Ben X




Hier op de redactie waren we er al lang van overtuigd, en
eindelijk wordt ons standpunt bewezen: als je een goede Vlaamse
film wilt zien, laat de recensenten er dan één maken. Nic
Balthazar, filmcriticus, tv-maker, schrijver en eigenaar van de
kaalste kop van de lage landen, maakt immers zijn regiedebuut met
‘Ben X’, gebaseerd op zijn eigen boek ‘Niets Was Alles Wat Hij Zei’
en de theatermonoloog ‘Niets’ die daar op volgde. De buzz
kan alvast tellen, met prijzen op het filmfestival van Montréal en
een sterke mediacampagne. Terecht allemaal? Voor een groot deel
wel. Balthazar heeft immers een knap, erg menselijk drama
afgeleverd, dat voor een keer weet te ontsnappen aan de banaliteit
van de “tv-cinema” van Jan “eerst de marketing, dan pas het
scenario” Verheyen, zonder daarom te vervallen in de ijzige
afstandelijkheid die je dan weer in pakweg ‘Een Ander Zijn Geluk’
aantreft.

Ben (Greg Timmermans) is een autistische jongen van een jaar of
zeventien, die het om voor de hand liggende redenen niet makkelijk
heeft op school. Hij praat nauwelijks, heeft geen vrienden, en is
niet in staat om normaal met andere mensen om te gaan. Hij leidt
een teruggetrokken bestaan, gevangen in zijn eigen hoofd. Hij wordt
dan ook – hoe kan het anders? – systematisch gepest en vernederd
door zijn klasgenoten, met volbloed smeerlapjes Bogaert (Titus De
Voogdt) en Desmet (Maarten Claeyssens) als koplopers. Eens hij weer
thuis is, leidt Ben nog een ander leven, waarin hij zich wél op
zijn gemak voelt: samen met een internetvriendin die zich Scarlite
laat noemen (Laura Verlinden), speelt hij urenlang het spel
ArchLord, een game waarin hij geen freak of marsman is,
maar een stoere held die alle monsters om hem heen overwint. Maar
uiteindelijk wordt de realiteit toch te krachtig. Langzaam maar
zeker bereiken de frustraties van Ben een kritiek punt, waarop er
een uitbarsting moet komen. De enige vraag is tegen wie het geweld
dat binnenin Ben borrelt zich zal keren.

Het kan niet makkelijk zijn geweest om een goeie structuur te
vinden voor ‘Ben X’: Balthazar probeert immers een verhaal te
vertellen vanuit het standpunt van een personage dat niet kan
communiceren met de buitenwereld. De normale hulpmiddelen voor
filmmakers om de gevoelens en de leefwereld van hun hoofdpersonages
duidelijk te maken – dialogen, conflicten, heel de mikmak – konden
hier dan ook nauwelijks gebruikt worden. Want Ben zegt nooit iets
en de conflicten met de andere personages zijn altijd
éénrichtingsverkeer – andere mensen zeggen iets tegen hem en doen
dingen mét hem, maar hij zegt of doet niets terug. Dat kan hij
niet. En toch moest de regisseur ons als kijkers binnen het
perspectief van Ben plaatsen. Dat probleem heeft Balthazar opgelost
met twee truken van de foor, één ervan erg voor de hand liggend, de
ander heel wat origineler. Enerzijds krijgen we een voice-over, die
de mentale wereld van Ben onder woorden brengt (“Mensen zeggen
altijd goedemorgen, zelfs als het een slechte morgen is.”)
En
anderzijds – wat boeiender is – laat de regisseur de
game-wereld waar Ben in wegvlucht, oversijpelen naar de
echte wereld. Wanneer Ben naar school gaat, zien we de
graphics van zijn favoriete spel op het scherm: hij waagt
zich, als de virtuele held die hij is, door een donker woud vol
monsters. Wanneer hij gepest wordt, krijgen we korte flitsen te
zien van zijn game-personage dat wordt aangevallen door
slechteriken, maar nog niet verslagen is. ’t Is eigenlijk een
eenvoudig idee, maar het wordt goed toegepast en het helpt echt om
ons een inzicht te geven in de psyche van een personage dat verder
volledig is afgesloten.

