PUKKELPOP 2007 :: Chateau, zaterdag 18 augustus

De sympathieke Chateau presenteert op zaterdag de ultieme affiche voor zij die genoeg hebben van het platgetreden gras na het feestgedruis van de vorige dagen. Hier is plaats voor oude rotten die bevestigen, voor onverwachte ontdekkingen en voor hen die vluchten willen van minder okselfrisse festivalpartners natuurlijk.

Fans van The Bony King Of Nowhere doorbijten alvast gezwind die pijnlijke laatste dagkater. De Chateau zit al afgeladen vol als onze favoriete koning van het ijle lied zijn rode gitaar omgordt en de derde festivaldag aanblaast. Singer-songwriter Bram Vanparys hoort eigenlijk thuis in een bruine kroeg, maar heeft voor de gelegenheid een band meegebracht die zijn homemade nummers tracht te vertalen naar het grote podium. De sfeer, de stem en het meisje achter de piano (Cleo Janse) zaten al langer goed, maar de arrangementen van de opgetrommelde band zijn niet altijd van dat niveau. Maar goed, er zijn mindere manieren om te ontwaken op Pukkelpop dan dat heerlijk zweverige “Maria” ergens in de Hasseltse ochtendstond.

De Canadese band Patrick Watson (er wordt nog een gepaste groepsnaam gezocht) put uit hetzelfde vaatje melancholie. Close To Paradise, hun tweede album, ligt binnenkort in de rekken en aan het enthousiasme van het publiek te zien, kan die hier ook wel eens scoren. Denk Sufjan Stevens die het doet met die van Radiohead: simpele pianoballads worden vlot afgewisseld met door elektronica doorspekte uitbarstingen. Daarboven hangt ergens treurend de aan Nick Drake-refererende stem van Patrick Watson himself. Eén van de revelaties.

Dave Heumann heeft wel een groepsnaam verzonnen en had dat beter niet gedaan. Naast een afschuwelijke bandnaam is Arbouretum, live anders dan op plaat, eigenlijk een leeg vat. Heumann zelf heeft natuurlijk zijn strepen al verdiend bij fijne namen als Cass McCombs en Will Oldham, maar zijn makke begeleidingsband kon evengoed naast het podium gestaan hebben. Ook de nummers uit Rites Of Uncovering blijven niet overeind, en kunnen evenmin de lauwe performance redden. Dat neemt niet weg dat we voor een likkebaardende gitaarsolo altijd mogen aankloppen bij Heumann.

Onbekend maakt blijkbaar niet altijd onbemind. Voor de minder grote namen in de Chateau daagt steevast een talrijk publiek op, en zo ook voor het concert van Spoon. Tien platen heeft de band ondertussen al op zijn conto, maar België is eigenlijk nooit helemaal voor hen plat gegaan. Vreemd, want de eigenzinnige pop van het vijftal loopt over van de onbeschaamde inventiviteit. Oude hitjes als "I Turn My Camera On" en "The Way We Get By" combineren schaamteloos stuiterende pop met aanstekelijke ritmes en verleiden zelfs tot een bescheiden danspas. Bovendien zijn de nieuwere song "Don't You Evah" en "Don't Make Me A Target" zo mogelijk nog hitgevoeliger. De Chateau laat zich helemaal terecht ophitsen en wat begint bij sympathie voor Spoon, maakt al snel plaats voor beate bewondering. Dit was een van de mooiere concerten van dag drie.

{image}En de kers moest nog komen, verdorie! Elf jaar geleden stond David Eugene Edwards voor het eerst op Pukkelpop met Sixteen Horsepower. Een zijproject verder is er niet veel meer veranderd: Edwards preekt met het minder songgerichte Woven Hand nog steeds hel en verdoemenis over bevlogen Appalachian folk. Het klinkt ondertussen iets atmosferischer, maar de bezwerende intensiteit bleef wél dezelfde. Het vuur staat Edwards nog altijd in de ogen. Via "To Make A Ring" en de halleluja’s van "Winter Shaker" drijft hij met oudtestamentisch gelaat zijn band richting finale, waarbij ook bassist Pascal Humbert finaal door de knieën moet. In de bissen haalt hij ten slotte nog eens zijn bandoneon boven voor het geweldige "American Wheeze" van op Sackcloth 'n Ashes, het klassieke debuut van Sixteen Horsepower. Neen, wij hebben Tool geen seconde gemist.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in