Saviour Square





105 min. / Polen /
2006

Goed nieuws voor iedereen die op zoek is naar een eenvoudige
manier om wat bij te verdienen: uw problemen zullen spoedig van de
baan zijn. Het enige dat je moet doen, is namelijk een industriële
hoeveelheid Prozac inslaan, en vervolgens een kraampje openen aan
eender welke cinemazaal waar het Poolse drama ‘Saviour Square’
speelt. Massale winsten gegarandeerd. Los van de kwaliteiten die de
film ongetwijfeld bezit, is ‘Saviour Square’ namelijk een zodanig
deprimerende ervaring dat je achteraf haast onvermijdelijk
buitenloopt met de gedachte dat zelfmoord al bij al nog niet zo’n
slechte optie zou zijn, moest je daarvan niet zo gaan stinken.
Regisseurs Joanna Kos en Krzysztof Krauze hebben hier een pikzwart
drama gemaakt, dat zich zowel in concept als in uitvoering perfect
laat samenvatten door de klassieker: life’s a bitch and then
you die.
Of nog erger: meestal sterf je niét en blijft het
leven gewoon een bitch.

Beata (Jowita Budnik) en Bartek (Arkadiusz Janiczek) zijn een
jong koppel met mooie toekomstplannen. Voorlopig hebben ze het
financieel nogal moeilijk, maar ze hebben geïnvesteerd in een
appartement in een nieuwbouw, en eens dat af is, zal de toekomst
hen toelachen. Eilaas: de projectontwikkelaar die verantwoordelijk
is voor de bouw van de flats, gaat plotseling failliet (er wordt
gesuggereerd dat het een frauduleus faillissement betreft, maar het
scenario biedt daar nooit uitsluitsel over) en Beata en Bartek
blijven met niets achter. Geen flat en geen rooie duit. Zij en de
andere kopers beginnen een moeizaam proces om een deel van hun geld
te recupereren, maar dat kan jaren duren, zonder dat ze weten dat
ze op het eind zullen winnen. Ondertussen trekken ze van armoe maar
in bij de moeder van Bartek, Teresa (Ewa Wencel). De relatie tussen
Beata en haar schoonmoeder is echter wat je noemt: “gespannen”. De
oude dame spuit constant kritiek en maakt constant verwijten,
zonder dat Beata enige steun te verwachten heeft van haar
echtgenoot. Die zoekt zijn troost immers bij andere vrouwen.

En zo zijn we vertrokken voor een intens deprimerend sociaal
drama, waarin de personages in een neerwaartse spiraal terechtkomen
waar ze nooit meer uitraken. Miserie wordt bovenop miserie
gelepeld, tot niet alleen de personages, maar ook het publiek er in
dreigt te stikken. Thematisch hebben de regisseurs zeker en vast
leentjebuur gespeeld bij de Britse sociaal-realisten (Mike Leigh en
vooral Ken Loach zijn nooit ver af), maar de humor of warme
menselijkheid die je bij hen meestal vindt, is hier ver te zoeken.
De films van Leigh en Loach zijn vaak zware kost, maar ergens onder
de vele problemen waar de personages mee af te rekenen krijgen,
sluimert er toch altijd een besef dat mensen humor gebruiken als
een overlevingsmechanisme. Kijk maar eens naar ‘Riff-Raff’ of zelfs
‘Ladybird Ladybird’: heavy shit, maar als het er op
aankwam, was er ook ruimte voor relativering, voor menselijkheid.
In ‘Saviour Square’ vind je niets dat daar op lijkt – dit is
all depressing, all the time, en dat komt de film niet
noodzakelijk ten goede. Regisseurs Kos en Krauze willen duidelijk
serieus genomen worden (lieve deugd, wat willen ze dat graag!) en
dus geven ze hun hele film dezelfde bloedernstige, van alle hoop
verlaten sfeer mee, zonder dat ze die sfeer ook maar een minuut
doorprikken. Tja, deprimerend is het zeker, maar je put er wel je
publiek mee uit en ik weet ook niet of je daarmee nu zoveel meer
zinnige dingen weet te zeggen dan met een film die wél ruimte laat
voor hoop of humaniteit. Op den duur lopen de makers zichzelf een
beetje voorbij in hun ambitie om het toch maar zo zwart en somber
mogelijk te maken.