En op die manier weet Balthazar, zonder te vervallen in
sentiment, toch een paar mooie inhoudelijke punten duidelijk te
maken. In wezen gaat ‘Ben X’ immers over een jongen die, zoals een
dokter het zegt, “buitengewoon is, maar ontzettend zijn best doet
om gewoon te zijn”. En hoe meer hij dat probeert, hoe ongelukkiger
hij wordt, omdat hij altijd op zijn beperkingen stoot, die
aanleiding geven tot meer en meer pesterijen. Hij kan naar een
“gewone school” gaan, zijn moeder kan hem leren om “goedemorgen” te
zeggen, hij kan leren hoe hij de bus moet nemen, en al die andere
kleine sociale vaardigheidjes die voor anderen vanzelfsprekend
zijn. Maar hoe hij ook probeert, hij zal nooit “gewoon” worden, en
zo lang dat niet aanvaard wordt, ben je dus een vogel voor de kat.
Balthazar lijkt met ‘Ben X’ te suggereren dat je pas gelukkig kunt
worden eens je het hebt opgegeven om normaal te zijn naar de
standaards die anderen voor je gesteld hebben. Of om het met de
metafoor van de film te zeggen: liever gelukkig in een fictieve
gamewereld, dan ongelukkig in de échte wereld.

De cast is uiteraard cruciaal in zo’n verhaal, en met Greg
Timmermans is Balthazar echt op een enorm groot talent gestoten.
Timmermans weet de tics van Ben met een haast akelige consistentie
te handhaven, en naarmate zijn personage dichter en dichter tegen
de rand van de mentale afgrond komt, wordt zijn vertolking ook
steeds intenser – het is bijna angstaanjagend om naar te kijken. In
de bijrollen is het vooral uitkijken naar Pinoy (oerdegelijk als
altijd) en naar nieuwkomer Laura Verlinden, die als enige vriendin
van Ben een bijzonder spontane en frisse rol neerzet. Het is wel
eigenaardig dat Titus De Voogdt op zijn leeftijd nog een middelbare
scholier te spelen krijgt – het crapuleus-puberale komt er nog
geloofwaardig uit, maar je ziet wel héél duidelijk dat hij geen
tiener meer is.

Yup, ‘Ben X’ is een sterk filmpje geworden, met een
stevige thematiek, die toegankelijk maar intelligent wordt
aangepakt, knappe visuals en beresterke vertolkingen. Het
voornaamste zwakke punt van de prent is echter een plotwending aan
het einde, die simpelweg niet geloofwaardig is. Thematisch klopt ze
wél – het heeft vanalles te maken met het onderscheid tussen fictie
en realiteit, met opgeven of terugvechten, zoals gamepersonages ook
steeds weer rechtstaan – maar wat je te zien krijgt is
doodeenvoudig geen plausibel menselijk gedrag. Die twist
is zeker niet voldoende om de hele film te kelderen, maar de
laatste 15 minuten krijgen er wel een erg bittere bijsmaak door. En
er zijn natuurlijk een paar kleinere puntjes waar je over kunt
zeuren: zo worden de woordspelingen in Bens voice-over wat al te
gretig gebruikt (“Ik ben moeilijk. Moe-lijk.”) en gebruikt
Balthazar voor de korte flash backscènes die de film doorprikken,
een gestileerde belichting en een flashy camerastijl die
vooral veel te veel drukte om niks lijkt.

Maar goed, zelfs met die gebreken blijft dit boeiende cinema,
die mooi een evenwicht weet te bewaren tussen
publieksvriendelijkheid en toch de wens om een serieus verhaal te
vertellen. Na Felix Van Groeningen met ‘Dagen Zonder Lief’ is
Balthazar dit jaar de tweede Vlaamse cineast die bewijst dat je
integer kunt zijn zonder hermetisch te worden, en toegankelijk
zonder banaal te zijn. Met dank.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in