Happy Mondays + Buzzcocks

Bescheidenheid siert niet alleen de mens, maar ook het festival. In
plaats van elk jaar te streven naar méér bezoekers op een zo groot
mogelijke, saaie grasweide, opteren de organisatoren van Feest in
het Park voor een zo aantrekkelijk mogelijke affiche in een leuk
kader: de Donkvijvers, net buiten het centrum van de stad
Oudenaarde. Dat Feest in het Park wel eens het kleinste van de
grote festivals wordt genoemd, heeft dan ook niks te maken met de
line-up, want die was ook dit jaar weer meer dan aanlokkelijk.
Tijdens de driedaagse maakte dit weekend niet alleen het kruim van
de binnenlandse popscene haar opwachting, het festival strikte met
!!!, Coldcut en Mercury Rev ook enkele namen die recentelijk nog op
de grote festivals speelden. De reden waarom wij extra
geïnteresseerd waren in de tweede dag van het festival, had echter
te maken met de komst van twee bands uit het Engelse Manchester:
poppunkspeerpunten Buzzcocks en de legendarische Madchester-band
Happy Mondays.

Vorig jaar bestonden Buzzcocks dertig jaar en dat
werd gevierd met een nieuwe langspeler, Flat-Pack Philosophy,
en een verjaardagstoer. Die voerde de band ondermeer naar Hof ter
Lo in Borgerhout. In 2007 duurt die toer nog altijd voort, want na
een reeks concerten in de Verenigde Staten tekende het opvallend
montere viertal ook nog voor een erg geslaagde passage op Feest in
het Park. Over het ontstaan van de groep hadden we het eerder al:
geïnspireerd door een paar optredens van de Sex Pistols besluiten
de studenten Howard Devoto en Pete Shelley zelf een punkband op te
starten. Na een eerste ep verlaat Devoto de band om Magazine op te
richten en bestaat het centrale songschrijversduo voortaan uit
zangers-gitaristen Shelley en Steve Diggle, die in de oerbezetting
bas speelde.
Vijf jaar en drie langspelers later gaat de groep uit elkaar, om
eind jaren ’80 weer uit haar as te herrijzen. Aanvankelijk spelen
de herenigde Buzzcocks nog met hun vertrouwde ritmesectie (Steve
Garvey op bas en John Maher op drums), maar zij worden in 1993
afgelost door Tony Barber en Phil Barker. Barber is er anno 2007
nog altijd bij, maar Barker hield het na de opnames van Flat-Pack Philosophy
voor bekeken. Zijn plaats wordt al meer dan een jaar ingenomen door
de een pak jongere drummer Danny Farrant.

Het concert van Buzzcocks in Le Grand Mix duurde net als vorig jaar
in Hof ter Lo ongeveer een uur, maar deze keer leek de tijd nóg
sneller voorbij te gaan. De setlist was ook helemaal anders dan in
Borgerhout: de nieuwe plaat was toen nog niet zo lang uit, zodat de
band een stevige graai deed in het nieuwe materiaal om die te
promoten. Het optreden van zaterdag stond daarentegen volledig in
het teken van het rijke verleden van de groep. Buzzcocks speelden
negentien nummers en op ‘Sick City Sometimes’ (uit 2004) na
dateerden die allemaal uit de succesperiode ’77-’80.
Negentien songs in één uur tijd, de groep moest er dus stevig de
vaart inhouden om dat te kunnen bolwerken. De vier namen tussen de
songs dan ook nauwelijks de tijd om naar adem te happen en joegen
er van meet af aan de ene classic na de andere door. Ook al is Pete
Shelley als medeoprichter en voornaamste songleverancier nog steeds
de frontman van de groep (en kwam hij meer relaxed en minder timide
over dan vorig jaar), het was als vanouds de molenwiekende Steve
Diggle die het meest in het oog sprong en de show stal met zijn
grimassen en zijn aanstekelijke enthousiasme.
Na zeventien songs – met als hoogtepunten op dat moment opener
‘Boredom’, ‘I Don’t Mind’, ‘Autonomy’, ‘Whatever Happened To?’,
‘Breakdown’, ‘Love You More’ en ‘Harmony In My Head’ – wilde de
groep haar finale inzetten, maar net op dat moment viel de stroom
uit. Terwijl een paar technici probeerden de installatie weer aan
te zwengelen, hielden Diggle en Farrant de boel draaiende door met
zijn tweeën het drumstel te lijf te gaan, tot groot jolijt van het
publiek. Gelukkig duurde de onderbreking niet al te lang, zodat de
band nog net binnen de tijd met ‘Ever Fallen In Love (With Someone
You Shouldn’t ‘ve) en ‘Orgasm Addict’ de kers op de taart konden
zetten.