Dat alles neemt niet weg dat de makers wel degelijk het doel
bereiken dat ze voor ogen hadden. ‘Saviour Square’ is een
claustrofobische studie van een gezin dat onherroepelijk uit elkaar
valt na een zware financiële tegenslag. Het verhaal verlaat zelden
het interieur van de flat van Teresa, en zelfs wanneer de
personages wél ergens anders naartoe gaan, blijven we het merendeel
van de tijd binnen, in krappe ruimtes waar te veel mensen en te
veel rommel binnenstaan. De regisseurs geven hun personages, hun
film én hun publiek bewust geen ademruimte: de film wordt zelden of
nooit eens opengetrokken, de personages zitten continu op elkaars
lip, wat de conflicten natuurlijk nog versterkt. Zo wordt het ook
heel makkelijk om te begrijpen waarom Beata op den duur haast met
haar kop tegen een muur loopt van frustratie.

Bovendien zit er een mooie ambiguïteit in de personages: Beata
krijgt hier de slachtofferrol, als vrouw die door iedereen in haar
omgeving (met de mogelijke uitzondering van haar kinderen)
vernederd en misbruikt wordt, en je voelt met haar mee… Maar
verdomd als je haar af en toe ook niet stilletjes zit te verwensen:
herpak je dan toch eens! Zeg de anderen dan toch eens om collectief
op te flikkeren. Maar nee, ze wentelt zich in zelfmedelijden – zij
het dan welverdiend zelfmedelijden. En op gelijkaardige manier is
Teresa een megabitch, maar dan wel één die uiteindelijk
ook maar een mens blijkt te zijn. Bartek is dan weer een wezel
eerste klas, maar ook in zijn ogen zien we iets dat aangeeft hoe
moeilijk hij het heeft. Alle personages hebben wel wat boter op hun
hoofd (sommigen al wat meer dan anderen), en dat valt erg makkelijk
te geloven. Jowita Budnik speelt overigens een bijzonder sterke
hoofdrol als Beata: ze heeft de meest showy rol in de
film, met hysterische huilbuien aplenty, maar gaat nergens
over de top. Ewa Wencel vult mooi aan als boze schoonmoeder – ze
speelt Teresa op een erg intelligente manier, alsof ze niet gemeen
wilt zijn, maar het allemaal doet “voor de kinderen hun eigen
bestwil”. Mensen hebben andere mensen maar zelden zoveel pijn
gedaan als voor hun eigen bestwil. Arkadiusz Janiczek rondt het
centrale trio af als Bartek en is degelijk, zonder dat hij evenwel
voor het vuurwerk zorgt waar de twee vrouwen garant voor staan.

‘Saviour Sqaure’ bevat ook een sociaal kritische dimensie, waar
echter niet bijster veel mee wordt gedaan. Uiteindelijk is het een
groot bedrijf dat voor de financiële en emotionele ondergang van
het gezin zorgt. We zien een tweetal vergaderingen tussen de
gedupeerde kopers van de onafgewerkte flats – de emoties laaien
hoog op, er wordt veel gevloekt maar uiteindelijk weinig besloten.
Het is mooi dat de film niet polemisch wordt, dat er niet met het
vingertje wordt gewezen naar de boze grote bedrijven onder het
motto “het is allemaal hùn schuld”, maar zoals het is, bengelt dat
aspect van het verhaal er nogal slordig achteraan.

Een slechte film is ‘Saviour Square’ zeker niet, daarvoor is hij
te goed gemaakt en te efficiënt in wat hij doet (want je mag van
mij altijd eens proberen om zónder de blues buiten te
lopen). Maar de prent dreigt wel continu overweldigd te worden door
z’n eigen negativiteit. In de visie van deze film zitten we
allemaal op de Titanic en hoe we ook rondlopen over het dek,
verzuipen doen we toch. Kortom: tijd voor mijn Prozac.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in