Yo La Tengo

Als je er zeker van wil zijn het nieuwe seizoen te openen met een
krachtig signaal, dan is de programmatie van Yo La Tengo altijd een
goede zet. Wie dit trio uit New Jersey een beetje kent, weet dat Yo
La Tengo garant staat voor intensiteit, diversiteit en kwaliteit.
Deze drie sleutelwoorden stonden dan ook centraal aan de aftrap van
een nieuw hoofdstuk Botanique.

Door de afwezigheid van een voorprogramma konden Ira, vrouwlief
Georgia en bassist James rustig de tijd nemen zich op het podium te
installeren. Een half uur later dan voorzien – dat hoort zo bij
belangrijke mensen – begon Yo La Tengo niet geheel zoals ze zelf
hadden gehoopt: een van de synths, die waar frontman Ira Kaplan van
gebruik zou maken, weigerde dienst. “Thank you and good
night,”
grapte Kaplan zijn ongemak weg, waarna de band even
het podium verliet om terug te komen met ‘You Tore Me Down’. Deze
zachte ballad, toch al 17 jaar oud, had meermaals last van
onverwachte storingen omdat de technicus het defecte instrument aan
de praat wilde krijgen. Professioneel als ze zijn, losten de drie
dit makkelijk op met een zinnetje als “everybody likes the
electronica these days”
. Het in de mist gegane begin droeg
alleen maar bij tot een beeld van menselijke en sympathieke
muzikanten. De onvoorziene noisestoringen gingen nog even door
tijdens het al even rustige ‘The Whole In The Law’, tot de
beslissing de boosdoener gewoon niet meer aan te raken de beste
bleek.

Het feestje begon pas echt met ‘The Room Got Heavy’ uit de laatste
‘I’m Not Afraid Of You And I Will Beat Your Ass’, een plaat die nog
regelmatig zou terugkeren. Georgia Hubley ging voor het eerst
achter haar drums zitten, James McNew leefde zich uit op percussie
en Ira hield met zijn orgel de melodie erin. Vooral het
dolgedraaide instrumentale slot maakte indruk en onderstreepte het
feit dat Yo La Tengo in de eerste plaats meester is wanneer het er
iets steviger en intenser aan toe gaat. Dat bewees ook het daarop
aansluitende ‘Pass The Hatchet, I Think I’m Goodkind’, een nummer
met repetitieve drums en bas dat maar blijft duren maar toch nooit
verveelt. Daarvoor zorgde de elektrische gitaar van Kaplan, die hij
tussen korte momenten van zang door bespeelde alsof zijn leven
ervan afhing. Gelijkaardige, bijzonder overweldigende taferelen
vonden we in gedeeltes van ‘Flying Lesson’ en de gigant van twaalf
minuten ‘The Story Of Yo La Tango’, live uiteraard een stuk
spectaculairder dan op plaat.

Een optreden van Yo La Tengo blijft toch grotendeels aantrekkelijk
omdat je nooit weet wat er kan volgen. Het trio heeft dan ook de
reputatie nooit twee keer dezelfde show te spelen, iets wat in
principe helemaal niet mogelijk is, maar het zegt iets over wat hun
materiaal in de breedte voorstelt. Of hoeveel bands slagen erin van
een feel good Scissor Sisters nummer (‘Mr. Tough’) over te
schakelen op een melancholische ballade (‘I Feel Like Going Home’),
een garagebom (‘Watch Out For Me Ronnie’) of een stevige
indierocker (‘Sugar Cube’)? Juist.

De Botanique kon zich geen betere opener dromen dan een Yo La Tengo
dat er zin in heeft. Het is geen band die zich optrekt aan formules
of maatstaven maar gewoon doet wat ze wil doen en geen schrik heeft
zichzelf opnieuw uit te vinden. Klasse!

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in