Als ons geheugen ons niet in de steek laat was dit de setlist
van zaterdag:
Boredom – Fast Cars – I Don’t Mind – Autonomy – Get On Our Own –
Whatever Happened to? – Sick City Sometimes – Why Can’t I Touch It?
– You Say You Don’t Love Me – Noise Annoys – Breakdown – Love You
More – Promises – What Do I Get? – Why She’s a Girl From the
Chainstore – Oh Shit – Harmony In My Head – Ever Fallen In Love
(With Someone You Shouldn’t ‘ve) – Orgasm Addict

Nadat Admiral Freebee als eerste en enige de tent had laten
vollopen, waren er blijkbaar heel wat Feestvierders die hun tweede
festivaldag als afgesloten beschouwden, of liever de wijk namen
naar één van de andere tenten. De organisatoren hadden met
Happy Mondays nochtans een erg opvallende,
exclusieve headliner geprogrammeerd. De groep was één van de
boegbeelden van de roemruchte Madchester-scene en beleefde haar
(creatieve en commerciële) hoogtepunten dan ook in het begin van de
jaren ’90. Toch was de doortocht van de Mondays geen van die duffe
nostalgieacts, zoals die wel eens worden geserveerd op festivals
als Marktrock. De groep bracht eerder deze zomer Uncle Dysfunktional
uit en die cd is nog steeds op zoek naar kopers. Dat de oude hits
daarbij van pas kwamen als ‘glijmiddel’ is natuurlijk mooi
meegenomen.

De bezetting van de band onderging in de loop van dat anderhalve
decennium wel tal van wijzigingen. De eerste Mondays-reünie (eind
’99) moest het al zonder gitarist Mark Day en toetsenman Paul Davis
doen, toen Ryder zijn band drie jaar geleden bijeen floot voor een
tweede comeback bleken ook zijn bassende broer Paul en zangeres
Rowetta er geen zin meer in te hebben. Anno 2007 bestaat Happy
Mondays dus nog uit Shaun Ryder zelf, freaky dancer Bez en
drummer Gary Whelan, aangevuld met zangeres Julie Gordon, gitarist
John Dunn, toetsenman Dan Broad en bassist Mikey Shine.
De groep verscheen dit weekend overigens gehandicapt aan de aftrap
van haar enige Belgische concert. Een paar dagen eerder had
gitarist Kav Sandhu bekend gemaakt zich voortaan alleen nog te
willen concentreren op zijn solocarrière, en meteen de daad bij het
woord gevoegd. Maar aangezien de band – zelfs tijdens haar meest
turbulente periodes – in het verleden zelden of nooit een concert
afzegde, hield ook deze tegenslag de band niet van het podium en
nam toetsenist Broad ook enkele gitaarpartijen voor zijn
rekening.

