Jennifer Gentle :: The Midnight Room

Piper At The Gates Of Dawn staat nog altijd bekend als een mijlpaal in de muziekgeschiedenis. Het album waarmee Pink Floyd zichzelf op de kaart zette, werd geheel geschreven door het genie Syd Barret en zou een blijvende invloed uitoefenen op de psychedelica. Maar Barret verloor steeds meer de pedalen en werd nog voor het tweede album uitkwam, vriendelijk bedankt voor bewezen diensten

Het Italiaanse Jennifer Gentle dat twee jaar geleden zijn debuut voor SubPop afleverde, heeft zijn fascinatie voor Barret ondertussen tot het uiterste doorgedreven. De groep, die niet alleen de groepsnaam maar ook de muziekstijl ontleende aan Pink Floyds debuut, is nu ook gereduceerd tot één man: Marco Fasolo. Maar Fasolo heeft zijn voeten duidelijk steviger op de grond dan Barret en levert met The Midnight Room zijn meest persoonlijke album tot op heden af.

Net zoals op de vorige albums vormt de psychedelische rock ook hier het fundament waarop de groep zijn songs bouwt. Toch klinkt “Twin Ghosts” verrassend anders en ingetogen. Uiteraard zweeft de song in hogere sferen, maar tezelfdertijd is het nummer zo verstild dat het wel lijkt alsof het album pas opent met “Telephone Ringing”. Het heliumstemmetje van Fasolo is op deze track haast fascinerend. Net zoals in “Twin Ghosts” zorgen ook hier het heel eenvoudig ritmepatroon en de dito melodielijn voor het meeslepend karakter. Het nummer zelf volgt net zoals “Twin Ghosts” een heel eenvoudig ritmepatroon en melodielijn die de song een meeslepend karakter geven.

“It’s In Her Eyes” wil al evenmin moeilijk doen maar kan de duidelijke hommage aan Barret nauwelijks verbergen. Het vaudevillekarakter van de song charmeert gelukkig genoeg om de luisteraar moeiteloos klaar te stomen voor “Take My Hand”, dat in eenzelfde bedje ligt te soezen. De waanzin van Valende wordt op deze nummers terug van stal gehaald maar zonder drummaatje Alessio Gastaldello klinkt het toch allemaal wat minder over the top. Met “The Ferryman” is Jennifer Gentle eindelijk op koers: de ingetogenheid van de eerste nummers wordt gekoppeld aan de waanzin van de twee opvolgers en creëert zo een uitstekende balans tussen eenvoud en gekte.

“Electric Princess” wil nogmaals de madcap eren, maar Fasolo brengt zijn betuiging met zoveel flair en vakmanschap dat het overduidelijke leentjebuur spelen met de mantel der veelkleurige liefde wordt bedekt. Tenslotte doet het rustige “Quarter To Three” krek hetzelfde maar dan anders. Originaliteit is dan ook nooit Fasolo’s eerste bekommernis geweest. Wie maalt daar echter om, als de songs zoals eerder gezegd met zoveel liefde, vakmanschap en puur muzikaal talent gebracht worden?

En wie nog steeds niet overtuigd is van ‘s mans talent, zal dat na “Mercury Blood” evenmin zijn. Het nummer voert een geheel eigen psychedelische paringsdans uit waarbij hoge stemmetjes en kazoos het meest opvallend zijn. In het vreemde “Granny’s House” zijn alleen een hard aangeslagen piano en een nauwelijks hoorbare drum op te merken. Deze vreemde eend in de bijt krijgt ondersteuning van het breed uitgesponnen “Come Closer”, waarmee een grandioze finale ingezet wordt.

De soms gezochte waanzin en surreële uistappen van Valende komen op The Midnight Room slechts met mondjesmaat aan bod. Fasolo mag zich dan wel nog steeds in de schaduw van zijn mentor voortbewegen, hij heeft ondertussen genoeg talenten om zelf ook te kunnen boeien. The Midnight Room is — nog meer dan zijn voorganger — een plaat die zestig jaar geleden had moeten verschijnen, maar het is ook een plaat die de muzikale en compositorische talenten van Fasolo treffend in de kijker zet.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in