijk in een bezwerende sfeer onderdompelt, bouwt Sherrod op indrukwekkende wijze de song laag per laag op om tot een climax te komen die voor het eerste in een lange reeks van kippenvelmomenten zorgt. "In My Command" en "Locked Out" klinken als wilde beesten die na vijf jaar uit een veel te klein kot worden vrijgelaten — dat geldt ook voor Finn zelf als hij over het podium raast — en "When You Come" ontaardt in een meervoudig orgasme.

Zoals zovele songs. Want wat is de groep ondertussen op elkaar ingespeeld! Waar de eerste berichten en beelden van Crowded House live anno 2007 degelijke, maar beheerste en brave performances lieten zien, wordt er nu snedig en krachtig gespeeld (zo wint "Don’t Stop Now" aan drive en, voor zover mogelijk, nog aan schoonheid). Bovendien wordt er duchtig geïmproviseerd en is het duidelijk zichtbaar aan de constante communicatie tussen de bandleden dat geen song twee keer na elkaar hetzelfde klinkt. Zo stuwen ze elkaar en de nummers zelf naar door velen op een podium onbereikte niveaus.

Ondertussen wordt ook duidelijk dat de nieuwe plaat Time On Earth, die voor drie kwart de stempel van Finn solo draagt, zich perfect in het Crowded House-repertoire heeft ingepast. Live komen de songs een pak beter uit de verf: "Silent House" krijgt nog maar eens een knallend, bijwijlen adembenemend einde mee en het vanavond toepasselijk getitelde "Heaven That I’m Making" had tien jaar geleden al een van de beste Crowded House-nummers kunnen zijn.

Die plaat laat vooral een zoekende groep horen. Het concert laat een groep zien die veel meer dan alleen zichzelf heeft teruggevonden. Het is een groep die elke seconde enorm aanstekelijk, op ontzettend hoog niveau musiceert en heerlijk spelplezier aan bloedmooie melodieën koppelt. Die op deze manier haar eigen hoogdagen op het punt staat te overschrijden. Een groep die hopelijk vlug de studio induikt en de plaat maakt die al dit heerlijks bevestigt. En daarna op tournee trekt, dat spreekt. "Don’t dream it’s over", inderdaad, zeker niet na een droom van een concert waaruit we niet meer willen ontwaken.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in