Josh Rouse :: Country Mouse, City House

Het kan verkeren. Ooit was deze little guy from Nebraska onze favoriete songsmid van dit decennium, tot hij met Subtitulo (2006) plots een forse stap terug zette en de middelmaat ging verkennen. Helaas zorgt Country Mouse, City House er niet voor dat die kwaliteitscurve een opwaartse wending neemt.

Rouse moest en zou publiek bezit worden, daar was hij immers goed genoeg voor. Een slechte plaat maakte hij nooit, maar met nachtplaat Under Cold Blue Stars en het prachtige paar 1972 en Nashville leek hij voorbestemd voor een klassieke status en een steeds groeiend publiek. Wispelturig als hij is vertrok hij echter bij Rykodisc om enkel nog muziek te verspreiden via zijn eigen label, Bedroom Classics. Dat zorgde er niet enkel voor dat het oeuvre gestaag bleef groeien (7 albums, drie e.p.’s, een dvd én een verzameling overschotjes in tien jaar uitbrengen, het is haast niet meer van deze tijd), maar ook dat de kwaliteitscontrole enkel op de schouders van Rouse terechtkwam. Net daar knelt het sandaaltje nu opnieuw.

Country Mouse, City House is een vakkundig in elkaar gestoken plaat en ze zal de oningewijde liefhebbers van sluimerpop die streelt als een lauw zomerbriesje zeker bevallen, maar wie Rouse al eerder aan het hart drukte zal ongetwijfeld de wenkbrauwen fronsen bij zoveel gezapige aaibaarheid. "Sweetie", dat perfect op Subtitulo had gekund, is een voorbeeldsong met al die klassieke ingredienten — lichtvoetigheid, een sterke melodie, subtiele rootsverwijzingen, sha-la-las — en tegelijkertijd een nummer dat weerhaakjes mist. Was 1972 een kom sangria met lekkere brokken fruit, dan belooft "Sweetie" een karaf perzikensap. Een eerste slok is prima, erna verwacht je iets met meer punch.

Die energiestoot komt er wel, al is het in te beperkte mate: "Hollywood Bass Player" en "Nice To Fit In" zijn vintage Rouse: fris als een tienertrutje en speels als een bende hyenapups tijdens hun voederkwartiertje. Het eerste nummer slaagt erin om het seventies-instrument bij uitstek (de clavinet, zie "Superstitious") een plaats te geven, is funky, dansbaar én een beetje onnozel. Enfin, killer stuff. "Nice To Fit In" is dan weer de "Directions" (nog steeds het aanstekelijkste dat hij ooit maakte) van deze plaat: enkel in comateuze toestand valt hier niet op te reageren. Het probleem is dat het hierbij blijft. Tuurlijk moet een artiest zijn hoogtepunt niet herhalen, al zal hij door treiterig een paar snoepjes (twee dus) uit te delen ook geen vrienden maken.

Rouse en vaste compagnons Marc Pisapia (drums) en James "Hags" Haggerty (bas) zijn van vele markten thuis en laten niet na die veelzijdigheid te tonen. "Italian Dry Ice" is een prima staaltje vaseline-soul dat wérkt, wat helaas niet gezegd kan worden van "God, Please Let Me Go Back", een weemoedig stukje gemakzuchtigheid waarmee de bard iets te nadrukkelijk het terrein van de James Taylors van deze wereld gaat ontginnen. Helaas valt er na een song of vijf ook niet veel meer te beleven, wat ervoor zorgt dat de laatste twintig minuten iets hebben van de zoveelste opvoering van, pakweg, Kristien Hemmerechts (we zeggen maar iets!) in de nationale media: "Heard it before! Next!"

En zo kabbelt, heupwiegt, vleit, slijmt het album zich naar zijn conclusie, nu eens met een gebrek aan substantie (het gewichtloze, met madame gezongen "Domesticated Lovers" dat in het verlengde ligt van hun e.p. She’s Spanish, I’m American), het aan Under Cold Blue Stars refererende "London Bridges" en afsluiter "Snowy", dat de plaat effectief bedekt onder een deken van meanderende pluizigheid. Country Mouse, City House is een prima, fijn en tof plaatje, maar kijk, tof is niet goed genoeg, tof is prima als je last hebt van geheugenverlies. Rouse is sowieso geen artiest waar academische studies aan gewijd zullen worden, maar dat stond hem in het verleden niet in de weg albums te maken waarbij de gemiddelde songschrijver enkel groen kon uitslaan.

Of het komt door zijn hervonden rust (Rouse verliet zijn vrouw en vond nieuw geluk in Spanje) of het gebrek aan een strenge eindredacteur laten we in het midden. Het valt echter niet te negeren dat Rouse z’n stekeltjes is kwijtgespeeld en goed op weg is zichzelf in slaap te wiegen met een reeks platen die de gelukzaligheid net iets te hoog in het vaandel voeren. Het zou jammer zijn om zoveel potentieel niet te gebruiken. Wie zet de wekker?

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in