Met een tiental minuten vertraging begon de groep haar set met
‘Jellybean’, het nummer dat ook op ‘Uncle Dysfunktional’ de dans
mag openen. Terwijl de sambaballenzwaaiende Bez al aan zijn eerste
danspassen was begonnen, was het nog even wachten tot ook Ryder –
hoedje op zijn geschoren knikker, sigaret en drankje (pils?) in de
hand – het podium opslenterde om de eerste strofe in te zetten. Na
‘Jellybean’ kwam ‘Kinky Afro’ aan de beurt, een van de hitsingles
uit succesplaat ‘Pills ‘n’ Thrills ‘n’ Bellyaches’. Meteen was de
toon gezet van het concert, waarbij nieuw en oud werk elkaar aldoor
netjes zouden afwisselen.
De kwaliteit van de hits staat natuurlijk buiten kijf, zij konden
dan ook telkens rekenen op een enthousiast onthaal. Verderop in de
set zaten ook nog ‘Loose Fit’ (al wordt de ‘geremixte’ versie die
werd gebracht ook wel eens ‘Louise Faith’ genoemd), ‘Hallelujah’,
‘Step On’ en helemaal op het einde ’24 Hour Party People’. Wat de
nieuwe songs betreft, had de groep gelukkig de ‘missers’ van ‘Uncle
Dysfunctional’ thuisgelaten. We kregen dan ook best sappige versies
te horen van ‘Angels and Whores’, ‘In the Blood’, ‘Cuntry Disco’,
‘Rats With Wings’ (opgedragen aan Tony Wilson, de onlangs overleden
bezieler van muzikaal Manchester) en ‘Dysfunktional Uncle’.

Het hele uur door danste Bez zich in het zweet en deed ook zangeres
Julie Gordon haar uiterste best om Rowetta te doen vergeten (vaak
met succes), Shaun Ryder zelve gaf lange tijd een eerder futloze
indruk. Dat hij tegenwoordig spiekbriefjes gebruikt omdat hij zijn
teksten met moeite onthoudt is geen geheim, maar naar verluidt
schijnt hij sinds hij officieel clean is ook nogal aan de
mensenschuwe kant te zijn. Lag het daar aan of werd hij ter plekke
overvallen door zijn al even legendarische lazyitis? Feit
is alleszins dat hij bij het begin van de set meer tijd zittend
vóór Whelans drumkit doorbracht dan vooraan op het podium.
Naarmate het optreden vorderde zat er gelukkig wel wat meer leven
in de ex-schoonzoon van troubadour Donovan, leek zelfs zijn stem er
beter door te komen, ondernam hij enkele (niet altijd even goed
gelukte) pogingen om in Gordons bips te knijpen en mompelde hij
tussen de songs iets dat ongetwijfeld grappig bedoeld was in zijn
microfoon.

Een groots optreden, dat het publiek sprakeloos achterliet, werd
het zeker niet. Naar Mondays-normen was dit echter méér dan
behoorlijk. Shaun Ryder weet zelf ook goed genoeg dat het
hoogtepunt van zijn groep achter hem ligt, en dat Happy Mondays
wellicht nooit nog een plaat zullen maken met dezelfde impact als
‘Pills ‘n’ Thrills ‘n’ Bellyaches’. Of de band zaterdag veel nieuwe
zieltjes gewonnen heeft, is zeer de vraag. De tent was lang niet
gevuld bij het begin van het optreden, een uur later leek de helft
van de aanwezigen al andere oorden te hebben opgezocht.
Maar Ryder is de eerste om zichzelf en zijn groep te relativeren.
‘Van deze rommel proberen wij nu al een jaar of twintig te leven’,
klonk het half gemeend, half ironisch. Of nog: ‘We zijn eigenlijk
een studiogroep, we zijn het niet gewoon van veel live te spelen,’
toen ook hij er natuurlijk niet naast kijken dat zijn publiek
steeds minder talrijk werd. Speelden de Mondays dan zo’n belabberde
set? Tja, dat ligt eraan met welke verwachtingen je naar het
optreden toeleefde. We zagen de groep in ’91 aan het werk op
Werchter, en in vergelijking daarmee was hun doortocht in
Oudenaarde zeker geen sof. Net als de fans die wel tot het einde
zijn gebleven hebben ook wij ons een uur lang kostelijk
geamuseerd.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in